dimanche 10 avril 2016


kapitaal en arbeid





Ik vraag me van tijd tot tijd af of het wel geoorloofd zou moeten zijn om of je  als economisch en financieel niet gespecialiseerde leek je uit te laten over hoe je denkt dat het gaat in de eurozone. Moet je dat niet aan de experts overlaten. Ben je dan niet als een oen bezig. Maar dan denk ik altijd maar dat de grote zakenlui zoals Zuckenberg, Bill Gates en Steve Jobs ook geen afgestudeerde en alom erkende economische experts waren maar wel zakenimperia stichtten. En dat de wereld geplaveid is met economen die niet rijk zijn of zelfs arm. En de tijd van de gilden is (althans in Nederland) voorbij. Vandaar dat ik me geen zorgen maak. Maar wel steeds toevoeg dat het mijn lekenblik is. En als troost dat economen het meestal ook niet met elkaar eens zijn over hoe het moet in de financiële en economische wereld. Troost dat nu ook Duitsland zich in de kritiek over de ECB politiek van negatieve rente en steeds meer geld bijdrukken terwijl desondannks de inflatie ondermaats blijft en zelfs zakt.



Een vorig blog eindigde met mijn bewering:

Het enige  probleem: hoe krijg je de koopkracht omhoog. Via bijvoorbeeld helicopter geld. Maar dat roept het spookbeeld van de Weimar republiek op, terecht of onterecht. Of echte loonsverhogingen (dus hoger dan de inflatie), of belastingverlagingen. Of de inkomensverhouding  kapitaal/arbeid herzien. Vooral dat laatste is een heikel onderwerp. Want QE en renteverlagingen bevoordelen juist de kapitaalvorming. Of meer protectionisme.



QE en renteverlaging door de ECB gedurende nu een jaar hebben de koopkracht niet beïnvloed. Met die meer dan 700 miljard euro geldcreatie in dat jaar voor de banken en negatieve rente hebben ze wel de koopkracht van de spaarder zeer aanzienlijk verlaagd.  Een negatief resultaat dus.

Evenmin hebben ze de inflatie beïnvloed, die bepaald wordt door goedkope invoer uit lage lonen landen, verbeterde productiemethoden  en lage olie en grondstoffenprijzen en lage vraag veroorzaakt door lage koopkracht.

Verwar daarbij niet vraag en behoefte. Zonder koopkracht wordt behoefte niet omgezet in vraag.

Neem daarbij in aanmerking dat de vraag zich in eerste instantie richt op eerste levensbehoeften, daarna op vervanging van defecte huishoudapparatuur en woonkosten met inbegrip daarbij van elektriciteit.

Neem daarbij in aanmerking het gegeven dat in het rijkste euroland, Duitsland, jaarlijks 350.000 mensen worden afgesloten van elektriciteit, een van de voor een normaal bestaan essentiële behoeftes.

Neem ook in aanmerking dat meer mensen de armoedegrens hebben bereikt of overschreden.

Neem eveneens in aanmerking dat de eurozone economie ondanks het voordeel van lage grondstoffenprijzen en 700 miljard euro extra potentieel bedrijfskapitaal nauwelijks meer dan 1% echte groei vertoont terwijl de uitgaven nog steeds met meer dan 2% de inkomsten overstijgen zodat de staatsschulden blijven groeien.

Financieel gezien vertoont de eurozone zo een gestage achteruitgang terwijl de prognoses (historisch gezien vrijwel altijd te gunstig) geen verbetering tot positieve resultaten voorspellen.

Geen verhoging van de inflatie maar een daling tot in sommige eurolanden deflatie toe.

Hoewel je kunt twisten of dat nu in de huidige omvang zo erg is. De consument profiteert ervan.

In de zwakke landen, die niet kunnen devalueren door hun vastzitten aan de euro, is het een logische ontwikkeling lijkt mij. Door de voortdurende loonsverlagingen (zoals nu weer in Griekenland geëist) en daardoor dalende koopkracht en vraag valt eigenlijk niets anders te verwachten.



Een eigenaardig maar veelbetekenend aspect is daarbij dat de enige positieve invloed (hoewel je er ook over kunt twisten of die op de lange duur ook positief gebleven is of nuttig was) in 2012 de verklaring van Draghi was dat hij alles zou doen om de euro te redden. Die verklaring deed het vertrouwen in de euro stijgen, maar dat vertrouwen werd juist niet bestendigd door de geldverruiming en renteverlagingen door de ECB.



Een ander ding dat mij opgevallen is dat mensen graag imiteren. Dat zie je aan mode uitdrukkingen die ineens door iedereen gebruikt worden. Of zomer en wintermode. Toen iemand een pizzatent begon en die liep als een trein begonnen plotseling overal pizza tenten te verschijnen, zoveel dat de spoeling dun begon te worden en ze hun geld niet meer opbrachten.



Dus is het niet verwonderlijk dat ook Centrale Bankiers dat doen. Japan startte al voor 2000 met QE maar oordeelde in 2001 dat het niet effectief was en stopte er mee.



Maar in de crisis van 2008 begon de USA een programma van Quantitative Easing dat drie fases zou kennen en in 2014 werd stopgezet. De FED had toen voor 4.5 biljoen dollars aan ‘assets’ waardepapieren opgekocht.

De Bank of England was de volgende  centrale bank die in 2009  QE aankopen begon te doen. In 2012 werd het opkoopprogramma gestopt.

De Bank van Japan was de volgende zwaan kleef aan en begon in 2010 met een omvangrijk QE programma dat nog steeds doorloopt met slechts weinig resultaat.

Zweden is QE in februari 2015 begonnen.

De ECB kon niet achterblijven en in maart 2015 begon een uitgebreid aankoopprogramma van staatsobligaties en andere waardepapieren. In Maart jl werd het programma nog uitgebreid en zal pas beëindigd worden als de inflatie nabij de 2% is gestegen. Wanneer dat zal zijn en of het ooit zal gebeuren blijft in het duister. Maar de ECB gaat door.



Het is als met de pizzatenten.



Laten we zeggen dat er onder economische stromingen verdeeldheid heerst over het al dan niet effectief zijn van dit systeem van geld bijdrukken. Maar  de mainstream is voor.

Wat onmiskenbaar is dat het een soort verholen concurrentie tussen landen te weeg brengt.

Want onder het mom van de inflatie tot 2% willen brengen worden de wisselkoersen sterk beïnvloed. Hoe meer geld bijgedrukt wordt hoe minder het geld waard wordt en hoe lager de wisselkoers wordt en hoe beter de concurrentiepositie. Wordt dat te gek dan gaan andere landen hetzelfde doen.



In ieder geval drukt de QE  dus de waarde van de munt en dus de koopkracht. Het  tegenovergestelde van wat nodig is. De consument profiteert niet, wel het kapitaal.



Wat kan dan wel de koopkracht opvijzelen.

Helicoptergeld of loonsverhogingen.  

Dat laatste verschuift de balans arbeid versus kapitaal.

Want bij een gegeven opbrengst van een bedrijf die verdeeld moet worden tussen kapitaalverschaffers en werknemers krijgt als de een meer krijgt, de ander minder. Zo simpel is dat.

En het is toch wel duidelijk dat op het moment, ook door de Quantitative Easing en de lage rentepolitiek, het kapitaal in het voordeel is. Ook dat verklaart de lage inflatie. De koopkracht zit meer bij het kapitaal dan bij de arbeid. En het koopgedrag is bij beide groepen totaal verschillend.


Wheels within wheels.

jeudi 7 avril 2016


Kapitaal en arbeid een labiele balans




Het gewonnen referendum. Het is een echte prestatie. Ondanks, laten we het wat euphemistisch zeggen, de niet al te enthousiaste medewerking van de meeste gemeenten, ondanks de vaak negatieve benadering van het referendum in de mainstream media is toch meer dan 30% van de stemgerechtigde bevolking komen stemmen over dat EU verdrag met de Ukraine en heeft een meerderheid van meer dan 60% tegen ratificering door onze regering van dat verdrag gestemd. Duidelijker kan het niet. Het is eveneens een overwinning van de internet media die tegen de onwil van de mainstream media in voldoende voorlichting verschaften voor het slagen van het referendum.
Natuurlijk komen na de deceptie voor de elite, het was te verwachte al de sluipwegen.  De opkomst was slechts 32%. Maar bij de verkiezingen voor het EU parlement maar 4% hoger. Toen klaagde niemand. Of het gewonnen referendum wat uithaalt moet nog blijken. De EU zal van alles verzinnen om eronder uit te komen wat zij doen bij alles wat niet in de grote verborgen strategie past. Maar ze zullen er wel rekening mee moeten houden.
Zo hebben we toch wel enige invloed maar helaas geen enkele op de Europese Centrale Bank.

De onorthodoxe ingrepen van de ECB tonen alleen maar de neveneffecten overduidelijk., spaarders in wanhoop, pensioenfondsen die verlagingen van de pensioenen moeten gaan doorvoeren, gezwollen beurskoersen, waardedaling van de euro,  via de banken goedkoop krediet verstrekken aan de gehele wereld.

Maar het beoogde doel, een inflatie van 2% blijft buiten bereik.

In plaats van dit te overdenken en in plaats van het kapitaal te spekken en een aanbod zonder corresponderende vraag te blijven doorzetten van strategie te veranderen en een poging te doen de koopkracht te bevorderen gaat de ECB ongestoord door op de beproefde niets helpende weg. Ze zien zelf evenmin een oplopende inflatie tot 2% in de nabije toekomst.

Door de stijgende aandelen koersen moeten ondernemingen steeds meer geld vrij maken om op een redelijk divident percentage te uit te komen. Als een aandeel 100 euro waard is is een divident van 6 euro per aandeel een divident van 6%, redelijk dus. Is echter het divident gestegen tot 150 euro dan is het divident van 6 euro slechts  4%. Om 6% divident te bereiken moet per aandeel 9 euro worden uitbetaald.

Er moet dus meer geld naar het kapitaal en er blijft dus minder over voor de lonen.

Om de koopkracht te verhogen  moeten de lonen worden verhoogd. Zoals in het VK wordt gezegd “a living wage”.
Vorige keren heb ik al gezegd dat indexering en loonsverhogingen vaak niet de ware prijsverhogingen door inflatie compenseren zodat een langzame verlaging van de koopkracht optreedt.
Vrijwel overal is na de Lehman crisis dat verschijnsel opgetreden, versterkt door de groeiende werkloosheid. Pas als de arbeidsmarkt krap wordt, er meer aanbod van werk is dan vraag gaan de lonen echt omhoog, neemt de koopkracht dus toe. Dan neemt de vraag eveneens toe en begint de economie te groeien.
Dat die lonen inderdaad omhoog moeten hoor je in de USA alom, in het VK is het punt gekomen, zoals ik net al zei dat er een living wage op komst is, dwz dat de loonsverhogingen hoger liggen dan de inflatie en de koopkracht dus stijgt.
In feite speelt het om de verdeling opbrengst naar kapitaal en opbrengst naar arbeid. Het blijkt steeds duidelijker dat die verhouding scheef is komen te liggen in het voordeel van het kapitaal. Het is ook duidelijk dat de geldverruiming en renteverlaging van de centrale banken de balans in het voordeel van het kapitaal doen doorslaan en in feite de koopkracht doen afnemen.
Ook de fiscale politiek doet dat. Het IMF dringt steeds aan op verlaging van de productiekosten door verlaging van de loonkosten. Zie wat weer de aangeschroefde eisen voor Griekenlands derde bailout zijn. Maar het onloochenbare gevolg is dat de koopkracht daardoor daalt en de vraaggebonden deflatie toeneemt.

Helicopter geld, direct van centrale bank naar consument zal (net als QE) een tijdelijke invloed hebben maar geen structurele.

Pas als de arbeid/kapitaal balans in een redelijk evenwicht wordt gebracht kan de economie gaan groeien waar dan tenslotte ook het kapitaal weer van profiteert. Want een ding is zeker: zonder kapitaal geen arbeid, zonder arbeid geen kapitaal. De twee zijn tot elkaar veroordeeld en een redelijke verdeling doet beide profiteren.

Op naarhethemleek.blogspot.fr een grafische voorstelling van de arbeid/kapitaal balans

















Zoals ik het zie heeft het slagen ervan door de Nederlandse kiezer een veel diepere achtergrond dan dat verdrag.

In het verdrag staat inderdaad niet met zoveel woorden vermeld dat het de bedoeling is de Ukraine lid te laten worden van de EU.

Maar als je het doorleest begin je je af te vragen wat dan wel de bedoeling ervan zou kunnen zijn. Want het is niet  alleen een handelsovereenkomsten maar een draaiboek voor het omvormen van de Ukraine tot een kloon van de EU. Wat voor zin zou dat hebben als de Ukraine toch geen lid van de EU zou kunnen worden. Impliciet is vaak gevaarlijker dan expliciet want tegen dat laatste kun je je verweren.



Het is het wantrouwen in de bedoelingen van de EU die via een omweg zonder het duidelijk te benoemen een doel wil bereiken.

Het is een test of de EU zich ook aan de eigen principes houdt. Voor een verdrag is er unanimiteit onder de leden noodzakelijk. Zo willen de verdragen het.

Het is een test voor onze regering. Zullen zij zich verschuilen achter het “raadgevende” van het referendum en toch de handtekening zetten onder de nog te ondertekenen titels in het verdrag.

Het is een test voor ons parlement die zich ware vertegenwoordigers van het volk zullen tonen of niet.

Kortom het is een test van het vertrouwen dat wij kunnen hebben in de overheid.

Zoals dat indertijd beschaamd is toen een referendum de EU grondwet afstemde en het toen als verdrag in werking trad.



Is het een referendum tegen de EU of tegen de EU zoals die zich ontwikkeld heeft.

Want als ik het verdrag van Lissabon en de Functioning of the EU lees komt toch een ander beeld tevoorschijn dan we nu zien.

Dan zie ik als principe dat de landen elkaar niet direct financieel mogen steunen.

En dan hoor ik nu de roep om geldstromen in de eurozone van minder zwak naar zwakker.

En dan hoor ik nu het argument dat via een tussenpersoon een ander land steunen geen directe steun is.

En terwijl het verdrag spreekt van met elkaar samenwerkende zelfstandige landen hoor ik nu de kreet van “ever closer union” zonder dat men kan uitleggen wat daar precies mee wordt bedoeld.








mercredi 6 avril 2016


QE, kapitaal en arbeid

Ik vraag me van tijd tot tijd af of het wel geoorloofd zou moeten zijn om of je  als economisch en financieel niet gespecialiseerde leek je uit te laten over hoe je denkt dat het gaat in de eurozone. Moet je dat niet aan de experts overlaten. Ben je dan niet als een oen bezig. Maar dan denk ik altijd maar dat de grote zakenlui zoals Zuckenberg, Bill Gates en Steve Jobs ook geen afgestudeerde en alom erkende economische experts waren maar wel zakenimperia stichtten. En dat de wereld geplaveid is met economen die niet rijk zijn of zelfs arm. En de tijd van de gilden is (althans in Nederland) voorbij. Vandaar dat ik me geen zorgen maak. Maar wel steeds toevoeg dat het mijn lekenblik is. En als troost dat economen het meestal ook niet met elkaar eens zijn over hoe het moet in de financiële en economische wereld.
Een vorig blog eindigde met mijn bewering:
Het enige  probleem: hoe krijg je de koopkracht omhoog. Via bijvoorbeeld helicopter geld. Maar dat roept het spookbeeld van de Weimar republiek op, terecht of onterecht. Of echte loonsverhogingen (dus hoger dan de inflatie), of belastingverlagingen. Of de inkomensverhouding  kapitaal/arbeid herzien. Vooral dat laatste is een heikel onderwerp. Want QE en renteverlagingen bevoordelen juist de kapitaalvorming. Of meer protectionisme.

QE en renteverlaging door de ECB gedurende nu een jaar hebben de koopkracht niet beïnvloed. Met die meer dan 700 miljard euro geldcreatie in dat jaar voor de banken en negatieve rente hebben ze wel de koopkracht van de spaarder zeer aanzienlijk verlaagd.  Een negatief resultaat dus.
Evenmin hebben ze de inflatie beïnvloed, die bepaald wordt door goedkope invoer uit lage lonen landen, verbeterde productiemethoden  en lage olie en grondstoffenprijzen en lage vraag veroorzaakt door lage koopkracht.
Verwar daarbij niet vraag en behoefte. Zonder koopkracht wordt behoefte niet omgezet in vraag.
Neem daarbij in aanmerking dat de vraag zich in eerste instantie richt op eerste levensbehoeften, daarna op vervanging van defecte huishoudapparatuur en woonkosten met inbegrip daarbij van elektriciteit.
Neem daarbij in aanmerking het gegeven dat in het rijkste euroland, Duitsland, jaarlijks 350.000 mensen worden afgesloten van elektriciteit, een van de voor een normaal bestaan essentiële behoeftes.
Neem ook in aanmerking dat meer mensen de armoedegrens hebben bereikt of overschreden.
Neem eveneens in aanmerking dat de eurozone economie ondanks het voordeel van lage grondstoffenprijzen en 700 miljard euro extra potentieel bedrijfskapitaal nauwelijks meer dan 1% echte groei vertoont terwijl de uitgaven nog steeds met meer dan 2% de inkomsten overstijgen zodat de staatsschulden blijven groeien.
Financieel gezien vertoont de eurozone zo een gestage achteruitgang terwijl de prognoses (historisch gezien vrijwel altijd te gunstig) geen verbetering tot positieve resultaten voorspellen.
Geen verhoging van de inflatie maar een daling tot in sommige eurolanden deflatie toe.
Hoewel je kunt twisten of dat nu in de huidige omvang zo erg is. De consument profiteert ervan.
In de zwakke landen, die niet kunnen devalueren door hun vastzitten aan de euro, is het een logische ontwikkeling lijkt mij. Door de voortdurende loonsverlagingen (zoals nu weer in Griekenland geëist) en daardoor dalende koopkracht en vraag valt eigenlijk niets anders te verwachten.

Een eigenaardig maar veelbetekenend aspect is daarbij dat de enige positieve invloed (hoewel je er ook over kunt twisten of die op de lange duur ook positief gebleven is of nuttig was) in 2012 de verklaring van Draghi was dat hij alles zou doen om de euro te redden. Die verklaring deed het vertrouwen in de euro stijgen, maar dat vertrouwen werd juist niet bestendigd door de geldverruiming en renteverlagingen door de ECB.

Een ander ding dat mij opgevallen is dat mensen graag imiteren. Dat zie je aan mode uitdrukkingen die ineens door iedereen gebruikt worden. Of zomer en wintermode. Toen iemand een pizzatent begon en die liep als een trein begonnen plotseling overal pizza tenten te verschijnen, zoveel dat de spoeling dun begon te worden en ze hun geld niet meer opbrachten.

Dus is het niet verwonderlijk dat ook Centrale Bankiers dat doen. Japan startte al voor 2000 met QE maar oordeelde in 2001 dat het niet effectief was en stopte er mee.

Maar in de crisis van 2008 begon de USA een programma van Quantitative Easing dat drie fases zou kennen en in 2014 werd stopgezet. De FED had toen voor 4.5 biljoen dollars aan ‘assets’ waardepapieren opgekocht.
De Bank of England was de volgende  centrale bank die in 2009  QE aankopen begon te doen. In 2012 werd het opkoopprogramma gestopt.
De Bank van Japan was de volgende zwaan kleef aan en begon in 2010 met een omvangrijk QE programma dat nog steeds doorloopt met slechts weinig resultaat.
Zweden is QE in februari 2015 begonnen.
De ECB kon niet achterblijven en in maart 2015 begon een uitgebreid aankoopprogramma van staatsobligaties en andere waardepapieren. In Maart jl werd het programma nog uitgebreid en zal pas beëindigd worden als de inflatie nabij de 2% is gestegen. Wanneer dat zal zijn en of het ooit zal gebeuren blijft in het duister. Maar de ECB gaat door.

Het is als met de pizzatenten.

Laten we zeggen dat er onder economische stromingen verdeeldheid heerst over het al dan niet effectief zijn van dit systeem van geld bijdrukken. Maar  de mainstream is voor.
Wat onmiskenbaar is dat het een soort verholen concurrentie tussen landen te weeg brengt.
Want onder het mom van de inflatie tot 2% willen brengen worden de wisselkoersen sterk beïnvloed. Hoe meer geld bijgedrukt wordt hoe minder het geld waard wordt en hoe lager de wisselkoers wordt en hoe beter de concurrentiepositie. Wordt dat te gek dan gaan andere landen hetzelfde doen.

In ieder geval drukt de QE  dus de waarde van de munt en dus de koopkracht. Het  tegenovergestelde van wat nodig is. De consument profiteert niet, wel het kapitaal.

Wat kan dan wel de koopkracht opvijzelen.
Helicoptergeld of loonsverhogingen.  
Dat laatste verschuift de balans arbeid versus kapitaal.
Want bij een gegeven opbrengst van een bedrijf die verdeeld moet worden tussen kapitaalverschaffers en werknemers krijgt als de een meer krijgt, de ander minder. Zo simpel is dat.
En het is toch wel duidelijk dat op het moment, ook door de Quantitative Easing en de lage rentepolitiek, het kapitaal in het voordeel is. Ook dat verklaart de lage inflatie. De koopkracht zit meer bij het kapitaal dan bij de arbeid. En het koopgedrag is bij beide groepen totaal verschillend.

Wheels within wheels.






mardi 5 avril 2016





Griekenland en nu ook Finland
Zuid en Noord
de knellende halsband van de euro


Vandaag heeft Mw Lagarde, de voor een nieuwe termijn gekozen baas van het IMF, in Duitsland een toespraak gehouden over de toekomst van de wereld economie. Zo op het eerste gezicht een herhaling van alles wat al vaak is gezegd. Het blijft hameren op de supply side met een enkele opmerking over vraag. Daarom ga ik daar morgen verder over peinzen en poberen te begrijpen wat zo goed is aan de ECB politiek die zij uitgebreid prijst net zo als ze Mw Merkel prijst voor haar houding in de illegale migranten crisis. Zijn dat beide dan zulke successen. Vandaar dat ik vandaag mijn gedachten over wat andere zaken laat gaan.

Lekken is een 21ste eeuw normaal verschijnsel geworden. Dat is Jos van Rey fataal geworden. Hij heeft kennelijk een partijgenoot de vragen verschaft die deze bij een sollicitatie voor burgemeester nuttig zou kunnen gebruiken. Hij beweert dat dat een veel voorkomend gebeuren is. Verder is hij door een bevriende zakenman op etentjes getrakteerd en zou hij die bevoordeeld hebben bij opdrachten. Het blijft voor mij een beetje schimmig allemaal. Zou van Rey nu gelijk hebben als hij zegt dat dat “lekken” schering en inslag is ondanks het ontkennen daarvan door Plaskerk. Ik heb soms het idee dat bij politici het verschil tussen erkennen en ontkennen erg arbitrair is. Gezien het feit hoe ze elkaar baantjes toespelen zoals blijkt uit de bekende namen die steeds opnieuw bij allerlei functies opduiken moet je toch wel concluderen dat er redelijk nauwe contacten tussen de politici blijken te bestaan. Een enkel woord is dan gauw gevallen. Maar het OM vervolgt van Rey en de rechtbank zal oordelen.

Soms heb je het idee dat lekken opzettelijk gebeurt om je alvast voor te bereiden op iets onaangenaams.
Zo ook het gelekte telefoongesprek tussen twee hoge IMF functionarissen over het Griekse vraagstuk. 
Wat duidelijk is, is dat Griekenland een onwillige speelbal is tussen het IMF en de Eurozone of de Europese Unie of Duitsland of Mw Merkel in ieder geval degene(n) die in de EU de touwtjes in handen houdt.
Het thema is niet nieuw en speelt al sinds 2012. Griekenland is in 2001 stiekum de eurozone binnengeloodst, Griekenland heeft de zaak jarenlang belazerd met een dubbele boekhouding. Griekenland was en is technisch failliet. Griekenland is drie keer gebailout.
Griekenland kan en wil niet verder bezuinigen. Het IMF wil Griekse schuldvermindering/gedeeltelijke kwijtschelding als voorwaarde voor meedoen aan de derde bailout, die al onderweg is.
De Eurozone wil absoluut geen schuldkwijtschelding  maar een soort pappen en nathouden en wegschuiven naar later. 
Drie dingen die elkaar niet verdragen.
Er moet nu iets gebeuren om die patstelling te doorbreken en hoewel dat niet in het gesprek gezegd wordt zal daarmee wel weer een dreigend faillissement van Griekenland bedoeld worden waardoor een beslissing niet langer kan worden uitgesteld.
Bijvoorbeeld als Griekenland de volgende betaling aan het IMF moet doen en nog geen bailout geld heeft ontvangen om dat te doen. 
Want voor Griekenland is het bailout geld ontvangen om gelijk oude bail out schuld te betalen.
En het IMF als heiligste schuldeiser niet terugbetalen is het einde oefening. Dus moet Griekenland dan wel extra bezuinigen.
Maar als de EU niet toestemt in schuldvermindering doet het IMF niet mee aan de bailout maar dat meedoen was nu juist weer een bailout conditie voor Duitsland.
Drie honden die achter elkaars staart aandraaien.  Maar voorwaarden zijn vaak niet waard wat ze lijken te zijn er komt een wellicht een schijnkwijtschelding en Griekenland moet in beide gevallen toegeven aan bezuinigen op pensioen en lastenverzwaringen maar draalt daarbijop de bekende wijze.
Want een Grexit, al stelt Grikenland economisch niets voor is  psychologisch een enorme klap voor de eurozone waarbij bovendien alle schulden ineens een honderden miljarden euro strop voor de andere eurolanden worden.
Of de eurozone dat zou overleven met alle andere lopende problemen on top is een te groot risici om te lopen.
Dus kunnen de drie partijen wel hard blaffen maar hebben wel muilkorven voor.
Dat Griekenland overigens zo niet wordt gered en de Griekse normale bevolking, met uitzondering van de elite, nog minder te verteren zullen hebben is duidelijk.
Want het 3,5% primair budget surplus zonder rekening te houden met rentebetalingen op de schulden dat volgens de EU rekenmodellen daarvoor nodig zal zijn is volgens het IMF absoluut niet haalbaar en zelfs 1,5% lijkt optimistsch.
Daar bikkelen EU en IMF dus ook nog eens over.
Laten we even sympathie of antipathie voor Griekenland buiten beschouwing en het zakelijk bekijken.
Sinds 2012 is er niets in de strategie verandered. Het is het in stand houden van de Eurozone, niet de bloei van Griekenland waar het om gaat.
Schuldkwijtschelding voor Griekenland is voor de EU uitgesloten wan het zou een reeks van eisen voor ook kwijtschelding van schulden van Italië, Portugal Ierland en nog andere eurolanden  veroorzaken en dat zou de ondergang van de eurozone zijn.

De eurozone heeft er alweer een nieuw probleemland bij, Finland, voor het vertrek van Nokia en de sancties tegen Rusland nog een goed euroland maar de laatste drie jaren langzaam maar zeker economisch verder weggezonken. Finland zou eigenlijk een devaluatie moeten doorvoeren om weer mee te kunnen doen in de globale economie maar met de euro als munt is dat uiteraard uitgesloten. Finland moet een gat wegwerken van 400 millioen euros en grijpt daarvoor naar het wapen van de interne devaluatie.
De arbeidskosten moeten met 5% omlaag waarover onderhandelingen met de vakbonden moeten komen. Sociale premies verhogen voor werknemers en verlagen voor werkgevers, een dag langer werken per jaar en de public holidays bonus verminderen. met 30%. Bevriezing van de lonen voor minimaal een jaar, verhogen van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt om werk te sluizen naar waar het nodig is. Het recept dat voor zoveel sociale onrust heeft gezorgd in Portugal, Spanje en Griekenland en bovendien sociaal hoogst onrechtvaardig omdat slechts een deel van de bevolking de klap moet  opvangen. Bovendien zelf vernietigend want net zoals in Griekenland, Spanje en Portugal verlaagt het de koopkracht sterk waardoor de binnenlandse vraag sterk terugloopt. Weliswaar neemt de export tijdelijk toe maar de duurdere import nivelleert dat al snel. En het is de vraag die de economie aanstuurt.

De zegeningen van de euro zijn niet op de vingers van één hand te tellen.

lundi 4 avril 2016

De ezel en de peen
kapitaal en arbeid

Het Britse Tatasteel staalbedrijf dreigt ten onder te gaan. Behalve de sterk concurrerende markt zijn er drie factoren die de staalindustrie in Britain de das omdoen.
De Carbon Price Floor, Renewables Obligation en de Feed-in Tariffs. Deze drie milieu heffingen kost de staalfabriek 30 pond extra per megawattuur. En de staalproductie slurpt electriciteit. Maar heeft wel 40.000 mensen in dienst die bij faillissement op straat staan. En het is niet het enige door de hoge energieheffingen bedreigde bedrijf . Duitsland heeft het probleem opgelost door de feed-in opslag voor energie intensieve bedrijven door de burger te laten betalen met toestemming van Brussel. Daar zijn het afgelopen jaar 350.000 huishoudens van het electriciteitsnet afgesloten omdat zij de hoge energie prijzen niet konden betalen. China neemt de productie over. In China zijn de energiekosten minder. Maar ik heb de handen al vol met nadenken over wat de centrale banken doen om de eurozone economie sneller te laten groeien door steeds maar weer die inflatie op 2% te brengen wat steeds opnieuw niet lukt.

De conclusie die ik denk te moeten trekken uit mijn vorige blogs is dat de ingrepen van de ECB de kapitaalmarkt versterken en niet de vraag. Ik denk er natuurlijk over op onorthodoxe wijze. Waarom niet.
De koersen van aandelen stijgen erdoor, ondernemingen behoeven de soms 0% leningen niet perse te gebruiken om te investeren maar kunnen ze gebruiken om eigen aandelen terug te kopen, consolideren inplaats van investeren.
Door de lage rente en dus lage leenkosten worden bezuinigingen bereikt die niet aan afnemers behoeven te worden doorberekend maar de winstmarges vergroten.
Bovendien zou dat doorberekenen juist de deflatie bevorderen, dalende prijzen.
Maar doordat de koopkracht niet toeneemt en de vraag dus evenmin wordt de omzet niet vergroot.
Door de lage rente komen spaarders voor een dilemma te staan.
Hun inkomen uit rente loopt sterk terug en kan zelfs negatief worden indien inderdaad banken spaargeld gaan belasten. 
De achterliggende bedoeling zou kunnen zijn hen zo te dwingen hun spaargeld uit te geven en de vraag te verhogen.
Maar de neiging om juist vast te houden aan dat spaargeld om in moeilijker tijden een reserve te hebben kan even goed groter zijn.
Men kan het spaargeld in een oude kous bewaren of beleggen op de aandelenmarkt die door de geldverruiming en lage rente steeds hoger wordt.
De lage rente maatregelen kunnen tot gevaarlijke bubbels leiden zoals we zien in de Spaanse onroerend goed crisis die nu nog steeds de banken in hun greep houdt.
De lage rente waardoor leenkosten uiterst laag zijn en in sommige gevallen nihil of zelfs met geld toe verleend worden noden tot te veel lenen en te riskant investeren om toch rendement te verkrijgen. Ook door de overheid waarvan de schulden worden overgenomen door de ECB die hun obligaties opkoopt.
Die 80 miljard euro maandelijks moeten voor de banken tenslotte geen dood kapitaal zijn maar winst opleveren. Niet in de eurozone met die lage rente maar daarbuiten met hoger rendement tegen hoger risico.
Want voldoende rendement is in de eurozone door de lage rente nauwelijks te verwezenlijken.
De staatsschulden zijn in de eurozone ongeveer 95%, op twee na de hoogste ter wereld bij de ontwikkelde landen (en de meeste andere). Een gevolg van de lage rentekosten.
Er zijn meer bijeffecten van de ingrepen van de ECB.
De wisselkoersverlaging van de euro tegen de dollar, de mondiale reservemunt, dus een waardedaling van de euro. Verhoging van de prijs van grondstoffen en olie invoer, (tijdelijke) verlaging van de exportprijzen.
Dat wisselkoers bijverschijnsel van de QE, geldcreatie, geldverruiming, wordt door andere landen met lede ogen aangezien. Want de winst van de een is het verlies van de ander.
Dus zien we nu in de USA dat de FED zelf ook  weer geldverruiming overweegt gedwongen door de hoge koers van de dollar die de USA export positie bedreigt en dus de USA economie. Een tegen elkaar opbieden of afdingen.

Het zijn alle bijeffecten want het enige doel van de geldverruiming en de renteverlagingen is het omhoog dwingen van de inflatie tot nabij de 2%. De heilige graal van de ECB (en andere centrale banken die alle dezelfde methodieken volgen om dat doel te bereiken) die tot nu toe onbereikbaar lijkt maar die steeds over enkele jaren voorspeld wordt binnen het bereik te liggen.

Want, zo luidt de mainstream theorie, bij 2% inflatie is er geen gevaar voor oververhitting van de economie, bij 2% inflatie neemt de psychologische drang tot kopen toe want men vreest verdere prijsstijgingen=verdere inflatie. De vraag neemt dus toe, de productie eveneens, er wordt meer geïnvesteerd, de economische groei neemt toe, begrotingstekorten verdwijnen, staatsschulden nemen percentagegewijs af en bij begrotingsoverschotten zelfs in eurobedragen af. Zo leidt geldcerrruiming en renteverlaging tot hetgewenste doel is de gedachte.

Dat is de theorie. Een soort tunnelvisie doet dan alle bijwerkingen negeren.

Want is het nu echt zo dat bij stijgende prijzen de kooplust toeneemt en bij dalende prijzen juist afneemt.
Snel kopen omdat verdere prijsstijgingen worden gevreesd en kopen uitstellen omdat verder dalende prijzen worden verwacht.

Het is echter wel een feit dat bij gelijkblijvend inkomen stijgende prijzen de koopkracht doen verminderen en dalende prijzen de koopkracht doen toenemen.
Bij inflatie minder kunnen kopen en bij deflatie meer.
Voor de consument is het duidelijk welk van de twee voordeliger is.
Dat wil dus zeggen dat bij deflatie de vraag stijgt en bij inflatie daalt uitgedrukt in hoeveelheid goederen. Want men kan niet meer uitgeven dan men verdient, tenzij men door de lage rente gelokt geld gaat lenen en in de schuld verzeilt.
Ik herinner me nog de kreet: "leen geld om....anders ben je een dief van je eigen portemannaie"

Dus bij gelijkblijvend inkomen daalt door inflatie de koopkracht, wordt je inkomen minder waard, word je armer.
In dat geval zou de gewenste inflatie van 2% elk jaar er toe leiden dat je elk jaar ook 2% armer wordt, in tien jaar tijd dus ongeveer 20%.
Je zou dus voor 20% minder kunnen kopen.
Het aanbod zou dus ook 20% moeten slinken om niet met 20% onverkoopbare spullen te zitten. Want het aanbod voegt zich noodzakelijkerwijze naar de vraag.
(Wel zou de huidige staatsschuld ook met die 20% in waarde zijn afgenomen. De staat profiteert dus. En dat valt niet te versmaden).

Het gevolg van een prijsstijging met 2% leidt  echter in de normale zakelijke wereld tot een loonstijging. Door indexering of looneisen. Maar de koopkracht stijgt daar niet door. Die blijft min of meer constant.

Voor economische groei is echter juist een koopkrachtstijging noodzakelijk bij gelijkbijvende prijzen, inflatie 0. Bij stijgende koopkracht neemt de vraag toe, daardoor neemt het aanbod toe, het bedrijfsleven wordt daardoor genoodzaakt tot investeren en innoveren, er wordt werkgelegenheid geschapen, de economie gaat echt groeien, belastinginkomsten gaan stijgen.
Consumenten, producenten, de staat, allen profiteren ze ervan.

Het enige  probleem: hoe krijg je de koopkracht omhoog. Via bijvoorbeeld helicopter geld. Maar dat roept het spookbeeld van de Weimar republiek op, terecht of onterecht. Of echte loonsverhogingen (dus hoger dan de inflatie), of belastingverlagingen. Of de inkomensverhouding  kapitaal/arbeid herzien. Vooral dat laatste is een heikel onderwerp. Want QE en renteverlagingen bevoordelen juist de kapitaalvorming. Of meer protectionisme.

Er is nog heel veel om over na te denken. Ook voor een leek.















De ezel en de peen
kapitaal en arbeid



Het Britse Tatasteel staalbedrijf dreigt ten onder te gaan. Behalve de sterk concurrerende markt zijn er drie factoren die de staalindustrie in Britain de das omdoen.

De Carbon Price Floor, Renewables Obligation en de Feed-in Tariffs. Deze drie milieu heffingen kost de staalfabriek 30 pond extra per megawattuur. En de staalproductie slurpt electriciteit. Maar heeft wel 40.000 mensen in dienst die bij faillissement op straat staan. En het is niet het enige door de hoge energieheffingen bedreigde bedrijf . Duitsland heeft het probleem opgelost door de feed-in opslag voor energie intensieve bedrijven door de burger te laten betalen met toestemming van Brussel. Daar zijn het afgelopen jaar 350.000 huishoudens van het electriciteitsnet afgesloten omdat zij de hoge energie prijzen niet konden betalen. China neemt de productie over. In China zijn de energiekosten minder. Maar ik heb de handen al vol met nadenken over wat de centrale banken doen om de eurozone economie sneller te laten groeien door steeds maar weer die inflatie op 2% te brengen wat steeds opnieuw niet lukt.



De conclusie die ik denk te moeten trekken uit mijn vorige blogs is dat de ingrepen van de ECB de kapitaalmarkt versterken en niet de vraag. Ik denk er natuurlijk over op onorthodoxe wijze. Waarom niet.

De koersen van aandelen stijgen erdoor, ondernemingen behoeven de soms 0% leningen niet perse te gebruiken om te investeren maar kunnen ze gebruiken om eigen aandelen terug te kopen, consolideren inplaats van investeren.

Door de lage rente en dus lage leenkosten worden bezuinigingen bereikt die niet aan afnemers behoeven te worden doorberekend maar de winstmarges vergroten.

Bovendien zou dat doorberekenen juist de deflatie bevorderen, dalende prijzen.

Maar doordat de koopkracht niet toeneemt en de vraag dus evenmin wordt de omzet niet vergroot.

Door de lage rente komen spaarders voor een dilemma te staan.

Hun inkomen uit rente loopt sterk terug en kan zelfs negatief worden indien inderdaad banken spaargeld gaan belasten. 

De achterliggende bedoeling zou kunnen zijn hen zo te dwingen hun spaargeld uit te geven en de vraag te verhogen.

Maar de neiging om juist vast te houden aan dat spaargeld om in moeilijker tijden een reserve te hebben kan even goed groter zijn.

Men kan het spaargeld in een oude kous bewaren of beleggen op de aandelenmarkt die door de geldverruiming en lage rente steeds hoger wordt.

De lage rente maatregelen kunnen tot gevaarlijke bubbels leiden zoals we zien in de Spaanse onroerend goed crisis die nu nog steeds de banken in hun greep houdt.

De lage rente waardoor leenkosten uiterst laag zijn en in sommige gevallen nihil of zelfs met geld toe verleend worden noden tot te veel lenen en te riskant investeren om toch rendement te verkrijgen. Ook door de overheid waarvan de schulden worden overgenomen door de ECB die hun obligaties opkoopt.

Die 80 miljard euro maandelijks moeten voor de banken tenslotte geen dood kapitaal zijn maar winst opleveren. Niet in de eurozone met die lage rente maar daarbuiten met hoger rendement tegen hoger risico.

Want voldoende rendement is in de eurozone door de lage rente nauwelijks te verwezenlijken.

De staatsschulden zijn in de eurozone ongeveer 95%, op twee na de hoogste ter wereld bij de ontwikkelde landen (en de meeste andere). Een gevolg van de lage rentekosten.

Er zijn meer bijeffecten van de ingrepen van de ECB.

De wisselkoersverlaging van de euro tegen de dollar, de mondiale reservemunt, dus een waardedaling van de euro. Verhoging van de prijs van grondstoffen en olie invoer, (tijdelijke) verlaging van de exportprijzen.

Dat wisselkoers bijverschijnsel van de QE, geldcreatie, geldverruiming, wordt door andere landen met lede ogen aangezien. Want de winst van de een is het verlies van de ander.

Dus zien we nu in de USA dat de FED zelf ook  weer geldverruiming overweegt gedwongen door de hoge koers van de dollar die de USA export positie bedreigt en dus de USA economie. Een tegen elkaar opbieden of afdingen.



Het zijn alle bijeffecten want het enige doel van de geldverruiming en de renteverlagingen is het omhoog dwingen van de inflatie tot nabij de 2%. De heilige graal van de ECB (en andere centrale banken die alle dezelfde methodieken volgen om dat doel te bereiken) die tot nu toe onbereikbaar lijkt maar die steeds over enkele jaren voorspeld wordt binnen het bereik te liggen.



Want, zo luidt de mainstream theorie, bij 2% inflatie is er geen gevaar voor oververhitting van de economie, bij 2% inflatie neemt de psychologische drang tot kopen toe want men vreest verdere prijsstijgingen=verdere inflatie. De vraag neemt dus toe, de productie eveneens, er wordt meer geïnvesteerd, de economische groei neemt toe, begrotingstekorten verdwijnen, staatsschulden nemen percentagegewijs af en bij begrotingsoverschotten zelfs in eurobedragen af. Zo leidt geldcerrruiming en renteverlaging tot hetgewenste doel is de gedachte.



Dat is de theorie. Een soort tunnelvisie doet dan alle bijwerkingen negeren.



Want is het nu echt zo dat bij stijgende prijzen de kooplust toeneemt en bij dalende prijzen juist afneemt.

Snel kopen omdat verdere prijsstijgingen worden gevreesd en kopen uitstellen omdat verder dalende prijzen worden verwacht.



Het is echter wel een feit dat bij gelijkblijvend inkomen stijgende prijzen de koopkracht doen verminderen en dalende prijzen de koopkracht doen toenemen.

Bij inflatie minder kunnen kopen en bij deflatie meer.

Voor de consument is het duidelijk welk van de twee voordeliger is.

Dat wil dus zeggen dat bij deflatie de vraag stijgt en bij inflatie daalt uitgedrukt in hoeveelheid goederen. Want men kan niet meer uitgeven dan men verdient, tenzij men door de lage rente gelokt geld gaat lenen en in de schuld verzeilt.

Ik herinner me nog de kreet: "leen geld om....anders ben je een dief van je eigen portemannaie"



Dus bij gelijkblijvend inkomen daalt door inflatie de koopkracht, wordt je inkomen minder waard, word je armer.

In dat geval zou de gewenste inflatie van 2% elk jaar er toe leiden dat je elk jaar ook 2% armer wordt, in tien jaar tijd dus ongeveer 20%.

Je zou dus voor 20% minder kunnen kopen.

Het aanbod zou dus ook 20% moeten slinken om niet met 20% onverkoopbare spullen te zitten. Want het aanbod voegt zich noodzakelijkerwijze naar de vraag.

(Wel zou de huidige staatsschuld ook met die 20% in waarde zijn afgenomen. De staat profiteert dus. En dat valt niet te versmaden).



Het gevolg van een prijsstijging met 2% leidt  echter in de normale zakelijke wereld tot een loonstijging. Door indexering of looneisen. Maar de koopkracht stijgt daar niet door. Die blijft min of meer constant.



Voor economische groei is echter juist een koopkrachtstijging noodzakelijk bij gelijkbijvende prijzen, inflatie 0. Bij stijgende koopkracht neemt de vraag toe, daardoor neemt het aanbod toe, het bedrijfsleven wordt daardoor genoodzaakt tot investeren en innoveren, er wordt werkgelegenheid geschapen, de economie gaat echt groeien, belastinginkomsten gaan stijgen.

Consumenten, producenten, de staat, allen profiteren ze ervan.



Het enige  probleem: hoe krijg je de koopkracht omhoog. Via bijvoorbeeld helicopter geld. Maar dat roept het spookbeeld van de Weimar republiek op, terecht of onterecht. Of echte loonsverhogingen (dus hoger dan de inflatie), of belastingverlagingen. Of de inkomensverhouding  kapitaal/arbeid herzien. Vooral dat laatste is een heikel onderwerp. Want QE en renteverlagingen bevoordelen juist de kapitaalvorming. Of meer protectionisme.



Er is nog heel veel om over na te denken. Ook voor een leek.



























Het begin en het einde van de economie:

de vraag, demand.



De economie bekeken met de blik van een verwonderde leek vanuit  wat hij beschouwt als het allereerste vereiste voor de economie. 

De VRAAG.

Zonder vraag is bestaat er geen economie, geen fabricage, geen aanbod, geen handel, geen kopen, geen consumptie. Dat lijkt wel eens in het economisch vergeetboek te raken.  En vervolgens lijkt het wel of er automatisch vraag wordt gecreëerd door het aanbod te creëren.

Voor vraag is inkomen noodzakelijk. Zonder inkomen geen koopkrachten en dus  geen vraag. Dat inkomen kan door de consument, degene dus die de vraag bepaalt. worden verkregen door arbeid of uit kapitaal. Die twee bepalen ook welke van de twee wordt bevoordeeld, arbeid of kapitaal. De lonen of de winsten. Daartussen  moet een redelijke verdeling zijn in beider belang want zonder arbeid brengt kapitaal niets op. Zonder kapitaal is er niet voldoende arbeid. Dus arbeid en kapitaal scheppen inkomen, dus koopkracht. Daarbij niet over de kip en het ei denken.

Het allerbelangrijkste  is dus die vraag mogelijk te maken door inkomen te scheppen.

Vindt dat nu op efficiente wijze plaats.

Natuurlijk simplificeer ik. Natuurlijk kan ik niet werken met economische modellen en theorieën. Maar dat maakt voor de essentie iets uit. Zonder vraag is er niets.

Stel dat er voor 1000 euro goederen te koop zijn. Maar er is maar 900 euro beschikbaar. Dan zijn er maar twee mogelijkheden. Er blijft voor 100 euro onverkocht of de prijs zakt 10% en alles wordt verkocht tegen 900 euro.
In dat laatste geval zakt de prijs en hebben we het spook deflatie.
De centrale bank grijpt in en drukt 100 euro bij. Nu is er 1000 euro vraag voor 1000 euro aanbod.

Stel dat er voor 1000 euro goederen te koop zijn. Maar er is 1200 euro beschikbaar. Twee mogelijkheden. De 1000 euro goederen worden verkocht tegen 1000 euro en er blijft 200 euro over waar geen goederen tegenover staan of men gaat tegen elkaar opbieden en de prijs wordt 1200 euro in plaats van 1000. Het geld is dus minder waard geworden en we hebben het spook inflatie. De centrale bank haalt 200 euro uit de circulatie en nu is er 1000 euro in omloop bij1000 euro aan goederen, het evenwicht is hersteld.

De centrale bank schept zo een kunstmatig evenwicht want de marktwerking had in het eerste geval de prijzen omlaag gebracht en de consument had dus meer koopkracht gehad, voordelig voor de consument, nadelig voor de verkoper.

In het tweede geval was de prijs van de goederen gestegen, dus voordelig voor de producent en nadelig voor de consument van wie de koopkracht is verminderd.

Zie wat de centrale banken doen om de economie te stimuleren. Lage rentetarieven om lenen door het bedrijfsleven gemakkelijker te maken.  Het bijdrukken van enorme hoeveelheden geld voor banken ter investering in het bedrijfsleven.
De bedoeling is dat het bedrijfsleven gaat investeren, dat dat de werkgelegenheid bevordert zodat de koopkracht stijgt, de vraag toeneemt, daardoor de prijzen gaan stijgen er dus inflatie ontstaat waardoor de kooplust toeneemt uit vrees dat de prijzen verder zullen stijgen.
Maar het bedrijfsleven is terughoudend want de koopkracht is gering en de vraag dus ook. De uitwerking van deze losse monetaire politiek kan zelfs contra productief zijn.

Productie is de laatste decennia steeds meer verplaatst naar lage lonen landen, ontwikkelingslanden. Daar worden ondernemingen gevestigd en verrijzen nieuwe fabrieken met de laatste technologie die profiteren van de lage lonen.
Handelsmaatschappijen gebruiken deze nieuwe zelfstandige ondernemingen om daar hun producten zo goedkoop mogelijk te fabriceren waarna deze worden uitgevoerd naar de rijke landen en verkocht onder de prijs van diezelfde producten in dat rijke land gefabriceerd. De winstmarge kan groot zijn gezien het verschil in productiekosten lage lonen land en rijk land. De arbeid verdwijnt dus uit het rijke land. Het doet mij denken aan de VOC met dat verschil dat het in die tijd om uitheemse producten ging die niet in Nederland werden verbouwd.
Deze lage lonen landen kunnen investeren door de enorme geld creatie door eerst de FED en de Bank of England en nu de ECB. Want dat nieuw gedrukte geld werd niet uitsluitend geïnvesteerd in eigen land maar stroomde naar de lage lonen landen mede mogelijk gemaakt door de lage rentevoet door de centrale banken vastgesteld. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de eurozone economie niet maandelijks 80 miljard euro kan investeren.
De monetaire politiek is dus niet alleen gericht op het aanbod in plaats van op de vraag maar vergroot de concurrentie met lage prijzen van producten uit lage lonen landen. Door die lage prijzen van ingevoerde goederen wordt deflatie in de hand gewerkt, want prijsverlaging is deflatie.

Een voorbeeld is de productie van zonnepanelen in de eurozone (en de EU). Een bloeiende bedrijfstak dank zij de subdidies en feed-in garanties door de overheid. Toen de China zich ook ging bezighouden met de productie van zonnepanelen en deze tegen voor hen winstgevende prijzen naar Europa ging uitvoeren was het snel gedaan met de florerende Europese zonnepanelen industrie.

Wat heeft die QE en lage rente poltiek dan voor uitwerking in de eurozone. Want na 15 jaar eurozone is de financiële situatie in de eurozone alleen maar slechter geworden in plaats van beter. Kijk daarvoor naar Bruto binnenlands product, echte groei, begrotingstekorten en staatsschulden. Vergelijk die met niet eurozone landen. Dat zijn concrete feiten vergelijkingen.

Aanbod stimuleren om vraag te vergroten is de peen achter de kont van de ezel.

Dat dat in bredere kring gedacht wordt is duidelijk uit de groeiende belangstelling voor helicopter geld.

Natuurlijk, dit zijn alle de gedachten van een leek. Maar de economie is geen exacte wetenschap, dus vertrouwen op rekenmodellen die wel exact zijn in rekenkunst maar niet in voorspelkunst is evenmin exact. Want er behoeft maar iets te gebeuren zoals nu de illegale migranten crisis en de kosten daarvan en alle prognoses kunnen in de vuilnisbak.

Ik ga nu wat verder denken over die inflatie. Bijvoorbeeld wat zou er gebeuren als inflatie niet wordt gecompenseerd met loonsverhogingen.

Rekenmodellen geven een concretiseering van een vermeende toekomstige werkelijkheid. Een selectie van gegevens is de invoer, daar worden berekeningen op losgelaten en de uitkomst volgt. Geen rekening kan worden gehouden met onvoorziene gebeurtenissen. De menselijke factor ontbreekt. Het is ook mogelijk dat de berekeningen niet voldoen. Maar de werkwijze geeft het idee van mathematische zekerheid. Maar in het werkelijke maatschappelijke gebeuren bestaat geen 2+2=4.