vendredi 17 avril 2015


De ECB en ons pensioen
 
en andere gevolgen van de geldverruiming
 
Het ABP kan in 2016 geen inflatie correctie voor de pensioenen toepassen omdat de dekkingsgraad te gering is. Die lage dekkingsgraad is niet een gevolg van de kapitaalspositie maar een gevolg van de lage rekenrente. Die lage rekenrente is weer een gevolg van de rente politiek van de ECB. De ECB houdt de rente kunstmatig laag. Die rentepolitiek wordt gevolgd om de zwakke eurozone landen financiëel op de been te houden. Voor Nederland is dat beslist niet nodig. Voor Duitsland evenmin. De Nederlandse gepensionneerden worden dus, net als alle andere spaarders, verarmd door de monetaire politiek van de Europese Centrale Bank.

De rente op Duitse en Nederlandse leningen is in toenemende mate negatief. Dat wil zeggen dat grote investeerders aan Duitsland en Nederland geld toebetalen om deze landen leningen te verschaffen. Dat doen ze niet uit liefdadigheid maar omdat ze toch ergens met hun overvloedige geldvoorraad heen moeten. En dan zijn die twee landen betrouwbaar.  Het is heel goed mogelijk dat binnenkort  particulieren geen rente meer ontvangen over hun spaargeld maar rente aan de bank zullen moeten betalen voor dat voorrecht. Zo worden spaarders naar de beurs gedwongen als enige mogelijkheid om hun geld nog te kunnen beleggen. Daardoor kan een aandelen bubbel ontstaan door grote overwaardering.

 

Griekenland betaalde als lid van de eurozone voor de staatsleningen een redelijk rentepercentage. Een percentage dat in werkelijkheid in geen enkele verhouding stond tot de risicos die ze inhielden. De reden van die lage rente was de belofte van Draghi dat hij alles zou doen om de euro te redden. Griekse leningen werden dus niet gedekt door Griekenland maar door de gehele eurozone. Door de Griekse crisis nu en de kans dat Griekenland uit de eurozone zal stappen of verwijderd wordt  stijgt die rente pijlsnel want zonder de Draghi dekking is de Griekse nationale schuld geen cent waard. Die rente is dus volslagen kunstmatig en wordt niet meer door de economische situatie in het lenende land bepaald maar door de Draghi garantie. Een constructie die een hoop van de eigen verantwoordelijkheid van elke  lidstaat afwentelt op de andere en hervormingen  kan tegenhouden.

De eurozone financiële wereld en daarmede ook de eurozone economie worden zo bepaald door de ECB. De ECB die geen verantwoording schuldig is aan de nationale parlementen van de eurozone landen noch aan het eurozone commissies of eurozone parlement. Hij is zelfstandig en onafhankelijk en zelfs kritiek erop is volgens de Europese Commissie uit den boze. Maar hij wordt wel bestuurd door vertegenwoordigers van de lidstaten.

 

In de eurozone is dus de rente kunstmatig laag en wordt 1140 miljard euro bijgedrukt en aan de banken verstrekt is ruil voor hun staatsobligaties of andere activa met een snelheid van 60 miljard euro per maand. Het doel is de inflatie op de denkbeeldig ideale stand van 2% te brengen. De idee is dat de banken dat geld in de eurozone economie beleggen en dat daardoor bedrijven kunnen investeren en innoveren zodat de groei toeneemt en daarmede de inflatie. Nergens elders gelukt.

Maar de eurozone is geen gesloten systeem. Wat zich in de eurozone afspeelt beinvloedt de gehele wereld. Wij leven niet meer in een zwaar protectionistisch stelsel maar in een wat opener globale economie.

Door die enorme geldvermeerdering neemt de waarde van de euro wereldwijd af. Dat leidt tot groter concurrentievermogen door lagere exportprijzen maar duurdere import. Zoals wel wordt gezegd, de binnenlandse problemen worden geexporteerd. Dat leidt tot soortgelijke maatregelen door daardoor getroffen landen. Het leidt ook tot koopkrachtverlies in het binnenland zoals ik al eerder heb gezegd. Het lost bovendien het onderliggende probleem niet op, geeft een korte stimulans waarna weer een evenwicht wordt gevonden mede veroorzaakt door die duurdere import. Het neemt de noodzaak van ingrijpende hervormingen, niet kaasschaaf bezuinigingen, tijdelijk weg, geeft daardoor een vertekend beeld van de werkelijke situatie die daarna weer tot nieuw ingrijpen noopt.

 

Maar zoals de politiek van de ECB niet alleen de eurozone treft maar weerkaatst wordt in de globale financiële en economische wereld zo zijn ook de ontwikkelingen daar van invloed op de eurozone. De ontwikkelingen in de dollar zone zijn vooral van belang. Niet alleen door de VS maar omdat de dollar nu eenmaal de globale reserve munt is, zoals de euro een tiental jaren geleden aspireerde.

 

Volgens veel economen is er geen liquiditeits val meer in de wereldeconomie. De M3 geld voorraad groei in de VS en ook in Europa toont dat aan volgens het Brugel Instituut in Brussel dat het groei nivea van M3 weer op het peil van 2007 ligt. In de VS neemt het aantal leningen nu sneller toe dan gedurende de vijf jaren die tot de Lehman crisis leidden.  Dat brengt de mogelijkheid met zich mee dat de FED de rente eerder moet verhogen dan markten verwachten. De tijd van reflatie lijkt begonnen te zijn. Hoe vreemd het ook moge klinken, er zijn analisten die nu al weer wijzen op het gevaar van weer opkomende inflatie en stijgende lonen.

En een rentestijging in de USA zal een enorme invloed hebben op de 9 biljoen dollars door het buitenland geleend nog versterkt door de krediet bubble in Oost Azië. 

En de ECB doet precies het tegenovergestelde van wat de FED zal moeten doen. Hoe valt dat in de globale financiële wereld te rijmen?

Verlaging van de rente hier, verhoging daar met alle gevolgen voor het geldverkeer.

 

In Duitsland neemt de kritiek op Draghis geldpolitiek toe. Draghi bleek tijdens de persconferentie tevreden over de utiwerking van de geldverruiming. Maar de vraag reist of eer geen overkill is. Zoals het effect op rente van staatsleningen die in Duitsland voor achtjarige leningen ook al negatief is. Noch in de VS noch in het VK heeft de QE geleid tot negatieve  rentetarieven. Zelfs in Japan niet. Geld zonder rente heeft de sturing verloren. Is het moment van de QE door de ECB in een periode dat juist de economie weer begon aan te trekken wel juist geweest. Maar natuurlijk was de val in de olieprijs die een enorme invloed op koopkracht en bedrijfskosten heeft geleid niet te voorzien. Maar komt er een onderbreken van de QE als blijkt dat die stimulans voor de economische groei niet meer nodig is. Draghi blijft gezien zijn uitlatingen bij het bereiken van dat doel: 2% inflatie.

De tijd zal het leren. Maar achteraf is achteraf. De gevaren blijven.

 

 

 

 

mercredi 15 avril 2015


QE wat het wil doen en niet kan
en wat het niet wil doen maar wel kan

 

Na het lezen van wat artikelen over de Japanse wederwaardigheden met de geldverruiming daar en wat Duitse reacties op de QE in de eurozone en de USA en het VK na afloop van die QE ben ik daar toch wat over gaan piekeren. Er is meer gaande in de eurozone dan alleen de Griekse kwestie. Die is eigenlijk maar bijzaak.

Ik lees dat er meer dan twintig landen zijn die beschermende maatregelen hebben getroffen tegen een dreigende te lage inflatie of zelfs deflatie of tegen andere landen die inflatieverhogende maatregelen doorvoeren.

Een deflatie die sterk gevoed wordt door de dalende dollarprijs voor olie.

Men ziet dat de echte economie opveert door deze prijsdaling. De koopkracht van de consument neemt erdoor toe,  de productiekosten voor het bedrijfsleven nemen af. Perfect voor de echte economie dus die een versnelde groei gaat tonen. De conclusie moet zijn dat prijsverlagingen, disinflatie of deflatie dus niet altijd nadeling behoeven te zijn.

Een lichte deflatie behoeft dus niet fataal voor de de echte economie te zijn, zoals ons zo vaak wordt voorgehouden. Natuurlijk moet hij niet te groot worden, maar dat geldt in nog actueel meerdere mate voor te grote inflatie.

Voor één groep is echter zelfs een lichte deflatie nadelig: de groep die schulden heeft. Bij een inflatie van zeg 2%, het peil dat centrale banken zo graag zien, prijsverhogingen van 2% dus ofte wel 2% waardevermindering van de munt neemt de schuld elk jaar met 2% af. Voor landen (en dat zijn de meeste) en instellingen met grote schulden is dat dus voordelig.

Bij deflatie vindt het tegenovergestelde plaats, de waarde van de schuld neemt toe met het deflatie percentage.

Duidelijk welke van de twee onze regeringen het liefst zien en nastreven.

Een constante inflatie van jaarlijks  2% heeft nog een ander effect. Aanpassing van de lonen. Vakbonden willen het verlies aan koopkracht gecompenseerd zien door een loonsverhoging.  Zo ziet men in grafieken dat elk jaar de prijsstijging gevolgd wordt door een overeenkomstige loonstijging die de productiekosten weer verhoogt en zo weer een prijsstijging tengevolge heeft.  Dat brengt het gevaar van uit de hand lopen van die inflatie met zich mee. Voor Duitsland met de hyperinflatie van de Weimar Republiek nog steeds vers in het geheugen een vreselijke nachtmerrie.
Voor de loontrekker dus een nul nul situatie. De idee erachter is dat het de groei stimuleert door de vrees voor verdere inflatie en dus kopen maar voor de prijzen weeer zijn gestegen en dus groei.

Je hoort nu ook wel hier en daar een twijfel aan dat systeem van nimmer stoppende inflatie van 2%. Zelfs dat in periodes van deflatie de economische groei soms groter was. De economie is nu eenmaal geen exacte wetenschap maar een empirische wetenschap met theorieën en stromingen over oorzaak en gevolg.

 Maar in het VK bijvoorbeeld zien we dat die loonstijgingen sinds 2008 de inflatie niet helemaal hebben gecompenseerd en dat derhalve de koopkracht van de loontrekkers langzaam is verminderd. Volgens sommigen verklaart dat de sterke economische groei in het VK; de productiekosten zijn laag gebleven door de lage lonen en dat heeft de concurrentiepositie bevorderd hoewel de productiviteit niet is toegenomen.


Als die 2% inflatie niet op natuurlijk economische wijze tot stand komt komen de Centrale Banken in actie en gaan allerlei maatregelen treffen om die inflatie op de die 2% te krijgen. Bijvoorbeeld de rente verlagen zodat geld lenen aantrekkelijk wordt. Men leent en koopt meer en dat drijft de inflatie op. Of aan banken geldleningen verschaffen tegen speciale lage rentetarieven in de hoop dat die daardoor ook lagere tarieven aan de leners zullen berekenen. Soms helpt  dat allemaal niet, of loopt zelfs slecht af omdat het bedrijfsleven gelokt door de zo lage rentes te veel hooi op de vork heeft genomen en er bubbels ontstaan die later kunnen barsten en tot catastrofes  kunnen leiden zoals de huizenbubbel in Spanje.

 Als laatste indirect hulpmiddel komt dan de geldverruiming, de quantitative easing, waarvan men aanneemt dat deze de inflatie opjaagt. De USA en het VK hebben het jarenlang op grote schaal verricht maar helaas is in beide landen het doel niet bereikt en dreigt nu zelfs, flink gevoed door de dalende olieprijzen, deflatie. Het scheppen van nieuw geld en dat aan de banken te verkopen in ruil voor de staatsobligaties (of andere waardepapieren) die de bankenin bezit  hebben.

Desalniettemin denkt de ECB dat het in de eurozone met een scheppen van 1140 miljard euro wel gaat lukken, omstreeks 2017 al naar vrijwel 1,8% inflatie en dat onder ongunstiger omstandigheden dan in de andere landen met QE omdat de ECB geen centrale bank van één ongedeelde staat is maar 19 economisch en financiëel onafhankelijke lidstaten vertegenwoordigt waarvan de belangen en noden ver uiteenlopen.

Een direct gevolg van het aankondigen en starten van de QE door de ECB heeft in ieder geval, officiëel onbedoeld maar wel voordelig, de wisselkoers van de euro zo'n 20% laten zakken van $ 1.39 naar $1.06. Dat verlaagt de exportprijzen aanzienlijk zodat de concurrentiepositie op de wereldmarkt flink toeneemt. Voor handel binnen de eurozone maakt het door dezelfde munt niets of weinig uit. Wel verhoogt het de prijs van invoer van grondstoffen, halffabrikaten en andere producten in dollars geprijsd en dus de inflatie. Helaas daardoor de koopkracht verminderend want de lonen blijven onveranderd. Voor de consument dus niet voordelig.

Wat is er na de QE? Meer QE en nog meer QE want het is het laatste wapen dat de Centrale Banken in handen hebben. Want de centrale banken hebben veel macht maar officiëel niet over de landspolitiek, het  fiscale beheer, belasting, begroting, middelentoewijzing. Dat doet de landsregering. Idealiter in overleg met de Centrale Bank.

Zo ging dat ook in Japan, abenomics QE was een samenhangend plan van centrale bank, de rentebepaling en geldverruiming en de Japanse staat, de belastingen, begrotingen en fondsentoewijzing. In 2013 werd met de uitvoering begonnen. Maar nu is de fiscale politiek een breekpunt geworden met  een primair begrotingstekort (dus nog zonder de rentebetalingen op schulden mee te rekenen) van 6,6% van het GDP. De centrale bank vindt dat de regering niet genoeg doet om dat tekort omlaag te brengen. De regering vindt dat de bank zich tot de monetaire kant moet beperken.

Ook die monetaire kant leidt tot een verschil van mening. Kuroda, de bank baas, beloofde wat dan ook te doen om die inflatie naar 2% te brengen (waar doet dat me toch aan denken?). Maar de Japanse Centrale Bank doet misschien niet genoeg om dat te bereiken. (Maar waar is dat wel gelukt?). Ook lijkt Abe geen nieuwe serie obligatieaankoop te willen. De voor de fiscal balance noodzakelijke verhoging van de BTW van 5% naar 8% veroorzaakte een recessie terwijl juist een groei was verwacht ter voorbereiding van een tweede BTW verhoging naar 10% die tenslotte naar een primair begrotingsoverschot zou  leiden omstreeks 2020. Daarbij is de Japanse nationale schuld wereldaanvoerder met 240% van het GDP.

Karuda kwam vervolgens met een verhoging van de QE naar 80 miljoen yen per jaar. Hij wilde dat Abe de tweede verhoging van de BTW zou doorzetten. Maar Abe stelde hem uit tot 2017 want de economie zou dat niet kunnen verdragen.

Dus is er geen duidelijk uitzicht op een verbetering van de fiscale situatie, veel van de groeiversterkende structurele hervormingen zijn uitgebleven, de inflatie (ook door de olie) is geen 2% maar 0%.

De QE heeft vastgoed en effectenbeurzen omhoog gejaagd en de yen in waarde verlaagd zodat de export profiteerde.

Maar de middenstand en consumenten voelen alleen de hogere prijzen.
De Japanse ervaringen met de QE zijn als ik dit zie niet zo positief. Of dat met nog meer QE zal veranderen? De Centrale Bank zal dan zo ongeveer de gehele nationale shculd hebben opgekocht.


In de eurozone zijn de opvattingen over de QE ook zeer uiteenlopend. Vooral Duitsland is een geducht tegenstander ervan. Begrijpelijk want Duitsland zou het als niet euroland niet nodig hebben en het zou zelfs nadelig kunnen zijn. Daarentegen zijn de zuidelijke landen, sterk in het nadeel op de mondiale markt er voorstanders van.

Roger Bootle* laat zijn licht erover schijnen. Wat doet QE.

Allereerst worden de banken overspoeld met liquiditeit waarover ze nauwelijks kunnen verdienen aan rente. In normale tijden zouden ze het uitlenen tegen een redelijke rente en dat zou de algemene vraag verhogen. Maar de tijden zijn niet normaal en uit angst verlies te maken potten ze het liever op.

Tweedens heeft de QE een verhogende tendens op de prijs van ermee gekochte activa en verlaagt daardoor de renteopbrengst ervan. Dit verhoogt de rijkdom niveaus en verlaagt de financieringskosten.

Ten derde wordt de waarde van portfolios gewijzigd dordat de handelaren meer geld of geldequivalenten hebben en minder, riskante, activa met hoge opbrengst. Dit leidt hen ertoe elders andere activa te kopen en daar een uitbreidende impuls te veroorzaken.

Ten vierde met meer liquiditeit van één muntsoort (geld "bijgedrukt") uitgegeven in een land vergeleken met andere landen  zullen kapitalisten daarop reageren door hun portfolio aan te passen door eigen muntsoort te vervangen door buitenlandse en verlagen daardoor de wisselkoers met alle gevolgen voor concurrentievermogen en prijspeil.

 Aan punten een tot en met drie hebben landen in grote crisis vrijwel niets.

Alleen punt vier, een zwakkere wisselkoers heeft effect, een krachtig effect als de wisselkoers echt flink daalt.

Tot dusverre is dat  het geval geweest voor de ECB.

Maar zal Duitsland accepteren dat de euro, ook hun munt, opzettelijk verzwakt wordt?

Zullen andere landen buiten de eurozone zoals de USA, China, Japan en het VK toestaan dat de eurozone zo uit de problemen klimt? Het is tenslotte de export van de zwakke vraag en de deflatieneiging van de eurozone naar andere landen.

Hoe wordt er in Duitsland zelf over gedacht? Het is opvallend dat na vele jaren van dociel aanvaarden het laatste jaar in de Duitse pers een veel kritischer houding tegenover de eurozone wordt getoond en wat de geldverruiming betreft een sterk afwijzende.
Vooral de mogelijkheid dat zwakke landen niet meer de dwingende noodzaak van de anders noodzakelijke hervorming van bijvoorbeeld de arbeidsmarkt voelen door de nieuwe toestroom van honderden miljarden tegen een minieme rente. En Duitsland is tenslotte de geestelijk vader van de austerity en had zonder die zuinigheid en vlijt waarschijnlijk niet ingestemd met de euro. Morgen ga ik dat op een rijtje zetten.


*Roger Bootle The Trouble with Europe

dimanche 12 avril 2015


Hoe redt men een drenkeling?
 

De Griekse kwestie domineert nog steeds het Europese Unie toneel. Het is in de grond een herhaling van exact dezelfde stapppen vanuit voor beide partijen een totaal ander perspectief.

Laten we vooropstellen dat beide partijen  uit zuivere motieven handelen.

De Grieken vanuit het perspectief dat ze met doorgaan op de door de eurozone voorgeschreven weg nooit uit de schulden zullen komen, integendeel dat de bevolking steeds armer zal worden en dat voor het volk het peil van ondragelijkheid is bereikt.

De rest van de eurozone vanuit het perspectief dat de Grieken verplichtingen jegens hen zijn aangegaan en dat ze zich onverminderd aan die verplichtingen moeten houden.

Levensbehoud tegenover rekenmeesters. Met steeds opnieuw dezelfde stappen en dezelfde reacties.

Tot de drenkeling verdronken is. Want je redt geen drenkeling door hem onder water te houden.

Maar door die wellicht zinloze herhaling van dezelfde eisen enerzijds en dezelfde voorstellen anderzijds wordt alleen het onvermijdelijke punt van de eindconfrontatie uitgesteld. Buigen of barsten voor de ene of de andere kant.

 

Dit schaakspel met dezelfde steeds herhaalde zetten is er de oorzaak van dat andere waarschijnlijk veel belangrijker ontwikkelingen geen of nauwelijks aandacht krijgen.

 

Zo is er de quantitative easing door de ECB jarenlang door een stroming analisten aanbevolen als onvolprezen middel om de inzakkende inflatie weer op peil te brengen, de magische 2% die tot kopen noodt en dus tot groei en dus tot welvaart en percentagegewijs krimpen van de staatsschulden. Dat nog nimmer dat doel is bereikt door die QE wordt niet vermeld. Wel dat andere gevolgen niet bedoeld zijn, zoals het inzakken van de eurokoers ten opzichte van niet alleen de dollar maar ook andere belangrjke valuta zoals het Britse pond hoewel dat in de internationale pers wel degelijk als belangrijkste effect wordt gezien.

Daardoor wordt de export goedkoper en dus gestimuleerd.

Daar staat tegenover dat daardoor ook importen van goederen uit andere landen juist duurder zullen worden. Gunstig dus want door een groeiende export en krimpende import zal de handelsbalans positiever worden.

In Duitsland wordt al gewaarschuwd dat kleding, voor een groot deel geimporteerd het komend seizoen behoorlijk duurder zal worden. In ons eigen land wordt de stijgende prijs van benzine (en andere brandstoffen) ondanks de halvering van de ruwe olieprijs geweten aan de koersval van de euro.

Die prijsverhoging zal ook gaan gelden voor alle geimporteerde grondstoffen en halffabrikaten voor ons bedrijfsleven. De eurozone is, behalve voor landbouwproducten, voor zijn industrie grotendeels afhankelijk van importen, veelal in dollars berekend. En in de agriculturele sector is olie, de energie, een steeds belangrijker factor.

De exportprijzen zullen daardoor zodra die duurdere import door gaat zetten, ook weer stijgen. Dat in tegenstelling tot autarkische landen die op eigenbodem en in eigen valuta die grondstoffen ter beschikking hebben en dus meer profiteren van een koersval.

Die importen doen zo de consumentenprijzen in de eurzozone stijgen direct of indirect. Dat heeft dus een inflatie effect, niet veroorzaakt door een binnenlandse productieverhoging. Geimporteerde inflatie.

Bij gelijkblijvende lonen zal daardoor de koopkracht dalen.

Dat is een aspect dat  niet te verwaarlozen valt.

Want bij die 2% inflatie politiek behoort ook een overeenkomstige loonsverhogings politiek.  Ik heb dat een tijd geleden in twee grafieken laten zien, de inflatie  over een tiental jaren en daarnaast de loonsverhogingen over die tien jaren. Inflatie zonder loonaanpassing leidt onvermijdelijk tot koopkracht verlies en dus vermindering van de vraag.

En in de Eurozone is vooral in de zwakke lidstaten juist een vraaguitval door de gedaalde koopkracht na de rondes van loonsverlagingen daar. Een soort vicieuze cirkel.

Een argument daartegen is dat toch de export toeneemt en daardoor de werkgelegenheid en dus groei tot stand komt. Maar dat is voornamelijk in het begin als de duurdere import nog niet is doorgewerkt, een soort schokeffect. Daarbij komt ook nog dat dat afhankelijk blijft van het verschil in productiekosten en assortiment met de concurrentie.

Een precair aspect is daarbij dat alleen bij een positeve handelsbalans men profiteert. Bij een negatieve handelsbalans, dus hoger import bedrag dan  exportbedrag verliest men juisten zal men sterk in de in de importen moeten snijden.

Ga maar even na voor welke eurozone landen dat geldt.

Zullen de vakbonden looneisen gaan stellen om de koopkrachtdaling te compenseren dan is het voordeel prakisch weg.

Als men dan de voor en nadelen gaat berekenen in de dollar en vergelijkt met de situatie voor de koersval dan worden de voordelen waarschijnlijk nog geringer.

 

In mijn achterhoofd speelt mee dat de geringe inflatie en zelfs deflatie wereldwijd is. Er is misschien wel een verband tussen die afname van de inflatie en de wereldwijde teruglopende koopkracht, het gevolg van overbesteding met geleend geld en de te hoog opgelopen mondiale schuldenberg die vrijwel overal gecompenseerd moet worden door loonmatiging en dus vermindering van koopkracht terwijl terzelfdertijd  door het enorme bij drukken van geld voor de banken de rente laag blijft en dus de spaarders interen en aan koopkracht inboeten.

Die enorme hoeveelheid geld, die duizenden miljarden, gaan dus niet naar de arbeidsafhankelijke groep mensen maar naar de kapitaalsfactor.

Denk erom, dit zijn alleen maar overpeinzingen en is maar één aspect naast het  Grieks worstelen.

 

Want in Japan rommelt het, Duitsland vreest de bankenunie en fiscale vereniging, het VK ondervindt de andere kant van de wisselkoersoorlog, hun export is te duur en import te goedkoop en dus flink oplopend verlies op de handelsbalans, het bedrijfsleven in de VS roept steeds luider om renteverhoging. In het UK dreigt zo'n verhoging eveneens. Frankrijk heeft de groei prognose weer naar beneden moeten bijstellen.

 

Alleen de prognosemakers blijven onbewogen hun rekenmodellen gebruiken om onze groei voor de komende vijf jaren te berekenen, helaas zonder garantie.

 

Maar de zon schijnt hier en ik ga als geboren optimist daarvan genieten. Morgen is alles beter.

 

 

 

 

 

 

vendredi 10 avril 2015


2 + 2 kan nooit vijf worden

 
Een blog geeft natuurlijk altijd de gedachten en ideëen van de bloggist weer.

Als ik zo de Griekse demografische tragedie bezie vallen er me zes essentiële aspecten op.

Het eerste is de vasthoudendheid waarmee zowel Griekenland als de Eurozone aan hun standpunten vasthouden

Het tweede is de niet bepaald vriendelijke toon waarmee de eurozone Griekenland financiëel aanpakt: Griekenland moet zonder geld komen te zitten om dan met hangende pootjes zich aan de eurozone over te geven.

Het derde is de snelle overgang van de ECB van onfhankelijke niet politieke organisatie naar politieke bemoeienis verpakt in het bewaken van de stabiliteit en de waarde van de euro

Het vierde is de houding van het Internationaal Monetair Fonds dat aanvankelijk samen met de Europese Unie en de Europese Centrale Bank de zware austerity politiek met bezuinigingen en hervormingen aan Griekenland heeft opgelegd en enkele jaren geleden al erkende dat men de daardoor ontstane problemen voor Griekenland had onderschat en nu de uitlating van Mw Lagarde dat men de voor Griekenland beste oplossing moet zoeken

Het vijfde, meest akelige, is dat men in 2010 niet het oogmerk had Griekenland te redden maar de eurozone omdat de eurozone banken een Grieks verzaken van  de betalingen aan de crediteuren  cq bankroet niet hadden kunnen doorstaan.

Het zesde is dat de eurozone de situatie in Griekenland als een financiëel probleem gezien heeft terwijl het meer een menselijk probleem is en financiëel gezien de manipulaties in de EU en eurozone peanuts.

 

Men zou daaraan kunnen toevoegen dat  de eurozone nu om onrust in de periferie van de eurozone waar de bevolking ook buitenmate lijdt onder de austerity te voorkomen de meest harde lijn volgt van niets toegeven en op de knieën dwingen als voorbeeld voor de andere lidstaten. De regerende partijen in de periferie steunen die lijn want de oppositie tegen de eurozone groeit sterk, vooral in die staten. Aan Griekenland toegeven zou de oppositie in de kaart spelen zijn.

Voor Duitsland is er nog een andere zeer begrijpelijke reden. Duitsland is altijd voorstander geweest van een austerity aanpak, fiscale balans. Sinds de oprichting van de eurozone hebben zij stapje voor stapje hun greep daarop verloren. Bailouts, ESM fonds, bankenunie, aan al deze aantastingen van de austerity hebben zij stuk voor stuk  toegegeven. Het Stabilisering en Groei Pact hebben zij tot een uitgeholde kososnoot zien worden met er niet echt in aanwezige flexibiliteit en een niet toepassen van de sancties erin wanneer dat volgens het Pact geboden zou zijn.

Het verder uithollen van die austerity door met Griekenland een verzachting van de voorwaarden ervan overeen te komen zou in feite de laatste greep die Duitsland nog heeft op de politiek van de eurozone doen verdwijnen.

De rol van Duitsland van voornaamste financier  en tevens eindbesluitnemer (want het Duitse parlement moet alle betalingen aan de EU en eurozone goedkeuren) zou  voorbij zijn. De Duitse rol zou alleen die van financier zonder beslissingsrecht over het gefourneerde geld worden. Voor Duitsland zouden de redenen waarom zij hebben ingestemd met de EU afgebroken zijn.

Is een eurozone waar de lidstaten zo gebruikt kunnen worden ten behoeve van  de gehele zone in overeenstemming met de bedoelingen van het verdrag van Lissabon?

Want het is overduidelijk dat Griekenland onder het bewind van de Troika 25% van de economie heeft zien verdwijnen, meer dan 25% van de werkenden de baan heeft doen verliezen, meer dan 50% jeugdwerkeloosheid heeft veroorzaakt en een groot deel van de bevolking in de armoede heeft gestort. Het is dan ook zeer onwaarschijnlijk dat een voortzetting en zelfs verzwaring ervan  een positieve uitwerking zou hebben.

Natuurlijk is Griekenland zelf ook debet aan de malaise. De oude regeringen hebben niets of te weinig gedaan aan het hervormen van de belastinginning, de vriendjespolitiek; het vrijstellen van belastingplicht, de corruptie en de wurgende bureaucratie. Maar het toezicht van de eurozone hierop heeft evenzeer hopeloos gefaald. En laten we niet vergeten dat er meer lidstaten zijn die niet of onvoldoende hervormd hebben voor wie een milder regime geldt.


In feite valt alles terug te voeren op de onmogelijkheid landen die zo verschillend zijn in cultuur, wetgeving, economisch potentiëel in één muntunie op te nemen in de hoop dat de zwakken zich aan de sterken zullen optrekken. 15 jaar eurozone heeft toch wel geleerd dat dat een utopie is.

Iets wat na de tweede wereldoorlog een probaar middel bleek om toekomstige oorlogen in Europa te vermijden, de kolen en staal gemeenschap, de Europese Economische Gemeenschap, beide niet politieke verdragen die de economie van Europa tot welvaart en economische ontwikkeling brachten moest worden aangevuld met een idealistische maar niet realistische  politieke gemeenschap die in de verdragen van Maastricht en Lissabon door tweeslachtigheid en onvolledigheid van de bepalingen tot de huidige impasse en onuitvoerbaarheid heeft geleid.

Is er een nieuwe weg mogelijk uit een verdrag dat voor elke wijziging unanimiteit eist van een steeds groter wordend aantal lidstaten met elk de eigen belangen en verbodslijsten.

Want het steeds verder van de oorsprong afwijkende interpreteren van de verdragen  heeft zijn grenzen bereikt.
En een zo alles omvattend verdrag dat daardoor niet aangepast kan worden aan de eisen van een steeds sneller veranderende economische en politieke wereld is een fatale belemmering voor het zich medeeontwikkelen in die 21ste eeuw  wereld zonder communicatieve grenzen.

 

 

 

mardi 7 avril 2015


 

 

Uitgestelde Belasting Waardepapieren
 
Sinds enkele maanden weten we dat de ECB de eurozone banken aan een zware liquiditeits en solvabiliteitstest heeft onderworpen en dat we dus op onze banken kunnen bouwen. Zij hebben zich  tegen omvallen gewapend.

Wat lezen we nu echter in Der Spiegel. Het blad schrijft dat de EU Commissie meerdere Zuideuropese landen ervan verdenkt  noodlijdende banken met ontoelaatbare staatshulp te steunen. Dat kan nieuwe schokgolven door de bankensector sturen, vooral in Griekenland.

De Financiële Times bericht dat een team van experts onderzoekt of de regeringen van die landen noodlijdende banken borgen. Het gaat hier om "deferred tax assets", waardepapieren  waarop verliezen geboekt staan die later van de belasting kunnen worden afgetrokken.

In Griekenland,  Spanje, Poertugal en Italië is de nationale wetgeving in het afgelopen jaar zo gewijzigd dat banken zulke waardepapieren tot hun kernkapîtaal kunnen rekenen. Dus tot de middelen die in noodgevallen gebruikt kunnen worden om crediteuren te betalen. Dat heeft die banken kunnen stabiliseren.

Wanneer voor een van die banken echter de ondergang dreigt moet de nationale regering hen van het bankroet redden door dat te verrekenen belastingvoordeel. Velen in Brussel houden dat voor oneerlijke staatssteun.

De discussie in de EU commissie heeft volgens de Spiegel verreikende gevolgen. Zonder deze waardepapieren slinkt de kapitaalbuffer van de vier betreffende landen, volgens ECB tellingen met tot 40 miljard euro kernkapitaal. In Griekenland bestaat het kernkapitaal tot 30 à 40% uit deze deferred tax assets.
 

Het lijkt mij dat de EU Commissie zich wel rijkelijk laat over deze dubieuze wijze van kernkapitaal vorming  voor de zuid europese banken buigt. Deze handelswijze was ook bekend voor de stresstesten werden afgenomen. Nu moeten we dus tot de conclusie komen dat bij deze test in feite (deels) oninbare vorderingen van de banken tot ware assets zijn gepromoveerd. Natuurlijk zijn de nationale regeringen verantwoordelijk en gemachtigd tot het opstellen van de fiscale wetgevingen maar de ECB bepaalde de waarde van de assets voor de stresstests.


Een ander gevaar dreigt voor de QE. Het lijkt niet onaannemelijk dat banken bij voorkeur deze deferred tax assets aan de ECB ter aankoop zullen aanbieden. Als bij de stresstests deze assets als volwaardig zijn aangemerkt, hoe kan de ECB ze dan weigeren?


Het geeft ook het gevaar aan van een bankenunie met onder elkaar verdeeld risico (de "bankenpot"). Er zijn dan twee categorieën banken, die zonder deferred tax assets, de noordeljke dus en de andere waarvan dus het kernkapitaal deels van dubieuze waarde is en waar de kans dus aanzienlijk groter is dat noordeljke banken moeten bijspringen om de zuidelijke op de been te houden.


Ook hier weer komt de onmogelijkheid naar voren om zo sterk van elkaar verschillende economieën en financiële instellingen op een zinnige wijze aan elkaar te koppelen.


Geen enkele politieke constructie is in staat dit op economisch gezonde basis te doen. Of het nu bankenunie is, halfslachtige fiscale unie of volslagen politieke unie is. Alleen van binnen uit kan een landseconomie zich ontwikkelen op eigen kracht en binnen eigen mogelijkheden.

Men hoort het nu al bij het in werking stellen van het geldverruimings programma van de ECB. Dat maskeert de geldelijke problemen van de zwakke staten. Onmiddellijk wordt de vrees uitgeproken dat deze lidstaten daardoor niet meer de dwingende noodzaak van interne hervormingen zo sterk zullen voelen en zich badend in het extra geld dat geschapen wordt op de oude voet zullen doorgaan tot de volgende crisis zonder adequaat te hervormen.
 

Griekenland is slechts een station op de spoorlijn van de crisislijn die Eurozone heet. Zodra dat gepasseerd is doemt het volgende crisisstation al weer op.

 

 

 

 

dimanche 5 avril 2015


De ECB bestuurs vergadering  op Cyprus begin maart.

een beschouwing van inhoud en context.
taaie kost en natuurlijk niet volledig, maar nuttig om wat inzicht te krijgen in hoe de ECB werkt en discussieert.

 Wat mij bij het lezen van het verslag van het ECB bestuur in Cyprus begin maart opvalt is de eenzijdigheid van de wijze van prognoses maken. Normaal gesproken zou je minimaal drie scenarios moeten hanteren. Het gunstige, waarbij alle parameters inderdaad zullen kloppen, het ongunstige waarbij de parameters door gewijzigde omstandigheden niet meer kloppen en tenslotte een gematigd  scenario dat tussen gunstig en ongunstig in hangt. Dat derde kun je desnoods latens schieten maar de eerste twee niet.

De wereld is een een staat van onzekerheden zoals lang niet gekend. De strijd tusen Soenieten, aangevoerd door Saoedi Arabië, en Sjiieten gesteund door Iran die nu de zeggenschap over de havenstad Aden in Jemen betwisten, in de Golf van Aden de belangrijke doorvoerader voor olie en de route om niet om Zuid Afrika te hoeven varen. Strategisch dus niet onbelangrijk om het zacht te zeggen.

De sancties tegen Rusland die de herinneringen van de koude oorlog weer oproepen met troepenconcentratraties, stationeren van vliegtuigeskaders en de angst voor militaire ingrepen. Rusland waarvan we voor onze gasvoorziening voor een belangrijk deel afhankelijk zijn. Natuurlijk zijn wij ervan overtuigd dat wij gelijk hebben en vergeten dat datzelfde ook voor Rusland kan gelden.

De situatie rond Griekenland is explosief. Beide kampen hebben zich ingegraven en toezeggingen beiderzijds zijn miniem. Maar de tijd dringt.

Al deze geopolitieke gebeurtenissen kunnen de economie van de wereld en dus van de eurozone voor een aanzijnlijk deel bepalen. Daar zou dus aandacht aan moeten worden geschonken.

De volgende punten uit het verslag van de bijeenkomst begin maart zijn natuurlijk niet volledig, maar de belangrijkste onderwerpen zijn behandeld. Het is taaie kost maar vergeet niet dat ons leven en onze welvaart er voor een belangrijk deel door worden bepaald.

In de pas vrijgekomen notulen van de vergadering van het bestuur van de ECB begin maart in Cyprus lees ik in het overzicht dat de heer Coeure gaf over de recente ontwikkelingen op de financiële markten dat de aankondiging van het QE programma van de ECB al geleid heeft tot

-lagere yields voor staatsleningen en tarieven voor de geldmarkt soms zelfs met negatieve rente

-verdere daling van de euro ten opzichte van de dollar

-de verschillen in yields binnen de de eurozone waren kleiner geworden

-inflatievewachtingen waren in het begin gestegen maar daalden daarna weer tot ongeveer  1,6%

-de eurozone beursmarkten presteerden beter

=typisch dat uitgezonderd het enige doel van de QE, de inflatieverwachting, die weer terugzonk na een stijging, juist de andere niet bedoelde bijkomende veranderingen optraden.Niet dat ze onwelkom zijn voor een eurozone opleving, maar wel als secondary effects.De QE wordt ook overdadig aangeprezen tijdens de bijeenkomst

Daarna gaf de heer Praet een analyse van de economische en monetaire aktiviteiten in de eurozone.

Het globale herstel, hoewel enigszins verzwakt in het vierde kwartaal 2014, toont tekenen van herstel in 2015 gesteund door de daling van de olieprijzen. Inflatie als energie en voedsel niet worden meegerekend, is 1,7%.

Sinds de vergadering van 21 januario is de euro 4% minder waard tegenover de dollar, Brent olie nog 50% beneden 2014. Non energy commodity prices 3% lager.

Real GDP 0,3% hoger in vierde kwartaal 2014. Indicators wijzen op doorgaand economisch herstel in 2015. Werkgelegenheid gestegen 0,2% derde kwartaal 2014, productiviteit gestegen 0,2% op jaarbasis.

Maart 2015 ECB staf ziet jaarlijkse real GDP groei in 2015 1,% groeien, 1,9% in 2016, 2,1% in 2017.

Omhoog geschat  door lagere olieprijzen, lagere euro wisselkoers en ECB  niet-standaard monetaire politiek sinds juni 2014.

Inflatie eurozone -0,2% december 2014, -0,6% januari 2015.Februari opgeveerd tot - 0,3%.

Productieprijzen gedaald tot 0,7% in december.

Imoprtpriizen voor non food gestegen door de waardedaling van de euro.

Inflatie zal enige tijd laag blijven or negatief. Dollar olieprijzen zijn deels oorzaak. Het verdwijnen van het gevolg daarvan en de verwachting van een  gestegen vraag en de niet standaard maatrgelen van de ECB zouden een langzame stijging van inflatie cijfers veroorzaken.

De ECB maart 2015 inflatieverwachting vooraf 0,0 in 2015, 1,5 in 2015 en 1,8 in 2017, lager dan in december voorzien door de olieprijsdaling, maar hoger in 2016 door de monetaire maatregelen. Voor de 5 jaars  termijn werd 1,77% voorzien.

Lange termijn obligatie yields verlaagd door de uitgebreide APP (=geldverruiming).

Meer leningen hoewel op laag niveau. M3 van 3,8% in december naar 4,1% in januari 2015.

Fiscale politiek voornamelijk neutraal.


Opsomming van het betoog:

economische aktiviteit opgeleefd hoewel met risicos

inflatie langzaam dichter bij 2%

geld en krediet dynamiek versterkt


de besluiten van 22 januari van de ECB hebben een grote bijdrage geleverd tegen het risico van een te lange lage inflatie.

Nu geen noodzaak voor verandering, maar geen zelfvoldaanheid want belangrijke uitdagingen blijven bestaan,lage potentiële groei en hoge werkloosheid.

ECB leden acoord met Praet.

Algemene discussie.

Leden namen nota van de invloed van de niet standaard monetaire stappen (QE, geldverruiming)

Export profiel de opvatting  dat een grotere invloed van de waardevermindering van de euro op de export niet uit te sluiten was. Zaken investeringen werden voorzien die aan het herstel zouden bijdragen. Maar er was nog maar weinig bewijs dat de investeringen herstelden als het aangenomen gevolg van winstherstel en aandelen waardering.

Structurele hervormingen speciaal van de arbeidsmarkt zouden de output gap in het begin kunnen vergroten daar ze niet gepaard gingen  met een overeenkomstige verhoging van het real GDP. Maar op de korte duur bij liberalisering van sommige markten wel. Zo zouden ze een inflatie verhogende invloed kunnen hebben.

De onzekerheid van de prognoses wordt groter omdat de horizon nu op 2017 is gesteld.

de negatieve risicos voor groei zijn geopolitiek en eurozone politiek binnen en buiten de zone.

Ook de onvoldoende vorderingen met de structurele hervormingen vormen een risico. De geprojecteerde vooruitgang kan de aandrang voor structurele hervormingen verzwakken.

Het S&B pact.Gevolgen van de  flexibele uitleg ervan op de korte termijn zijn waarschijnlijk beperkt maar de negtieve effecten over de overal geloofwaardigheid van het fiscale framewerk potentiëel aanzienlijk en kan de effectiviteit van het APP aantasten. Maar een te restrictieve politiek nu moet voorzichtig worden bekeken.

En zo werd er verder gesproken over deze onderwerpen. Het geeft een feitelijk beeld van de huidige toestand, gebaseerd op beschikbaar feitenmateriaal dus.

Maar wat de toekomst betreft is alles gekleurd met "zou kunnen" , misschien maar". Begrijpelijk, maar een prognose op zo'n manier bedacht geeft toch niet veel zekerheid en vertrouwen.


Maar het geeft in ieder geval een indruk van de wijze waarover over onze monetaire toekomst wordt besloten.

 

jeudi 2 avril 2015


Greece's choice:
going down under their own steam or
going down under eurozone supervision.
 
Heeft Griekenland echt een keus. Ik betwijfel het. Griekenland zit tussen de Scylla en Charybdis, between the devil and the deep blue sea, tussen eigen ondergang of ondergang onder de eurozone eisen.

Griekenland had nooit tot de eurozone toegelaten mogen worden. Wijsheid niet achteraf, want het is toegelaten terwijl de eurozone wist dat het niet aan de voorwaarden voldeed. Maar dat deed ook België niet. Heeft Griekenland ooit van de eurozone geprofiteerd? In 1981 is het tot de EU toegetreden en in 2001 de eurozone binnengezwaaid. Tot 2009 heeft het de eurozone gefingeerde begrotingen en budgetten voorgehouden die blindelings werden geaccepteerd. In dat jaar bleek hoe ver de werkelijkheid afweek van de voorspiegeling. Kennelijk was de controle door de eurozone een wassen  neus.

In 2010 bleek dat Griekenland niet meer aan zijn financiële verplichtingen kon voldoen, het land was technisch bankroet.

De reële oplossing zou geweest zijn de normale gang van zaken te volgen. Griekenland zou moeten devalueren en om dat mogelijk te maken uit de eurozone stappen. Het bezwaar hiertegen was de verwikkeling van de banken in de eurozone die in slechte staat verkeerden en door Griekenland meegesleurd zouden worden. De besmetting. Duitsland werd overreed af te zien van het gestelde in het verdrag van Lissabon, het verbod van directe steun van lidstaten onderling, de eerste bailout was een feit. Een lening aan Griekenland van vele tientallen  miljard euro onder strenge voorwaarden van hervorming en bezuiniging. Al gauw bleek één bailout niet voldoende en volgde een nog grotere tweede onder weer stengere voorwaarden van austerity.

 

 
Als we zien hoe de baillout bedragen besteed werden dan blijkt dat slechts een gering percentage Griekenland ten goede kwam. De grootste bedragen gingen naar het betalen van de schulden aan de banken.

 


 

Naar schatting zo'n 16% kwam de Griekse economie ten goede.
De austerity voorwaarden hadden een verwoestende invloed op de Griekse economie zoals te zien valt in de volgende tabel.
 
 
Een enorme teruggang van Bruto Binnenlands Product.
In begin 2015 was er een zij het zeer bescheiden groei maar veel te gering om enige onvloed te hebben.


In 2011 werden als voorwaarden voor de bailout onder andere besloten:

-overheidssalarissen korting van 20%
-personeel staatsondenemingen  korting salarissen 30%
-pensienen hoger dan 1000 euro per maand korting 20%
-gepensioneerden jonger dan 50 jaar korting 40%.


Bij de tweede bailout in 2012 werden verzwaringen van de voorwaarden doorgevoerd.

-het standaardminimum inkomen korting 22%
-idem voor jonger dan 25 jaar 32%.
-salarisbevriezing publieke sector
-supplement op pensioenen (waarvoor premies betaald) korting tot maximaal 30%

Nu wil de eurozone nog verder salaris en pensioen kortingen.

Als we naar de meetbare gevolgen kijken zien we:
 
=overheid

-een enorm begrotingstekort omgezet in een klein primair overschot (dwz zonder rekening te houden met te betalen rente op leningen)
-geherkapitaliseerde banken en van 18 naar 4 commerciële banken

=bedrijfsleven en bevolking

 -enorme stijging werkloosheid tot boven 25% voor jeugd tot boven 50%. Nu gestabiliseerd of een weinig teruggelopen
-een krimpende economie, 25% sinds voor de cirisis
-een grote daling in lonen en salarissen
-latere pensioenmeeftijd van gemiddeld 61 in 2010 naar 65.
-een ontzagwekkende vermeerdering van de staatsschuld. In 2010 130% nu 175%.

 Zoals ik al steeds heb betoogd, staat en banken worden in stand gehouden ten koste van de welvaart van de bevolking.

Dat er grote elitaire groepen zijn die zich aan de bezuinigingen op de bevolking hebben kunnen onttrekken maakt het geheel nog triester.

Het  is dus begrijpelijk dat de nieuwe Griekse regering zich verzet tegen verdere hervormingen die neerkomen op nog grotere inkomensverlaging voor de werkenden en gepensioneerden maar geen bijdrage leveren aan de verbetering van de economie.


De keuze is nu tussen drie mogelijkheden:

-de Griekse regering gaat accoord met de afgedwongen voorwaarden van de Instituten
-de Griekse regering gaan niet accoord en verlaat (hoewel dat officiëel niet mogelijk is) de eurozone en waarschijnlijk dan automatisch de EU en dus de vrije markt
-de Griekse regering gaat niet accoord maar blijft in de eurozone en eist op dezelfde wijze als de andere lidstaten behandeld te worden door de ECB.

In de twee laatste gevallen zou de Griekse regering geldelijke steun uit andere bronnen kunnen trachten te verkrijgen zoals bijvoorbeeld Rusland of China.

Terugziende op de geschiedenis sinds de eerste bailout moet je je toch wel afvragen hoe het mogelijk is dat er in die jaren zo'n enorme teruggang in de economie is geweest zonder dat de eurozone daar in heeft ingegrepen maar zich slechts geörienteerd heeft op de fiscale toestand van de Griekse staat en banken.

Er zou in plaats daarvan vanuit de EU meer aandacht moeten zijn geweest voor het totale beeld. Nu heeft men de gewone bevolking laten verkommeren en  de economie laten afglijden en zich alleen druk gemaakt over de terugbetaling van schulden.
 
Vrijwel alle economen zijn het erover eens dat Griekenland nooit in staat zal zijn de enorme schuldenlast terug te betalen. Door de bailouts is die schuldenlast alleen maar verder opgelopen. De Griekse elite heeft zich buiten schot weten te houden. Ook daar is geen aandacht aan geschonken. Beide partijen hebben het zover laten komen dat er geen gepaste oplossing meer te vinden is en voeren een verbeten strijd over de te  winnen kruimels. Een in en in triest beeld van de eurozone en de EU