dimanche 5 octobre 2014


Zondagse mijmeringen


Zo op een zondag moet je wat mijmeren, sorry, reflecteren, op wat je zoal leest. Dan zie je hoe geduldig digitaal papier is en hoe weerbarstig de praktijk.
Nog weerbarstiger is het om impopulaire maatregelen door te voeren, maatregelen die de sociale zekerheid en inkomsten van groepen burgers treffen.
Nog weerbarstiger als de burgers de zin niet begrijpen van al die maatregelen omdat hun die nooit in begrijpelijke taal wordt uitgelegd.
Des te erger nog als politici dat zelf niet begrijpen.

Eén van de vreemdste kreten is het 3% begrotingstekort door Brussel getolereerd zonder strafmaatregelen. Als een lidstaat daar maar aan voldoet is het goed. Komen ze een beetje onder die 3% dan wil de politiek die "meerdere ruimte" onmiddellijk uitgegeven. Iedereen juicht, de burgers blij, de politiek blij.
Vrijwel geen enkel politicus lijkt te beseffen dat drie procent te kort een vergroting van de staatsschuld is, dat elk procent tekort voor Nederland 1% van 600 miljard dus 6 miljard euro en die 3% 18 miljard euro grotere schuld betekent. Per jaar. Die 3% is dus meer reden voor droefenis dan voor vreugde.

Het onderdehand meer verkrachte dan gehanteerde Stabiliteits en Groei Pact zegt het dan ook anders. Daarin wordt een tekort van 0,5% per jaar  gehanteerd als uiterste grens. Stabiliteit wil zeggen belastingen en begrotingen, groei slaat op de economie. Stabiliteit en groei staan  los van elkaar maar beinvloeden elkaar wel. Want groei eist koopkracht en investering en als er geen stabiliteit is, te grote staatsschuld, te hoge belastingen, dan is het goed mis.
Dus is het goed mis in de eurozone als u de tabellen van groei en tekort hebt gezien.

Dan begrijpt u ook dat de huidige aan failliet grenzende toestand in de eurozone voornamelijk te wijten valt aan het omarmen van die drie procent. Want drie procent per jaar wordt, kort door de bocht, dertig procent in tien jaar en in de veertien jaar dat de eurozone bestaat dus twee en veertig procent. Eenvoudig gezegd hebben wij in de eurozone elk jaar 3% meer uitgegeven dan wij verdienden. Nog meer, in feite, want het begrotingstekort was en is soms ver boven die 3% in een aantal lidstaten van de eurozone.

Nu is heeft Nederland het nog best goed gedaan. In de rangorde van hoogte van staatsschuld staan wij op de laagste, dus beste, plaats  van de grote landen.  Ook wat groei betreft horen we bij de top, beste plaatsen dus.
Maar wij zijn niet geisoleerd in die eurozone. Wij kunnen het als individuele lidstaat wel  goed doen maar als euroland hebben wij ook de schulden van de andere eurolanden om ons nek hangen. Want aan de ene kant zijn wij een zelfstandig land maar aan de andere met een gezamenlijke munt aan die andere landen gekoppeld. Doen die het slecht dan duikelt de euro en wij duikelen mee want ook onze euro wordt dan minder waard. Dat is nu aan de gang en gaat nog verder door. Volgens naargeestige  bronnen wel tot minstens 1.20 euro voor 1 dollar en als het een beetje wil tot zelfs 1 euro voor 1 dollar.

Morgen wat meer over die duikeling.

Ik mis DDS financiën nog elke dag. Het was goed om allerlei meningen over de economie in de EU le lezen want er zijn natuurlijk verschillende uitgangspunten en die vergelijken geeft toch het meest genuanceerde beeld en inspiratie. Jammer.




samedi 4 octobre 2014

Hoe staat de Eurozone er vandaag voor



Hoe staat het met de staatschulden, met de begrotingstekorten,  groei van het BBP?
En hoe ontwikkelt de werkeloosheid zich?


 
bron: Bloomberg

Griekenland blijft een verhaal apart. Volgens de Grieken zelf kunnen ze het nu wel alleen af. Geen hulp via de Troika meer nodig. Opgeduveld die lastposten. Griekenland zal er vanaf nu weer zelf voor zorgen. Als je de schulden even vergeet (die over 50 jaar afbetaald moeten zijn en wie dan leeft wie dan zorgt) en de rentebetalingen (zo laag mogelijk aan de Grieken gegund) niet meetelt dan groeien ze zelfs volgens Dijsselboem en consorten, hoewel uit bovenstaande staten blijkt dat het tegenovergestelde het geval is. De lonen zijn onderdehand zo laag geworden dat zelfs de nog werkenden onder de armoedegrens liggen.

Wat de staatsschulden betreft zien we dat ik het goed had toen ik in het verleden stelde dat die onverminderd zouden toenemen en dat daardoor elke jaar een terugkeer naar normale verhoudingen schuld /BBP nog onmogelijker zou worden. Van de tien getoonde staten zijn er slechts twee die onder het 90%  kantelpunt van het onbeheersbare zitten met hun schuldpercentage.

De begrotingstekorten liegen er ook niet om. Als we in aanmerking nemen dat bij elk begrotingstekort, hoe klein ook, de staatsschuld in absolute euros blijft toenemen en alleen afneemt bij een begrotingsoverschot dan zien we dat niet alleen vijf van de negen lidstaten zelfs boven de (ten onrechte) toegestane 3% uitschieten maar dat de overige op Duitsland na daar maar net onder zitten. Alleen Duitsland heft een miniem overschot en wordt nu geprest om meer schulden te maken. Gekker kan het niet worden, het enige land dat voldoet aan de eisen wordt gekapitteld.

Groei van de economie en dus het BBP is een eerste vereiste om wat meer financiële lucht te krijgen. Ook hier, helaas, geen reden tot juichen. Twee lidstaten die zelfs krimpen, de overige zitten  tussen  de 0,1 en 1,2% groei. Niet de moeite waard om een ommekeer in te luiden. Alleen het weer op Eigen benen staande Ierland groeit fel. Het is ze gegeund want zij hebben zich keurig aan de regels gehouden en worden er nu voor beloond, hoewel de staatsschuld nog enorm is.

De werkeloosheid die in de USA pijlsnel afneemt nu daar de economie aantrekt en er goede groeicijfers zijn, is nog veel te hoog. Slechts drie landen onder de 10% en enkele boven de 20%. Werkelozen zijn alleereerst een schadepost voor de schatkist maar wat veel erger is een goed meetpunt voor de echte economie, voor bedrijven, koopkracht en veerkracht.

Opmerking van de Dag:

In de Eurozone is geen geldgebrek bij de banken, er is geen aanbod  tekort voor de consument maar een geldgebrek bij die consument, geen koopkracht en dus aan vraagtekort.
Geld in de banken pompen heeft dus geen zin. Wat Draghi doet met ABS securities kopen en staatsobligaties opkopen is de banken spekken voor investeringen buiten de Eurozone en kost de belastingbetaler, die garant staat,  alleen maar geld zonder hem te helpen.

Alleen een koopkrachtverbetering kan helpen en die hangt af van mogelijkheden voor de lidstaten om te hervormen. Dat kan alleen door verworven rechten ter dscussie te stellen. Dat kan alleen als de burger vertrouwen krijgt in het handelen van de overheid. Dat eist openheid en eerlijkheid en niet de werkelijkheid verhullen.

Zie de bestanden hierboven.

Toch een goed weekend.



vendredi 3 octobre 2014

Wat kan de toekomst zijn voor Italië als het de austerity afzweert en een eigen koers gaat varen. 

Italië denkt dat het door meer schulden te maken om in de vrijkomende gelden in economische groei te investeren het in staat zal zijn een zodanige groei te genereren dat de staatsschuld zal gaan afnemen tot normale waarden (in EU termen 60% van het GDP, BBP).

Natuurlijk kan dat zo eenvoudig voorgesteld worden maar hoe werkt het in de praktijk uit.
 Hieronder heb ik een viertal mogelijke scenario's daarvoor uitgeweerkt die tot 2024 reiken. Het zijn benaderingen van wat er in die jaren gebeuren bij verschillende groei en begrotingstekort.

 Eerst een groei van 3% elk jaar, begrotingstekort  3% inflatie wordt constant op 1% gesteld, vervolgens 2% groei en 1% tekort, 3% groei en 2% tekort, tenslotte 2% groei en 2% tekort.

 Natuurlijk is dat niet de werkelijkheid maar een simulatie. Een groei van 3% over tien jaren is zeer hoog, een tekort van 2% over tien jaar is al laag. 1% tekort lijkt onhaalbaar.

Op het ogenblik heeft Italië een staatsschuld van 136%, ver boven het kantelpunt van onhaalbaarheid. Het BBP is 1679 miljard euro groot en de staatsschuld bedraagt 2284 miljard euro, 136% van het BBP. Deze gegevens zijn afkomstig van het world debt fund en vormen het uitgangspunt van de berekeningen.

scenario 1  3% groei, 3% tekort

Bij een groei van 3% jaarlijks en een begrotingstekort van 3% is de schuld na vijf jaar afgenomen tot 131% en na tien jaar tot 127,44 %. Duidelijk dat een verlaging van 9% geen uitkomst biedt. Het bedrag van de schuld is toegenomen, maar het percentage verlaagd.

scenario 2  groei 2%; tekort 1%


 Bij een groei van 2% jaarlijks en een begrotingstekort van 1% is de schuld na vijf jaar teruggelopen tot 127% en na tien jaren tot 120%. Geen oplossing dus.

scenario 3 groei 3%  tekort 2%


Bij een groei van 3% en een tekort van 2% is na vijf jaren de schuld teruggelopen naar 126% en na tien jaren tot 118%.  Een verbetering van 18% maar geen oplossing.

scenario 4  groei 2%, tekort 2%


Ook hier geen oplossing.

scenario 5 groei 6% tekort 0%



Pas bij een groei van 6% en een gebalanceerde begroting, 0% is na 10 jaren de 75% schuld tov BBP bereikt.
Een zodanig grote groei is natuurlijk uitgesloten evenals een gebalanceerd begrotingstekort.

Natuurlijk zijn bovenstaande simulaties alleen maar dat, maar ze maken wel duidelijk dat meer schuld maken om zoveel groei te genereren dat deze schuld hanteerbaar wordt naar mijn mening wel heel problematisch is. 

Het zal duidelijk zijn dat meer geld in de banken pompen geen oplossing kan bieden. Ook een koopkracht verbetering waardoor de groei zou toenemen maar het begrotingstekort eveneens biedt ook geen uitkomst. De staatsschuld is zo hoog gestegen dat er maar één oplossing kan zijn: kwijtschelding van de schuld tot een haalbaar percentage (dus onder de 90%) is bereikt. 
Zelfs dan zou het een zware opgave zijn.

Als zelfstandig land zou Italië door een devaluatie van de lire de schulden kunnen saneren, door een gunstiger wisselkoers van de lire de uitvoer bevorderen en, dat is in alle opties een conditio sine qua non, de arbeidsmarkt en de sociale wetgeving en de bureaucratie grondig hervormen. Want, en dat geldt voor alle eurolanden, wij kunnen onszelf wel toonaangevend achten, maar dat houdt niet in dat we op huidige voet kunen concurreren met opkomende landen.

In het algemeen is het ook zonneklaar dat er globaal een schuldenbubbel is van bijna onhoudbare grootte. Die zal op het een of andere moment zo onhoudbaar worden dat er een wereldwijde financiële crisis losbreekt gepaard gaande met een groot welvaartsverlies.

Een regio zoals de onze, zonder grondstoffen en fossiele brandstoffen (behalve het vervloekte schaliegas), afhankelijk voor beide van het buitenland is daardoor extra kwetsbaar.








jeudi 2 octobre 2014


Hoe hij het ziet

 

 

In de Guardian, het Britse linkse populaire dagblad verscheen een bijdrage van Joseph Stiglitz, hoogleraar aan de Columbia University  waarin hij stelde dat "austerity" een volslagen ramp voor de eurozone is geweest. Zijn oplossing is "verhoog de belastingen en de uitgaven want dat stimuleert de economie". Dat leidt dan tot een balanced budget.  Als dan die belastingen zich richten op de rijken en uitgaven op de armen dan geeft dat een groter effect. Dat lagere belastingen voor het bedrijfsleven de investeringen stimuleren is waanzin, want wat investeringen tegenhoudt is niet de hoge belasting maar het gebrek aan vraag. Hij laakt de geplande pogingen van Frankrijk en die van Italië om te bezuinigen en betoogt dat die een tegenovergestelde effect zullen hebben.

 

Dat de eurozone zich in een onomkeerbare spiraal van stijgende schuld bevindt is onweerlegbaar. Dat zich  een demand crisis, een vraag crisis, heeft ontwikkeld valt eveneens niet te ontkennen. De heer Stiglitz wijt dat aan de politiek van austerity van de eurozone waardoor de economie in plaats van gestimuleerd gesmoord wordt.

 

Maar die austerity is juist veroorzaakt door het steeds naar de toekomst schuiven van een balanced budget politiek en het goedkeuren van een unbalanced budget in de eurozone vanaf het jaar 2000, meer overheidsuitgaven om die economie te stimuleren. Voor de eurozone was en is een structureel budgettekort van 3% aanvaardbaar. Een onbalans van drie procent per jaar wordt liniair echter  al 30% in tien jaar tijd.

 

Om daarenboven zelfs die 3% onbalans te behalen zijn juist de belastingen verhoogd voor bedrijfsleven en consument hetgeen de winstmarges van bedrijfsleven en de koopkracht van de consument aantasten. Wat dat betreft is de visie van de heer Stiglitz zelfs gevolgd. Zo werden die 3% in de meeste lidstaten niet bereikt maar bleven hoger. Tenslotte zijn de zo vrijkomende financiën niet voornamelijk voor investeringen (die in de toekomst tot hoger rendement moeten leiden) gebruikt maar voor het handhaven van het sociale stelsel. Dit heeft geleid tot de huidige situatie met in de eurozone als geheel een schuldenpercentage van 95%, voorbij het kantelpunt van beheersbaarheid. Dat ondanks het dit jaar veranderen van de wijze om het GDP, het BBP, te berekenen waardoor dat virtueel ongeveer 7% hoger uitkomt.

 

Die austerity werd dus noodzakelijk als compensatie voor de uitgaven drift van de jaren ervoor, niet veroorzaakt door economische malaise maar door slecht beheer. Natuurlijk heeft de Lehman Brothers crash in 2008 de gevolgen versterkt maar is er niet de oorzaak van.

 

De onbalans is versterkt door de economische ongelijkheid van de lidstaten van de eurozone waar de achterliggende staten de lonendruk en prijzendruk van een gezamenlijk munt die hun economisch potentiëel ver te boven ging niet konden opvangen zonder te blijven lenen en de economisch sterkere staten onnodig  die 3% schuldruimte gebruikten voor te veel welvaart. Het ontbreken van een OCA, optimum currency area in de muntunie is hieraan debet.

 

De eurozone staat voor de zoveelste crisis. Frankrijk kan, ondanks al twee keer uitstel van de 3% regeling, naar eigen zeggen tot 2017 nog niet aan die eis voldoen. Verdergaande  hervormingen dan de al geplande worden geweigerd. Duitsland staat erop dat Frankrijk er nu wel aan moet voldoen. Italië weigert botweg eraan te voldoen, wijst erop dat zij binnen die 3% norm blijven maar Italië heeft een staatsschuld van 2284 miljard euro bij een GDP van 1679 miljard euro en dus 136% van het GDP. Nog meer uitgeven om de economie te stimuleren en zo tot groei en teruglopen van de staatsschuld te komen lijkt onmogelijk. Maar in beide landen is hervormen en dus bezuinigen politiek vrijwel onmogelijk.

Italië claimt de bijzondere omstandigheden clausule in het S&G Pact om uitstel te krijgen.

Voor andere eurolanden zoals Spanje, Portugal en Ierland zal het moeilijk slikken zijn om dat te accepteren. Zij zijn met een bailout onder speciaal gezag van de Troika (IMF, ECB en Eurozone) geplaatst geweest en hebben zware hervormingen moeten doorstaan die de koopkracht van de bevolkingen en hun leefomstandigheden diepgaand hebben verslechterd. Zij zullen niet eenvoudig accepteren dat Frankrijk en Italië daarvoor gespaard zouden worden, terwijl zij nu op eigen benen kunnen staan, zij het in armoedige omstandigheden. Ook voor de noordelijke landen, die wel hervormd en bezuinigd hebben en met name voor Duitsland, dat de meeste bijdragen aan steun heeft gegeven, zou zulk meten met twee maten onaanvaardbaar zijn. Vindt Brussel echter geen oplossing dan zou dat kunnen leiden tot een grote crisis en uiteenvallen van de eurozone. In feite zou dat de beste oplossing van het probleem zijn.

 

Draghi ziet een andere oplossing: voor 1000 miljard euro Asset Backed Securities (kan een hoop ellende geven) en staatsobligaties. Vanmiddag zei hij medio oktober te beginnen met door onderpand gedekte obligaties en later ook herverpakte leningen.

 

Hoe Duitsland zal reageren valt te verwachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
In de Guardian, het Britse linkse populaire dagblad verscheen een bijdrage van Joseph Stiglitz, hoogleraar aan de Columbia University  waarin hij stelde dat "austerity" een volslagen ramp voor de eurozone is geweest. Zijn oplossing is "verhoog de belastingen en de uitgaven want dat stimuleert de economie". Dat leidt dan tot een balanced budget.  Als dan die belastingen zich richten op de rijken en uitgaven op de armen dan geeft dat een groter effect. Dat lagere belastingen voor het bedrijfsleven de investeringen stimuleren is waanzin, want wat investeringen tegenhoudt is niet de hoge belasting maar het gebrek aan vraag. Hij laakt de geplande pogingen van Frankrijk en die van Italië om te bezuinigen en betoogt dat die een tegenovergestelde effect zullen hebben.
 
Dat de eurozone zich in een onomkeerbare spiraal van stijgende schuld bevindt is onweerlegbaar. Dat zich  een demand crisis, een vraag crisis, heeft ontwikkeld valt eveneens niet te ontkennen. De heer Stiglitz wijt dat aan de politiek van austerity van de eurozone waardoor de economie in plaats van gestimuleerd gesmoord wordt.
 
Maar die austerity is juist veroorzaakt door het steeds naar de toekomst schuiven van een balanced budget politiek en het goedkeuren van een unbalanced budget in de eurozone vanaf het jaar 2000, meer overheidsuitgaven om die economie te stimuleren. Voor de eurozone was en is een structureel budgettekort van 3% aanvaardbaar. Een onbalans van drie procent per jaar wordt liniair echter  al 30% in tien jaar tijd.
 
Om daarenboven zelfs die 3% onbalans te behalen zijn juist de belastingen verhoogd voor bedrijfsleven en consument hetgeen de winstmarges van bedrijfsleven en de koopkracht van de consument aantasten. Wat dat betreft is de visie van de heer Stiglitz gevolgd. Zelfs dan werden die 3% in de meeste lidstaten niet bereikt maar bleven hoger. Tenslotte zijn de zo vrijkomende financiën niet voornamelijk voor investeringen (die in de toekomst tot hoger rendement moeten leiden) gebruikt maar voor het handhaven van het sociale stelsel. Dit heeft geleid tot de huidige situatie met in de eurozone als geheel met een schuldenpercentage van 95%, voorbij het kantelpunt van beheersbaarheid. Dat ondanks het dit jaar veranderen van de wijze om het GDP, het BBP, te berekenen waardoor dat virtueel ongeveer 7% hoger uitkomt.
 
Die austerity werd dus noodzakelijk als compensatie voor de uitgaven drift van de jaren ervoor, niet veroorzaakt door economische malaise maar door slecht beheer. Natuurlijk heeft de Lehman Brothers crash in 2008 de gevolgen versterkt maar is er niet de oorzaak van.
 
De onbalans is versterkt door de economische ongelijkheid van de lidstaten van de eurozone waar de achterliggende staten de lonendruk en prijzendruk van een gezamenlijk munt die hun economisch potentiëel ver te boven ging niet konden opvangen zonder te blijven lenen en de economisch sterkere staten onnodig  die 3% schuldruimte gebruikten voor te veel welvaart. Het ontbreken van een OCA, optimum currency area in de muntunie is hieraan debet.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 





mardi 30 septembre 2014

Energie en economie, broertje en zusje.
 
oudgediende
 
Ik ben geen fan van Buitenhof. Ik houd ook niet van voetbalwedstrijden met maar één elftal. Ik geloof dat het afgelopen zondag was dat een Groen Links Europees parlementariër als prachtig voorbeeld van een goed Europees beleid het verplicht beperken van het vermogen van een stofzuiger tot 700 (naar ik later uit een andere bron hoorde zelfs 500) Watt toelichtte.

Triomfantelijk bazuinde hij dat dat tot de sluiting van 5 kolencentrales zou leiden.
 
Nu weet iedere stofzuigergebruiker dat het verbruik ervan niet alleen afhangt van het vermogen. Bij een gering vermogen zuigt hij niet alles in één passage op en moet je het op tapijt bijvoorbeeld een paar keer doen waardoor je meer electriciteit verbruikt. Daarom zitten er regelaars op om het opgenomen vermogen te regelen. Bovendien wordt dat verbruik ook bepaald door de vullingsgraad van de stofzak. Is die leeg dan is het verbruik geringer, is hij vol dat neemt de zuigkracht snel af en moet er weer meer dan één passage worden verricht.  Om dat verbruik echt terug te dringen zouden dus kleinere stofzakken moeten worden voorgeschreven waardoor er minder maximale weerstand ontstaat. Even muggenzifterig als die 700 watt. Daarom een goed idee voor Brussel.

Om op die centrales terug te komen. In de eerste plaats om hoeveel vermogen per centrale gaat het dan? Die vijf is een loze kreet.

Niemand corrigeerde de Groen Linkser.

Bovendien worden kolencentrales niet gesloten, gascentrales wel. Kolen zijn namelijk goedkoper dan gas en meer dan ruim voorhanden. Om de veel te hoge eletriciteits prijs voor de eindgebruiker, de mensen in het land, te kunnen drukken stookt men liever goedkope kolen dan gas, zelfs bruinkool. In Duitsland, het voortrekkersland van de schone energie met de Energiewende worden steeds meer kolencentrales gebruikt en is de uitstoot van CO2, het duivelsgas, flink toegenomen in plaats van gezakt. Evenredig zijn de electriciteitsprijzen voor de consument pijlsnel gestegen , verdubbeld in enkele jaren.

Om de industrie te beschermen tegen die hoge energiekosten moeten de burgers daarvoor opdraaien, veel essentiële bedrijven zijn ervan vrijgesteld.

Toch wordt de electriciteit steeds goedkoper. Hoe kan dat dan?

Wel, er is een groot verschil tussen de marktprijs van electriciteit op de beurs waar de electriciteitsbedrijven hun inkopen doen en de eindgebruikersprijs.

Door de kostprijs van wind en zon te drukken wordt daar een subsidie op verstrekt die het concurrerend maakt met de kostprijs van fossiele brandstoffen. Dat leidt er toe dat op de beurs waar de electriciteit verhandeld wordt door het enorme aanbod de marktprijs laag wordt gehouden. Daar gaat alternatief opgewekte elecriciteit voor. Natuurlijk moet iemand die subsidie voor dat alternatieve betalen. Dat gebeurt dus door allerlei heffingen op alle stroom waardoor de eindverbruikersprijs omhoog schiet.

Daar zijn we er nog niet mee want we kunnen die fossiele centrales niet sluiten tenzij we bereid zijn 's nachts vaak geen electriciteit te gebruiken want zonneenergie is er dan niet en bij geringe wind ook geen windenergie. Lekker met de zon naar bed en met de zon op, als die dan schijnt tenminste want zonder zon geen zonneenergie. Trouwens met geringe wind of storm ook overdag geen windenergie.

Fossiele centrales blijven dus nodig.

Maar omdat op de beurs alternatieve energie voorgaat leveren ze minder electriciteit dan voorheen en draaien met verlies. Om ze toch draaiend te houden moeten ze, ja daar is dat woord weer, gesubsidieerd worden. Dat moet dan weer door de consument betaald worden. Daarom draaien ze het liefst op goedkope kolen. Die komen steeds meer uit de USA waar ze overbodig zijn geworden omdat daar shalegas wordt gebruikt en de energieprijzen daardoor juist gekelderd zijn. Blij dat ze de kolen aan de EU kwijt kunnen, want hoewel de EU ook barst van het schaliegas willen alleen Polen en het VK er voorzichtig aan.

In nieuwe fossiele centrales bouwen heeft niemand zin want dat is geld weggooien. Maar door dat onregelmatige gebruik slijten ze veel sneller want ze zijn gebouwd op regelatig draaien, niet dan weer stationnair en dan weer volle kracht. Maar ze blijven nodig.

 

Volgende keer wat cijfers over die "energiewende".

chaos uit chaos

                                              Chaos uit Chaos                            30-09-2014


De grondwet is het laatste bolwerk voor de burger. Hij legt de grondrechten van de burgers vast  waaraan niet getornd kan worden. Wetten en regelingen die tegen de grondwet indruisen zijn ongeldig. Dat geldt uiteraard ook voor EU en eurozone wetten.
Zo is in Duitsland door het Verfassungshof geoordeeld dat het OMT, het onbeperkt opkopen van staatsobligaties van lidstaten door de ECB, strijdig is met de Duitse grondwet en de verdragen die staatssteun verbieden. Uit hoffelijkheid is de zaak doorverwezen naar het Europees Hof maar het Verfassungsgericht behield zich zelf het recht voor op het laatste oordeel,  ook na de uitspraak van het Europees Hof.
Daarmee werd het OMT geblokkeerd tot de uitspraak van het Europees Hof, die binnenkort verwacht kan worden en daarna wellicht uitgevoerd zal worden zonder medewerking en financiële steun van Duitsland.

Nu wordt in een interne publicatie van Italië en Spanje die uitspraak van het Verfassungsgericht aangevallen. Volgens beide landen heeft het Europees Hof de jurisdictie en het Verfassungsgericht niet. Het is immers een EU belang en niet uitsluitend een Duits belang. De uitspraak is tegen de EU verdragen, zo stellen de beide landen. Maar het OMT verhindert volgens het Verfassungshof Hof ook de grondwettelijke verplichte controle van het Duitse Parlement op  de besteding van belastinggeld.
De Europese Commissie herkent in het het OMT geen verboden staatsfinanciering. Het Verfassungsgericht ziet er echter wel degelijk verholen staatsfinanciering in. De EC is van mening dat aanwijzingen van de ECB dienen te worden opgevolgd en dat de ECB boven elke controle staat en dus onbeperkte macht heeft. In feite stelt de EC daarmee ook dat de regelingen van de EU en eurozone de grondwetten van de lidstaten kunnen uitschakelen. Dat is wel een belangrijke stap.

Wat de gehele zaak een pikant tintje geeft is dat de afgelopen jaren in zuidelijke onder controle van de Troika staande landen al enkele malen procedures zijn gevoerd tegen hervormingen (meestal salarisverlagingen ed) door belangengroepen in die landen waarbij de rechter de hervormingen verbood omdat ze tegen grondwettelijke vastgelegde rechten indruisten. Hiertegen is door de EC of eurozone nooit geklaagd en moesten "bezuinigingen" anders worden ingevuld. Ook daar ging het om het belang van de gehele eurozone.

Dit voert naar  de rol van de ECB in dit alles. Het verdrag van Lissabon stelt:

"Het hoofddoel van het Europees Stelsel van Centrale Banken (hierna ESCBte noemen), is het
handhaven van prijsstabiliteit. Onverminderd het doel van prijsstabiliteit ondersteunt het ESCB het
algemene economische beleid in de Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in
artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. Het
ESCB handelt in overeenstemming met het beginsel van een open-markteconomie met vrije mededinging,
waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van
de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119".

Het hoofddoel is de prijsstabiliteit in overeenstemming met de beginselen van de open markt economie.
Die prijsstabiliteit wordt internationaal gezien als een inflatie van idealiter 2%. De ECB neemt dus maatregelen om dat percentage aan te houden binnen de visie van de open markt.
2% inflatie want een economische  stroming is van mening dat dat de kooplust van de burger prikkelt en tot kopen zet nu de prijzen nog niet met die 2% zijn gestegen. Zo wordt een voortdurende economische groei veroorzaakt en langzame waardedaling van de munt.

Een belangrijk middel om die inflatie te beinvloeden (hup, daar gaat de markt economie overboord) is het rentewapen. Door de rente te verlagen bij een lagere inflatie dan die 2% wordt geld goedkoper en leent men dus gemakkelijker en koopt men meer waardoor de prijzen gaan stijgen en de inflatie weer op die 2% komt. Bij een inflatie hoger dan 2% verhoogt men de rente, geld wordt duurder, de kooplust zakt weg en de prijzen dalen.

De eurozone kampt met een te geringe inflatie en in enkele lidstaten is er zelfs sprake van deflatie, een negatieve inflatie dus.
Dit wordt door een stroming in de economie gezien als uiterst gevaarlijk. Aankopen worden uitgesteld omdat men verdere prijsdalingen verwacht, er komt een supply crisis omdat bedrijven niet meer produceren en dat kan een neerwaartse economische spiraal veroorzaken, net zoals een uit de hand gelopen inflatie een neerwaardse geldwaarde spiraal kan veroorzaken.
Zo'n deflatie kan diverse oorzaken hebben. Prijsdalingen kunnen in de huidige globale economie worden veroorzaakt door goedkope importen uit landen met lagere productiekosten waardoor eigenlandse producten uit de markt geconcurreerd worden, kunnen ontstaan als gevolg van innovatieve technieken en tenslotte ook door geldgebrek bij de kopers. In dat laatste geval is er dus een demand crisis, niet zoals in de andere een supply crisis.

In de eurozone is het duidelijk een demand crisis, zoals onlangs zelfs Draghi moest toegeven.
 Bij een demand crisis zal een renteverlaging niet veel zoden aan de dijk zetten. Als het de consument aan geld ontbreekt helpt het rentewapen niet. Dat is ook gebleken want zelfs met een rente van praktisch 0% en negatieve rente voor geld parkeren bij de ECB zit je wel aan de bodem en het heeft niets geholpen, integendeel.

Een tweede aspect hierbij is de uitspraak van Draghi dat hij de euro kost wat kost zal steunen. Dat heeft de euro tot een sterke currency gemaakt. De eurozone, hoewel stagnerend, is een wereldspeler in de economie. Als die gehele eurozone garant staat voor die euro in zwakke lidstaten is het risico op niet terug betalen van leningen wel heel erg klein en dus de rente erop laag. Dat zien we nu ook de zwakke lidstaten tegen redelijke tarieven op de kapitaalmarkt terecht kunnen. Maar het gevolg is dat de wisselkoers van de euro ook hoog blijft. Als Draghi die toezegging niet had gedaan was de euro een stuk zwakker geweest en de wisselkoers lager. Geen vrije marktwerking.

Hoe is nu dat gebrek aan koopkracht tot stand gekomen?

Een oorzaak is de koers van de euro, door Draghi's toezegging te hoog gebleven. Daardoor is de globale concurrentiepositie van de eurolidstaten ongunstig beinvloed. De productiekosten in de eurozone zijn daardoor te hoog, alleen Duitsland kan, mede door zijn high tech kapitaalgoederen producten goed mee en heeft dus ook een keiharde handelsbalans (handel buiten de eurozone).

Een andere oorzaak, belangrijker, is het verschil in economisch potentiëel tussen de lidstaten. Daardoor zijn ze na 2000 snel uit elkaar gegroeid hoewel de bedoeling was dat de zwakke landen zich snel zouden ontwikkelen, een ijdele wensdroom. Zwak werd steeds zwakker en in 2012 bleken de verschillen zo onoverbrugbaar dat de zwakke lidstaten niet meer op de kapitaalmarkt konden lenen. Het verdrag van Lissabon waarin directe staatsteun onderling werd verboden werd genegeerd en we kregen de beruchte bailouts. Nu zou hulp op zich misschien geholpen hebben maar die hulp werd vergezeld van stringente hervormingsmaatregelen met als doel de concurrentiepositie van de geoutbailde lidstaten zo te verbeteren dat ze weer concurrerend zouden worden. In plaats van echte hervormingen van culturele, sociale en financiële zaken werd er bezuinigd op de burgers, een proces van "interne devaluatie" waarbij voornamelijk de inkomens van de consumenten werden gekort om zo de productiekosten uitvoerrijp te maken. Wat daardoor gewonnen werd met uitvoer (vaak naar andere eurolanden) werd verloren aan binnenlandse koopkracht en dus vraag en dus werd de weg geëffend naar de deflatie, de demand crisis.
Ook in de sterkere lidstaten hebben de hervormingen hun lidtekens nagelaten, ook in de vorm van voornamelijk hogere lasten voor de burgers met als gevolg ook afnemende koopkracht en afnemende inflatie hoewel lang niet tot het peil van het zuiden.

Een verdere oorzaak voor de huidige impasse is de schuldopbouw van de lidstaten. In dit geval niet alleen een eurozone probleem maar een globaal probleem maar voor de eurozone het ergst. Door de kunstmatig laaggehouden rentetarieven is lenen erg aantrekkelijk geworden, geld was goedkoop, en dus hebben zowel lidstaten als consumenten onverantwoord veel geleend. Nu is dat niet erg bij een groeiende economie met redelijke inflatie maar in een tijd van recessie en stagnatie met een demand crisis is er door de hoge staatschulden in vrijwel geen enkele lidstaat geld vrij te maken om die koopkracht te verbeteren. Het IFM heeft al een balletje opgeworpen om de spaargelden met 10% te belasten hetgeen de staatsschulden beter beheersbaar had kunnen maken. Misschien komt dat diefstal ideetje nog wel eens terug.

Een andere simpeler pad is dat van de geldverruiming. Het ECB heeft daarvoor het zgn TLTRO verzonnen. Een lening aan de banken met 0,15% rente te investeren in het bedrijfsleven van de eurozone. De eerste tranche ervan was een mislukking. De banken zijn niet genoeg geïnteresseerd. Een reden zou kunnen zijn dat bedrijven nu alleen geld willen lenen om te overleven en dat is voor de banken niet interessant. Ook het financieren van beginnende ondernemingen is in de huidige gespannen economische sfeer te riskant. Zolang de vraag laag blijft is er niet veel belangstelling van beide zijden.

Dan blijft over de Quantitative Easing, het opkopen van obligaties van lidstaten van de banken, het OMT,  ter waarde van zo'n 1000 miljard euro. Dat stelt Draghi nu in het vooruitzicht en daar is de Bundesbank fel tegenstander van. Daarover gaat de procedure van het Verrfassungsgericht en het Europees Hof.
Door die geldverruiming is er weer voldoende krediet voor het bedrijfsleven, de inflatie zal daardoor stijgen en de waarde van de euro zal door die extra billioen behoorlijk dalen.
Dat laatste klopt want alleen al door de aankondiging van Draghi is de eurokoers met bijna 10% gedaald, van 1,40 zzn aantal  maanden terug naar 1,27. Tot vreugde van Frankrijk en Italië die hun concurrentiepositie daardoor verbeterd denken te zien.
Een nadeel is dat de vrijkomende gelden bij de banken terecht komen en dat zijn op winst beluste bedrijven die hun geld zo voordeling mogelijk investeren. Een ander nadeel dat het geld dus niet bij de consument terecht komt en daar zit juist het gat. Zolang de consument niet meer geld heeft blijft de demand crisis bestaan.

De vraag is of door die geldverruiming inderdaad de inflatie weer zal toenemen tot die 2%. De ervaringen in de USA en het VK waren dat de inflatie door die QE niet significant toenam. Die toename kwam pas tot stand toen de economie ging aantrekken toen het VK al gestopt was en de USA driftig aan het afbouwen en de groei nu bijna 5% is in beide en de roep om renteverhoging steeds luider wordt en in 2015 zeker plaats zal vinden.
Een andere ervaring was dat men echt niet kan bepalen in hoeverre die QE nu de groei heeft bevorderd. Wel is zeker dat het nieuw gedrukte geld in grote bedragen in de emerging markets terecht kwam waar hogere winsten te behalen vielen.

Door die wisselkoersdaling, waardevermindering van de euro tov de dollar verbetert de exportpositie van de eurozone. De uitvoer wordt goedkoper. Daar tegenover staat dat de importen evenzeer in prijs stijgen. Dat zou minder tellen in een land als Canada dat alle grondstoffen en energiebronnen in huis heeft en dus weing last van duurdere import zou hebben. Voor de grondstoffen en energiebronnen arme eurozone is het een ander verhaal. Hier moeten die alle ingevoerd worden tegen die hogere koers waardoor de prijzen in de eurolanden behoorlijk zullen oplopen. Goed voor de inflatie zult u denken. Misschien, maar fataal voor de toch al uitgeholde koopkracht want de lonen zullen niet stijgen.


De eurozone heeft zich in een onontwarbaar kluwen van problemen gestort.
Hoe kan die kluwen ontward worden