mercredi 11 mars 2015

De zekerheid van wat?
 
Draghi verklaart, lees ik,  dat zijn QE en andere maatregelen de inflatie op de gewenste 2% zullen brengen. Maar waarop is die zekerheid gebaseerd?
Niet op Japan dat wanhopig probeert zonder 2% ook maar te benaderen. Niet op de USA waar deflatie wederom dreigt. Niet op de UK waar Draghi's collega juist zegt dat het niet helpt. Dat de dalende olieprijzen juist de economie stimuleren. Waar dan wel?
Is de wereldwijde lage inflatie niet een normale ontwikkeling in een nieuwe globale setting? Waar nieuwe grenzen en nieuwe krachtposities zich manifesteren?
Is het niet beter zich daarop te richten?
 
Waar haalt Draghi  zijn zekerheid vandaan?
 
 

De Zuid Euro geschapen door de ECB

 
De euro blijft in waarde zakken. Was eerst 1,10 dollar een schrikbeeld, nu is de werkelijkheid al 1,07 en pariteit, een euro voor een dollar, al geaccepteerd en wordt zelfs een koers van 0,85 niet als onmogelijk gezien. Dat wil dus zeggen dat men het niet meer weet.
Natuurlijk is dan de verwijzing naar de kracht van de dollar een mooi excuus. Ja, de USA profiteert voluit van de lage olieprijs in dollars die in de eurozone 20% minder voordeel oplevert door de devaluatie van de euro. De USA profiteren ook van het goedkope schaliegas en olie waarvan de exploitatie door de razendsnelle nieuwe fracktie technieken steeds goedkoper wordt. De USA profiteren van de daardoor lage energiekosten waardoor bedrijven meer lucht voor investeren en de consument met hetzelfde inkomen meer koopkracht heeft.

Maar de euro daalt niet alleen in waarde ten opzichte van de Amerikaanse dollar maar ook tegenover Zwitserse franc die de koppeling met de vallende euro heeft moeten loslaten, tegenover de Canadese dollar, de Australische dollar, de Zweedse kroon en  andere belangrijke valutas. Als voorbeeld hieronder de val van de euro ten opzichte van het UK, ook lid van de Europese Unie.
 
 

De euro is de munt van het falende zuiden geworden en is niet meer die van succesrijkere noorden.

Wat gemakshalve vergeten wordt is dat door deze waardeval van de euro niet alleen de export wordt bevorderd, althans dat is de theorie, maar ook dat de import evenredig duurder wordt.

Vergeten wordt ook voor het gemak dat het voor de interne handel in de eurozone door die gemeenschappelijke munt niets uitmaakt. Althans op het eerste gezicht. Want weliswaar heeft de eurozone een groot handelsoverschot en profiteert door het verschil tussen grotere export en duurdere import. Maar dat handelsoverschot komt voor rekening van de meer exporterende landen en export is per definitie naar buiten de eurozone, handel tussen de lidstaten is interne verplaatsing van goederen en diensten.

 


 export december 214           161,5 miljard euro

import decembeer 2014       137,2 miljard

 
De lidstaten met een positieve handelsbalans profiteren van de waardedaling en de andere die een negatieve handelsbalans hebben lijden, tenzij zij hun export door die val van de euro zo sterk kunnen opvoeren dat hij de import in waarde overtreft.

Zo is dat schijnbare voordeel van de vallende euro een zwaard van Damocles.

Vergeten  wordt ook dat de eurozone, behoudens landbouw producten, geen grondstoffen heeft en die alle moet invoeren. Gas en olie bijvoorbeeld. Met huivering moet men hopen dat  de olieprijs zo laag zal blijven. En de wereldhandel vindt plaats in dollars.

In de USA ziet men de inflatie snel terug lopen. Geen wonder met die meer dan gehalveerde olie en dus energie prijzen. Daardoor is het een logisch verschijnsel dat de economie zelfs verder aanjaagt door de ermee verbonden relatief grotere koopkracht.

In de eurozone zullen we waarschijnlijk het tegenovergestelde gaan zien: de duurdere import zal hogere prijzen dus stijgende inflatie veroorzaken. Maar bij gelijkblijvende inkomens zal doordoor juist de koopkracht relatief afnemen. Netto nadeel.

Dat kunnen de strerkere landen wellicht opvangen door de groeiende export maar niet die landen die die vergrotingvan de export niet kunnen verwezenlijken.

En, zoals ik al meer heb gezegd, de lidstaten beconcurreren elkaar binnen de eurozone. Elke lidstaat heeft zijn eigen handelsbalans waarin binnen en buiten moeilijk te scheiden valt. En ook bij de export naar buiten de eurozone.

Dus bij interne verplaatsing van goederen en diensten van de ene lidstaat naar de andere profiteert de ene lidstaat ten koste van de ander. Alleen bij gelijke interne verplaatsingen gebeurt dat niet. Bij een zeer geringe groei van het Gross Domestic Product van de gehele zone telt dat flink aan.
Het verklaart dat Duitsland een steeds sterkere poitie in kan nemen, het neemt een flink deel van de export naar buiten voor zijn rekening dus zijn external handelsbalans is ijzersterk. Andere lidstaten kunnen dat niet evenaren. Zij importeren ook vanuit Duitsland op de pof, hetgeen mogelijk is gemaakt doot het target 2 systeem, en door leningen. Zo ontstaat met Dutsland een onhoudbare onbalans. Zo ook, in mindere mate, met Nederland. In plaats van dat deze verschillen kleiner worden vreten ze verder door. De eurozone heeft dat laten doorwoekeren en daar plukken we nu de wrange vruchten van.
Om het zuiden en Frankrijk betere kansen te geven wordt de euro door de QE veel minder waard gemaakt hetgeen theoretisch het zuiden dus betere kansen geeft op de externe markt te concurreren. Maar zoals ik boven heb geschetst, het kan zich ook tegen het zuiden keren als die kans op grotere export niet genoeg aan echte groei  oplevert om het schuldpercentage redelijk te maken. En het schuldbedrag neemt per definitie toe met het percentage begrotingstekort, ongeacht groei. In 2014 was dat tekort 2,9% eurozone breed. Dus is de eurozone schuld ook met dat percentage toegenomen.

Pas bij een begrotingsoverschot gaat het schuldbedrag verminderen. Daar is de eurozone (en de gehele wereld) nog lang niet aan toe.
 
De Euro is nu de munt van het zuiden geworden. De keiharde wet, de groei naar het lagere niveau.

 

 

lundi 9 mars 2015


 

Het gevaar VOOR de democratie en het gevaar VAN democratie voor de eurozone.

 
staat de democratie de eurozone in de weg?
Het is maar zoals je het bekijkt.

Het houdt niet op. Al sinds het fatale moment dat de Europese leiders van de economische vruchten van de Europese Economische Gemeenschap de sprong maakten naar een vreemd soort politiek verenigd Europa wordt er eindeloos over gediscussieerd.

Een monetaire unie zoals de EMU, de eurozone, zonder een wetgeving die voor alle aan die EMU deelnemende landen identiek is tot ondergang gedoemd.

En toch is dat de soort die de Europese leiders kennelijk voor ogen stond. Anders hadden ze nooit het fiscale beleid aan de lidstaten overgelaten. Anders hadden ze nooit de clausule over het verbod van directe steun van lidstaat aan lidstaat en van ECB aan lidstaat in de verdragen opgenomen.

Overigens beide clausules die nu via ontsnappingsroutes ontweken worden.

Zij zagen een utopisch, op ideologische saamhorigheid geschoeid Europees verbond van financiëel en economisch zelfstandige landen die hun beleid op elkaar wilden afstemmen. Waar een aantal geselecteerde lidstaten de voorhoede zouden vormen van die federatie en naarmate de overige staten daar economisch aan toe waren deze er ook aan zouden deelnemen. Een naar elkaar toegroeien met welvaart en werk voor allen.

Een vroom idealisme.

Misschien zou dat een kans hebben gehad indien de deelnemende landen overeenkomstige krachtige economieën hadden. Maar zelfs daar waren enorme verschillen in. Afgezien nog van de verschillen in taal en cultuur. Een in opzet al gedoemd project helaas zonder nooduitgang. Want erin betekende voor altijd.

Zo staat nu in the Guardian een artikel met de titel "Europa wordt aan stukken gescheurd maar de marteling zal langzaam zijn".Een artikel met een verborgen gevaarlijke angel.

Het onderwerp is het standaard beeld, de scheiding tussen noord en zuid. Volgens de auteur faalt de eurozone, als een krakkemikkige tractor, langzaam. Zelfs al zou Griekenland er geen deel meer van zou uitmaken zal hij niet in de naaste toekomst uiteen vallen, maar doorploeteren met langzamer groei, minder banen, meer menselijk leed dan indien dezelfde landen geen monetaire unie hadden gehad. Maar de ellende zal ongelijk verdeeld zijn tussen schuldhebbende en schuldeiser landen, het worstelende zuiden en het nog voorspoedige noorden.

Op een gegeven moment zal hij vastlopen maar dat kan lang duren.

De oorzaak is het structurele probleem, de monetaire unie is Europees maar de democratische politiek is nog steeds nationaal.

Austerity en hervormingen, zoals Duitsland wil, zijn niet de oplossing. Een op Duitsland gebaseerde eurozone is een utopie. De volkeren zijn anders, andere culturen.

Daarna komt het volgende bekende thema: een monetaire unie zonder fiscale of politieke unie is het paard achter de wagen spannen.

De nationale democratie veroorzaakt een groeiende spanning met Europese integratie. Daar valt niet veel aan te doen want de macht ligt voornamelijk bij de democratisch gekozen nationale regeringen. En dan volgt een soort open ending.

De democratie maakt de vervolmaking van de eurozone en dus de EU onmogelijk.

Want volgens de schrijver lost een fiscal transfer, geldstromen, of loonsverhogingen in Duitsland  om de zuidelijke lidstaten meer verkoop daar mogelijk te maken, niets op.

De nationale democratie staat de Europese integratie in de weg. Zo simpel is het.

De schrijver stelt wel dat hij bij de keus tussen democratie en een topdown Leniistische Europese integratie steeds een voorkeur zou hebben voor de democratie.

Katainen kan dan wel zeggen dat Brussel geen politiek wijzigt op grond van verkiezingen maar de schrijver vindt dat "you bloody well do".

Maar hij voegt er aan toe dat het toch zo is dat de structurele problemen van de eurozone een transnationale Europese democratische solidariteit van medeburgers eist die niet  tussen de verschillende nationaliteiten in de eurozone bestaat en niet spoedig in het vooruitzicht ligt

Wat dan, zegt de schrijver "My heart does not like what my head is telling me"
Kan de nieuwe generatie omstreeks  1989 of later geboren de politieke verbeeldingskracht en wil opbrengen die onze huidige politiek niet kan opbrengen.


Zo eindigt het artikel. Maar wat  indien die wil niet aanwezig zal zijn. Want in plaats van een paneuropese gedachte zien wij in werkelijkheid een steeds sterker groeiende hang naar nationale en zelfs regionale zelfstandigheid. In vrijwel alle lidstaten nemen de partijen die kritisch tegen een verdergaande integratie gaan in medestanders toe.

Bovendien is de impliciete aanname dat bij een politieke en fiscale integratie (want de een zonder de ander bestaat niet) de eurozone wel een succes zou zijn  althans levensvatbaar nergens op gebaseerd. Waarom zouden bij een gecentraliseerd bestuurd Europa, al zou dat een democratisch gekozen regering zijn, al die structurele verschillen tussen de dan vroegere lidstaten komen te vervallen?

De typisch socialistische gedachte dat dat vanzelfsprekend is. Regel iets centraal en het is goed.

Waarom zou het niet beter zijn om in plaats van een ondemocratische weg in te slaan de eurozone die in een democratische setting dus niet levensvatbaar is af te bouwen?

De schrijver geeft immers toe dat zonder eurozone de lidstaten er waarschijnlijkbeter aan toe zouden zijn. 

Of is afscheid van de democratie om het ideaal van het verenigd Europa te verwezenlijken aanvaardbaar als het alternatief opgeven van dat ideaal zou zijn? Het doel heiligt de middelen?
 
Hoe lang heeft het niet geduurd voor wij de democratie verworven hadden. Zouden we die moeten afschaffen voor een utopie?
 
 

 

 

 

 

 

samedi 7 mars 2015


De raket zit in de loop van de bazooka. Nu de trekker nog overhalen.
 

en pas op voor de de vlam die er achter uit schiet!


Het voor en tegen, risico en baat, alles is al over de QE van de ECB gezegd. De koers van de euro is weer verder gezakt tot 1,088 dollar. Een ware, zij het niet plotsklapse, devaluatie van de euro sinds mei vorig jaar van zo'n 20%.

De geschiedenis leert dat een devaluatie zonder hervormingen nutteloos is. Daar heeft Draghi weer op gewezen. Of die inderdaad zullen komen in de vorm van verdere gecentraliseerde macht voor Brussel of alleen  in de verschillende lidstaten die er niet zoveel voor voelen moet nog blijken. Of misschien gebeurt er niets.

De enige vraag die nog overblijft is wat gaat de ECB proberen te kopen. Staatsobligaties natuurlijk. In de Financial Telegraph stond een lijstje van instellingen die er ook bijhoren. Als ik ze doorneem word ik niet vrolijk. Daar valt geen stuiver aan te verdienen. Er kan nog over gedebatteerd worden of dat het interessante  = op de duur meer geld opbrengende investeringen of verkapte subsidies worden. Als het woord "sociaal" valt word ik achterdochtig.

16.16 The ECB will be buying bonds from the secondary market. This is to avoid any direct financing of governments. So who are the sellers going to be? The ECB has put out the following list of international institutions that it will buy the debt of: waar het dus de schuld van wil opkopen

Council of Europe Development Bank

European Atomic Energy Community

European Financial Stability Facility = opgegaan in de ESM en is voorganger daarvan.

European Stability Mechanism

European Investment Bank

European Union

Nordic Investment Bank

Caisse d'amortissement de la dette sociale (CADES) = La Caisse d’amortissement de la dette sociale (CADES) a été créée en 1996 pour "éponger" les dettes de la sécurité sociale. Elle a pour vocation d’apurer la dette sociale sur une durée limitée afin d’éviter qu’elle ne pèse sur les générations futures.

leningen om de tekorten van de verzorgingsmaatschappij te dekken. Elk jaar wordt veel meer dan het budget van de santé uitgegeven

Union Nationale Interprofessionnelle pour l'Emploi dans l'Industrie et le Commerce (UNEDIC) = association chargée par délégation de service public de la gestion de l'assurance chômage en France, en coopération avec Pôle emploi.

financiëel beheer van de werkloosheids en arbeidsvoorzienings fondsen.

Instituto de Credito Oficial = spaanse investeringsbank, geliëerd aan de European Investment Bank voornamelijk voor grote (infrastructuur) projecten

Kreditanstalt fuer Wiederaufbau

Landeskreditbank Baden-Württemberg Foerderbank

Landwirtschaftliche Rentenbank

Dus kredietvetrschaffende instellingen. Wat zal dat worden!

Over krediet gesproken, Tsipras vindt dat de ECB Griekenland een strop om de nek heeft gelegd door hun kredietpolitiek. Natuurlijk bemoeit de ECB zich niet met de Griekse politiek maar bewaakt uitsluitend de waarde van de euro en de houdbaarheid van leningen en zo.

Dat  ze zo de politieke keuzes van Griekenland een bepaalde hoek indrijft, namelijk geheel toegeven aan de eisen van de eurozone  is toeval. Maar niet leuk voor Griekenland. Of je nu door de hond gebeten of door de kat wordt gekrabd.

Beide zijden hebben het er naar gemaakt, dat is zeker.



 

 

 

 

 

jeudi 5 mars 2015


 

 

Today is QE Day

 
Vandaag komt het voltallige bestuur van de ECB in Cyprus bijeen. Natuurlijk komt Griekenland ter sprake, dat is een vast item.

Maar de hoofdschotel is de Quantitative Easing. Draghi gaat de details nu uit de doeken doen. Anderhalfjaar lang 60 miljard euro per maand bijdrukken om gedekte waardepapieren en vooral eurozone staatsobligaties aan te kopen zodat de verkopende banken elke maand 60 miljard cash  in handen krijgen om die weer te investeren of de eigen buffers te vergroten of wat dan ook.

Misschien zelfs langer dan 18 maanden want het is een open end programma. Het kan dus doorgaan tot die 2% inflatie bereikt is. Eeuwigdurend dus misschien.

Het is niet zonder risico want waardepapieren kunnen in waarde dalen of zelfs waardeloos worden en lidstaten kunnen defaulten en niet kunnen aflossen dus. Failliet gaan in mensentaal. Dan kan de ECB naar dat geld fluiten. Dat geeft in een constructie als de eurozone extra problemen. Want de ECB is niet de bank van één staat maar van negentien fiscaal onafhankelijke lidstaten. Je kunt niet de ene staat opschepen met de schulden van een andere, kijk maar naar een hypothetische kwijtschelding van Griekse schulden, hoe graag sommige dat ook zouden willen.  Dus moet er een constructie komen dat de staat van oorsprong van de verkopen aan de ECB voor 80% aansprakelijk wordt voor dat QE deel en alle borg staan voor de resterende 20%. Althans zoiets verwacht men.

Zo moeten er meer rimpels glad gestreken worden. Vanavond weten we het.

Gisteren heb ik al gesteld dat een van de niet beoogde maar als bijkomend verschijnsel toch aanwezige de instorting van de waarde van de euro is. Hieronder een grafische voorstelling van de gestage val van de euro sinds mei 2014. Alleen al bij de aankondiging van de QE. Een verdere daling tot 1,07 dollar wordt verwacht en sommige analisten zien zelfs een wisselkoers  van één euro op één dollar als mogelijkheid. Een forse devaluatie dus.


 Men zou kunnen verwachten dat die daling een forse stimulans is voor de export. In Frankrijk bijvoorbeeld zien we in de grafiek hieronder inderdaad sinds juli 2014 een minder  negatieve handelsbalans maar nog steeds negatief hetgeen betekent dat de gevolgen van de duurdere import nog steeds zwaarder wegen dan de voordelen van een goedkopere export. Pas als de handelsbalans positief wordt gaan de voordelen tellen.

 

 Een van de veronderstellingen bij de QE is dat de banken staan te springen om maandelijks voor 60 miljard aan assets aan de ECB te verkopen. En dus dat het bedrijfsleven staat te springen om dat geld weer van de banken te lenen.

Wat dat laatste betreft zijn de evaringen met de laatste twee tranches van de LTRO's niet bemoedigend. Ondanks de zeer aantrekkelijke rente was er niet veel vraag. Dat kan betekenen dat de banken het financiëel niet aantrekkelijk  vonden,  hetgeen gezien de door de ECB gevraagde rente niet aannemelijk is. Waarschijnlijker dat het bedrijfsleven geen interesse had of dat de banken het risico te groot achtten. Het is niet redelijk te verwachten dat dat nu met die 1100 miljard euros anders zou zijn. Indie paar maanden is er niet veel veranderd en zeker niet verbeterd.

Er is bovendien mondiaal geen gebrek aan geld. De QE geldenvan de USA zwerven nog rond.

Daar komt nog bij dat er voor de banken geen reden is veilige assets met een zekere opbrengst om te ruilen voor geld dat zij weer renderend moeten trachten te investeren. Dat in een tijd dat ze het zelfs niet kunnen parkeren bij de ECB want dan moeten zij zelf rente gaan betalen. De assets die de banken dus zullen trachten te slijten zullen de minder solide zijn. Daar de ECB toch maandelijks die 60 miljard kwijt moet zien te raken lopen ze de kans of een te hoge prijs te moeten betalen en wellicht zelfs de functie van een bad  bank met dubieuze waardepapieren te krijgen. Of ze raken die 60 miljard per maand  binnen de eurozone helemaal niet kwijt.

Tekenend daarvoor de wijze waarop nu Griekenland door de ECB wordt benaderd. En daar kunnen alleen financiële zekerheden in het spel zijn want de ECB kan zich niet mengen in de politiek van lidstaten. Hier speelt dus uitsluitend het financiële risico een rol. Andere effecten ervan zijn bijvangst.

Dat de lidstaten een flexibelere leen- en schuldpolitiek zouden kunnen gaan voeren en dus de banken nieuwe uitgiften van obligaties van de lidstaten zouden opkopen lijkt  hoogst onwaarschijnlijk. Daar zou het voornamelijk gaan om staten die al een veel te hoog schuldpercentage hebben. Zie de tabel hieronder.Het zou zelfs tot een obligatiekoop/verkoop spiraalkunnen leiden.


De  gegevens in de tabel voor 2015 zijn afkomstig van het World Debt Clock programma dat zo up to date mogelijk is. Bedragen in miljarden euros.

Hieronder  de geschiedenis van de consumentenprijzen van 2000 tot 2014, of te wel het inflatieverloop.
Het jaar 2005 wordt als basisjaar met factor 100 genomen. Met een paar kleine dips zien we een constant opgaande lijn. De inflatie, de prijsverhogingen dus of zoals men wil waardevermindering van de euro,  zet jaar na jaar door


Al deze prijsverhogingen moeten worden gecompenseerd door loonsverhogingen.

Hieronder de grafiek die dat weergeeft.

 
Stijgen de prijzen even hard als de lonen dan is er wat koopkracht betreft een stabilisering. Stijgen de lonen meer dan de prijzen dan is er sprake van toenemende koopkracht. Stijgen de prijzen daarentegen meer dan de lonen dan is er sprake van een verminderde koopkracht en lagere consumptie.
Maar indien de lonen sterker stijgen dan de prijzen dan kan dat alleen in stand gehouden worden door grotere productiviteit of lagere productiekosten.

Dit verklaart de toestanden in de zuidelijke lidstaten van de eurozone. Terwijl door de gemeenschappelijke munt, de euro,  de prijsstijgingen over het algemeen gelijk zijn in de gehele eurozone, zijn de lonen in die landen juist verlaagd om de concurrentie positie tegenover  andere lidstaten en het buiten euro gebied te verbeteren. Het gevolg is in die lidstaten een vermindering van de binnenlandse koopkracht, teruglopen van de vraag en consumptie, dus ophopen voorraden, vermindering of stilleggen productie, verlaging van marges en prijzen en deflatie als symptoom hiervan. Deflatie niet als de kwaal maar als symptoom van de economische ziekte.

De deflatie bestrijden heeft dus geen zin. Alleen een aantrekken van de economie zal de deflatie doen verdwijnen.

En uit de grafieken blijkt dat inflatie door loonsverhogingen moet worden gecompenseerd die dan weer hogere productiekosten dus prijsverhogingen veroorzaakt. Inflatie zonder loonsverhogingen leidt tot koopkrachtverlies en dus, hoe vreemd het ook klonkt, tot lagere vraag en op de duur deflatie.

In het Verenigd Koninkrijk heeft men berekend dat pas nu van een echte loonsverhoging sinds het uitbreken van de crisis in 2008 sprake is. In de tussentijd is er dus geen verhoging van de welvaart geweest.

Een complicatie is uiteraard dat diegenen die geen indexering van inkomen hebben, dus geen aanpassing aan de prijsverhogingen, de dupe zijn. In Nederland dus o.a. de spaarders en gepensioneerden.

De inflatie is wel gunstig voor schuld. De waarde van de schuld neemt evenredig met de inflatie af. In de zestiger jaren in Nederland liep de inflatie zo snel op dat het voordeliger was een schuld te hebben want de inflatie liep veel sterker op dan de rentetarieven. Veel huizenkopers in die tijd hebben ervan geprofiteerd.


Quantitative Easing, de middeleeuwse aderlating van de 21ste eeuw.

There is more between offer and demand than meets the eye.

 

 

 

 

 

 

mercredi 4 mars 2015


In Perspectief Quantitative Easing ECB en Schuld Griekenland en Deflatie

Griekenland heeft een voor het land onhoudbare schuld, 328,25 miljard euro nu volgens het World Debt Clock programma.
183% van het GDP van 179 miljard euro. Griekenland wil een haircut, partiële kwijtschelding van de schuld.
Het GDP van de gehele eurozone bedraagt volgens WDC 11441 miljard euro en de schuld van de lidstaten opgeteld bedraagt 11111 miljard euro, 97% van het eurozone GDP dus.
Om de Griekse schuld terug te brengen tot het eurozone percentage zou ongeveer 50% van de Griekse schuld moeten worden kwijtgescholden, zo'n 160 miljard euro, ruwweg 1,5% van de totale eurozone schuld. Percentagegewijs dus peanuts.

Over die Griekse wens tot kwijtschelding wordt scherp gediscussieeerd in de eurozone en de EU.

Neem daarnaast de Quantitative Easing geplanned door Draghi's ECB. Daar gaat het om het opkopen van gedekte waardepapieren maar voornamelijk staatsobligaties ter waarde van 1100 miljard euros. Dat betekent dat 10% van de eurozone staatsschuld zou kunnen worden opgekocht met nieuw geschapen geld van de ECB, gegarandeerd door de lidstaten.
Het doel van deze operatie is officiëel het op laten lopen van de te lage inflatie in de eurozone tot de door de ECB gewenste 2%.

Als wij daarbij in aanmerking nemen dat in de USA na een drietal meer dan twee maal zo grote QE operaties alweer de deflatie dreigt moeten wij toch twijfelen aan de effectiviteit van QE voor dat doel. In de USA heeft de QE immers  dat doel niet bereikt.
In Japan waar de QE een bijna kamikaze achtige omvang heeft bereikt wordt evenmin de 2% bereikt en krimpt de binnenlandse economie.

Maar over deze haast 10 keer zo grote financiële ECB QE blijft de discussie beperkt tot de ECB intern. De lidstaten hebben er geen zeggenschap over.
De QE kan leiden tot een bubble op de aandelenmarkt. De ECB maakt zich daarvan af door te zeggen dat dat niet tot hun werkgebied behoort.
Alleen al de aankondiging van QE door de ECB heeft de koers van de euro sterk omlaag gebracht. Dat is echter volgens de ECB niet het doel maar een bijwerking.
Het zou echter de concurrentiepositie van de eurolanden verbeteren. Verlaging van die koers is immers de vurige wens van Frankrijk en Italië. Vermeden wordt toe te voegen dat daardoor ook de import van goederen duurder wordt hetgeen een inflatoir effect heeft, prijsstijgingen van geimporteerde goederen en grondstoffen en ook van alle goederen die daar componenten van bevatten. Lidstaten met een negatieve handelsbalans lijden er dus onder terwijl lidstaten met een positieve handelsbalans er van profiteren. Dat zijn juist de sterke eurolanden. Door die importprijsstijgingen neemt de koopkracht echter relatief af.  Die geringe koopkracht is juist de oorzaak van de lage inflatie cq deflatie.

Een ander effect is dat aan de euro verwante landen meegesleurd worden door de val van de euro. Zwitserland heeft de band al losgelaten, andere landen moeten met het rentewapen proberen de klap op te vangen.

Globaal gezien zijn er ook repercussies. Centrale banken in andere muntzones nemen beschermingsmaatregelen. China bijvoorbeeld waar ook deflatie dreigt. Zo ontstaat een currency war die niets oplost.

De vraag die zou moeten gesteld en beantwoord worden is waardoor deze globale lage inflatie en dreigende deflatie ontstaat en of deze ontwikkeling echt zo dramatisch is.
Want inflatie is niets anders dan prijsstijgingen en deflatie prijsdalingen. Wijzigingen dus in de waarde van het geld. Veroorzaakt bijvoorbeeld door verbeterde productie methodes. In de loop van de geschiedenis van alles met de hand maken tot vergroting van de productie door steeds geperfectioneerdere machines die de menselijke productiviteit opvoerden en nu zelfs door robots die de taak van de mens soms geheel overnemen. En steeds heeft er aanpassing aan de ontwikkeling plaatsgevonden.
 
Dat zou zinniger zijn dan dat elke muntzone zichzelf probeert te beschermen door rente en geldverruimingsmaatregelen die een money glut veroorzaken, de oorzaakvan bubbles die op een gegeven moment toch zullen barsten terwijl het inflatieproblmeem er niet door wordt opgelost.

Het is vreemd dat de geluiden over de wijsheid van QE langzamerhand overgaan in een kritischer geluid waarvan het minste is dat er twijfel wordt uitgesproken over het effect ervan omdat deze QE veel eerder zou hebben moeten plaatsvinden.
Maar dat verklaart niet de USA en Japan effecten.
 En met de geldverruiming nemen de schulden ook dramatisch toe:

"The amount of world debt reached $199 trillion at the end of 2014, with the growth rate exceeding the pace of global economic expansion and the debt to GDP ratio increased from 269 to 286 percent".

En het eind hiervan is nog niet in zicht. In de eurozone neemt de schuld nog elk jaar toe met ongeveer 3% van het GDP, BBP, zolang de echte limieten van het S&G Pact niet worden nageleefd.

Daar ligt het echte gevaar.


lundi 2 mars 2015

De Zuidvruchten van de Euroboom
  

Elke winter publiceert de Europese Commissie een prognose over de economieën van de lidstaten. Uit de winter 2015 publicatie heb ik de tabellen over Griekenland en Frankrijk gepakt en ze hieronder naast elkaar gezet.

 



 

Bij vergelijking van de cijfers in deze twee tabellen zien we dat de EC een veel grotere groei van het BBP (GDP) van Griekenland ziet dan voor Frankrijk.

Ook het begrotingstekort voor Griekenland wordt lager ingeschat dan dat van Frankrijk. Griekenland vertoont in de prognose een surplus van 1,6%, Frankrijk blijft steken op een begrotingstekort van 4,1%.

Voor de inflatie ziet met een 0,3% nadeel voor Griekenland.

Het grote verschil ligt in de werkloosheid die in 2017 in Griekenland twee keer zo groot zou zijn als in Frankrijk maar met een dalende tendens.

Maar de klap bevindt zich in de staatsschuld, in Frankrijk stijgend van 92 naar 98%, in Griekenland stijgend van 115 naar 160%.

Griekenland staat zoals we weten onder scherp toezicht van de Troika, financiëel deskundigen van de Europese Commissie, Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds dat een eigen bijdrage heeft geleverd aan de bailoutbedragen.

Dat toezicht houdt in feite in dat de Troika bepaalt welke bezuinigingen en hervormingen die als voorwaarden aan de bailout zijn verbonden Griekenland moet doorvoeren. Griekenland wordt dus in feite financiëel bestuurd door deze Troika en moet deze condities alleen uitvoeren zonder inspraak te hebben.

Gedurende dit toezicht is de economie van Griekenland met 25% gekrompen, de werkloosheid gestegen tot boven de 25%, de jeugdwerkloosheid tot boven de 50%. Geen eclatant succes dus maar een debacle.

De opzet van dit bezuinigings en hervormingsprogramma was dat de Griekse economie gaat groeien, de staatsschuld terugloopt en het begrotingstekort omgezet wordt in een begrotingsoverschot.

In tabellen uit vorige blogs kan men concluderen dat het tegenovergestelde van deze opzet is bereikt.

Desondanks wordt een nog verdere bezuiniging vereist die voor het grootste deel door de toch al sterk verarmde werkende bevolking moet worden opgebracht.

Men kan stellen de toestand voor de bevolking zo hopeloos is geworden dat de regering bij verkiezingen is omver geworpen. De nieuwe regering eist terugbrengen  van de staatsschuld naar een aanvaardbaar niveau, een oplossing voor de grootste armoede door gratis electriciteit aan deze groep te verschaffen en voedselbonnen  en nieuwe onderhandelingen te beginnen met de EU, IMF en ECB over mildere voorwaarden die volgens de nieuwe regering wel kunnen leiden tot een verbetering van de Griekse economie.

De Eurogroep eist onverminderd voortgaan met de huidige voorwaarden, die nog verscherpt moeten worden en weigert enige kwijtschelding van schulden. De Europese Commissie lijkt wat milder en geneigd tot onderhandelen, de ECB heeft er, volgens de voorlopige opinie van het Europees Hof niets mee te maken omdat dat het ingrijpen in de economie en politiek van een lidstaat zou zijn hetgeen niet strookt met de taak van het ECB. In hoeverre die opinie gevolgd wordt is onduidelijk.

De nieuwe Griekse regering zet in op betere belasting inning, onder hen theoretisch beter mogelijk dan onder de door vriendjespolitiek dooraderde oude regering en kan om dezelfde reden ook scherpere wetgeving doorvoeren. Datzelfde geldt voor de hervorming van de verstikkende bureaucratie.  Die twee zouden een veel betere inkomenssituatie voor de overheid scheppen.

Maar tezelfdertijd zou de belastingdruk op de werkende bevolking verkleind moeten worden. Deze mix van maatregelen zou, indien effectief doorgevoerd de economie behoorlijk opvijzelen.

De grote vraag is of de nieuwe regering dat werkelijk zou doen of vervallen in de oude situatie waar alleen de belanghebbenden anderen zijn.


Waarom die vergelijking van tabellen met Frankrijk? Wel, voor Frankrijk wordt voor de derde maal in  successie het stabiliteits en groei verdrag niet toegepast en een niet aanwezige flexibiliteit erin verondersteld. Valls is vast van plan zijn hervormingen door te voeren. Ook die moeten nog goedgekeurd worden. Daar bestaat ook een groot verzet tegen. Maar Frankrijk verdient door Valls opzet nogmaals uitstel nu tot 2017 om tot een tekort van 3% te komen vanuit de huidige  min 4,1%. (Griekenland moet dan komen tot een surplus van 1,6% vanuit een tekort van 12,7%).

 
Natuurlijk heeft Griekenland een enorme staatsschuld. Maar de bailouts hebben  daar niets aan verbeterd. De toen bestaande schulden zijn afbetaald aan de banken met die door de ECB en ESM verschafte bailout bedragen. Een verschuiving van banken naar belastingbetaler.


Verdient Griekenland een kans door, zoals toch zou gebeuren, die schulden een aflossingstermijn van 50 jaar te geven met een nominale rente.

Een overbruggingskrediet, dus geen lening die de staatsschuld nog verder zou verhogen, om de periode te overbruggen tot verbeterde belastinginning genoeg oplevert om ongesteund en zelfstandig, zoals Frankrijk, verder te gaan en hervormingen zelf door te voeren.

Daarna kan altijd nog bekeken worden of het lukt.

Psychologisch gezien heeft dat een grotere kans dan dwang uit Brussel die de afkeer daarvoor nog groter zou maken.

Aan de andere kant zal een vermindering van de bezuinigingsdruk slecht overkomen bij de landen die wel de uitmergeling van de austerity hebben doorstaan. En van overnemen van Griekse schulden, want dan houdt kwijtschelding in zal helemaal geen sprake kunnen zijn. Bovendien zouden beide de oppositiepartijen in vooral Italië en Spanje  een zwaar wapen in handen geven. Er zit dus behalve een economisch ook een belangrijk politiek aspect aan.

 Dat alles toont weer aan dat Griekenland een symptoom is van de eurozone die een onbereikbaar ideologisch monstrum is.


Volgende keer wat over het andere twistpunt, de Quantitaive Easing van de ECB. De sprong van 1100 miljard euro in het duister of misschien wel in het water gooien ervan.

 

 

In de olie


Kartelvorming en gezamenlijke prijspolitiek is in het zakenleven verboden. In de olieindustrie echter is het een gevestigde traditie. Of was?

De OPEC landen hebben altijd hun productie afgestemd op de vraag op zo'n wijze dat productiekosten in geen verhouding tot de marktprijs stonden. Liep de vraag terug dan verlaagden ze de productie, liep de vraag op dan gebeurde het omgekeerde. Zo bleef de prijs  van olie kunstmatig bepaald binnen nauwe marges.

Voor andere olieproducerende landen was productie alleen economisch zinnig als de OPEC prijs hoger was dan de  productiekosten van die andere landen. Met recht kon gezegd worden dat de OPEC de oliemarkt domineerde en bepaalde.

Met de komst van het schaliegas en olie in de USA kwam er echter een verandering in die situatie. Door de nieuwe technieken konden de USA relatief goedkoop enorme voorraden schalieolie en gas produceren en een vooraanstaande olieproducent worden.

De energieprijzen in de USA daalden sterk en de USA werd vrijwel onafhankelijk van de OPEC waarvan de prijzen zo relatief hoger werden. Ook voor andere landen zou productie van schaliegas en olie hen onafhankelijker van de OPEC kunnen maken.

Maar, zoals gezegd, de OPEC prijzen zijn niet gebaseerd op productiekosten terwijl dat voor andere olieproducenten wel het geval is.

Natuurlijk is er de laatste jaren een daling in de vraag naar olie geweest en door o.a. de USA een groter aanbod waardoor de markt prijs van ruwe olie laten we zeggen gehalveerd is. Voorheen werd dat door de OPEC voorkomen door productieverlaging maar dit keer niet. Daardoor daalde de olieprijs door het grote aanbod zo sterk dat hij voor de meeste andere olielanden onder de kostprijs dreigde te dalen of dat ook deed, terwijl voor de OPEC landen de kostprijs nog altijd ver daaronder lag.

Het gevolg is dat nieuwe exploratie bij die lage prijs niet meer lonend is en dat zelfs de olie productie voor  veel olieleveranciers dat niet meer is. Faillissementen of sterk terugschroeven van de activiteiten en economische verliezen en op de duur het terugkeren van het OPEC monopolie.


Een voorbeeld van supermarkt versus kleine winkel op de hoek?


Of zit het zo helemaal niet?