mardi 18 octobre 2016

de Centrale Banken dansen op de Muziek van de Aandelenbeurzen en omgekeerd

De gedachtengang  van een amateur over de financiele stand van zaken in de eurozone, een andere invalshoek. 


Terwijl nu niet alleen in Syrië de bevolking al jarenlang lijdt onder de strijd van door  de VS en het westen bewapende rebellenstrijders tegen het door Rusland en Iran gesteunde regeringsleger van Assad en de strijd van deze beide tegen IS en Turkije tezelfdertijd tegen de Koerden breken nu ook voor de inwoners van het Iraakse Mosul bange dagen of zelfs maanden aan nu het Iraakse leger met westerse steun de aanval heeft ingezet op dat laatste grote bolwerk van de IS.  Grote stromen vluchtelingen lijken al op gang te komen.
En IS is nog maar verdreven uit 25% van zijn veroverd gebied. 
En Rusland en de VS verwijten elkaar steeds dreigender hun rol in deze burgeroorlog en beide lijken overtuigd van hun eigen gelijk. 
Politiek die strijdt en bevolking die lijdt. 
Dat is altijd zo geweest.
Maar de EU heeft ook zijn zorgen. Vluchtelingen blijvende crisis, meningsverschil tussen Visegrad lidstaten en de Oude Garde, onenigheid over de aanpak van de euro tussen zuid en noord eurozone en een Brexit die twee scenarios kent, de harde breuk en het toegeven van beide kanten, maar met dat laatste de vrees dat er dan meer landen weg zouden willen uit de EU. En dan de beoogde three pronged attack op groei met de ECB in een hoofdrol


Enige weken geleden circuleerde het gerucht dat de ECB overwoog om de maandelijkse 80 miljard euro die zij nieuw bijdrukken om van de banken eurozone staatsobligaties te kopen en bedrijfsobligaties langzaam te gaan verminderen met bijvoorbeeld 10 miljard euro per maand tot in april 2017 de zaak zou zijn afgebouwd. Taperen voor de insiders.
Onmiddellijk reageerden de aandelenbeurzen ongerust, steeg de rente op de obligaties.
De ECB moest de geruchten snel ontkennen om de rust op de markt weer terug te brengen.

En dalen de koersen dan zijn daar steeds weer de Centrale Banken met het aankondigen van steun ingrepen om vervolgens de koersen weer te zien stijgen.
De rondedans van Centrale Banken en Markten.
Geen vreugdedans maar een danse macabre.

Maar officieel is er voor de ECB als enige echte doel van die QE en lage en negatieve  rente  het bereiken van de heilige graal, de 2% inflatie.
Maar net als de graal onbereikbaar.
Want steeds in het vooruitzicht gesteld voor de toekomst en dan weer uitgesteld.
Dit keer wordt dat 2019.

Voor de ECB gaat het (en niet alleen naar mijn mening) in feite meer om het steunen van de zwakke zuidelijke eurolanden dan om die 2% inflatie.
Dat heeft Draghi beloofd toen hij zei de euro kost wat kost in stand te houden. "Whatever it takes", zei hij in 2012.
Want alleen de obligatie opkoop politiek en de lage en negatieve rente politiek houdt die landen op de been, overigens zonder uitzicht op verbetering van hun economie.

Natuurlijk moet er een verband bestaan tussen de op onnatuurlijke wijze laag gehouden rentelast voor staatsobligaties voor de eurolanden en hun torenhoge staatsschulden vergeleken met die van de meeste andere ontwikkelde wereld economieën.
Meer dan 90% voor de eurozone als fictief geheel.
Door die lage rentelast konden de schulden van de zwakke eurolanden veel hoger stijgen dan bij normale rente tarieven mogelijk zou zijn geweest, stijgen tot soms ver boven de 100%.
Zo hoog dat er nu geen enkele ruimte is voor een fiscale lossere politiek voor die hoge schulden landen.

Een ander gevolg is de invloed ervan op structurele hervormingen.
Door die monetaire steun en lage rente is de noodzaak voor structurele hervormingen op de lange baan geschoven en door hogere schuldvorming vervangen.
Bij een normale rente vorming hadden die landen nooit zo'n hoge schuld kunnen opbouwen.
De rente zou steeds verder gestegen zijn (kijk naar Griekenland voor de bailout) zodat lenen onbetaalbaar zou worden.
Dan zouden structurele hervormingen de enige mogelijkheid zijn geweest om de financiën op orde te krijgen.
Want ruimte voor fiscale maatregelen was er niet meer en devaluatie door de gezamenlijke munt, de euro, uitgesloten.

Langzamerhand begint het besef door te dringen dat monetaire easing, QE, bijdrukken van steeds meer honderden miljarden niets helpt maar ook niet gestopt kan worden.
Natuurlijk heeft de ECB gewaarschuwd dat zonder hervormingen de QE niet afdoende zou zijn maar door diezelfde QE is tevens de noodzaak voor hervormingen weggenomen.

En nu, ironisch genoeg, zijn mede door die losse geld politiek en lage, negatieve rente van de ECB de schulden zo hoog opgelopen dat er geen ruimte is voor een lossere fiscale politiek van de eurolanden met die hoge schulden om te kunnen investeren.
Structurele hervormingen, een prachtige uitdrukking maar in de praktijk neerkomend op versobering van de sociale en arbeidswetgeving, zuivering van de bureaucratie en daardoor betere kansen voor het bedrijfsleven.
Structurele hervormingen voor een zuiniger huishouden, want de enige reden waarom de landen zo in de schulden steken is dat er vanaf de invoering van de euro stelselmatig meer door de eurolanden is uitgegeven dan er door groei verdiend werd.
En structurele hervormingen om door een beter managen van de economie meer groei te verkrijgen.
Want alleen grotere economische groei dan begrotingstekorten kan het tij doen keren.

Want de monetaire losse politiek van de Centrale Banken hebben geen grotere economische groei gebracht. Niet in de eurozone, niet wereldwijd want de prognoses door IMF en OECD voor economische groei, de enige weg om uit de schulden te komen worden steeds lager, keer op keer.
Secular stagnation, oftewel stilstand in plaats van toenemende groei, dreigt of is al een feit.
Zie in de grafiek hieronder hoe de prognoses voor de wereldeconomie steeds naar beneden worden bijgesteld. 


Een ander ironisch gegeven is dat die losse monetare politiek juist de sterke eurolanden bevoordeelt en dus de onderlinge verschillen nog vergroot.
Want zoals ik onlangs in een grafiek heb laten zien wordt hun globale concurrentiepositie, die al redelijk was, nog vergroot door de lage eurokoers veroorzaakt door het honderden miljarden bijdrukken, terwijl hij voor de zwakke eurolanden nog steeds te hoog is.

En voor de handel in de eurolanden onderling maakt het geen verschil doordat er die euro is die onderling niet van waarde verschilt.
En, de eurolanden onderling concurreren natuurlijk wel waarbij doordat de totale eurozone groei zo gering is de winst voor het ene euroland het verlies voor een ander betekent.
Kijk naar de balans van het target 2 euro betaalsysteem onder dit blog en zie de grote verschillen tussen de landen.

Kan de ECB stoppen met het bijdrukken en opkopen.
Als een gerucht erover al zoveel gevolgen heeft wat zou dat dan worden bij stoppen.
En (net zoals bij de FED) stoppen betekent nog niet eens het uit de markt halen van het bijgedrukte geld, zoals de ultieme bedoeling is, maar het in de circulatie houden van het in die tijd bijgedrukte geld.

Een ander ironisch gevolg is dat uitstappen uit de eurozone of opheffen ervan steeds onmogelijker wordt naarmate de ECB meer geld bijdrukt.
Want de eurolanden zijn naar rato van hun BBP deelnemer in de ECB en voor dat percentage aansprakelijk voor de balans ervan.
En welke reële waarde zouden de met dat geld aangekochte assets, eurolanden staatobligaties en bedrijfsobligaties dan hebben.
Van staatsobligaties wordt bijvoorbeeld aangenomen dat die geen ricico opleveren en dus hun waarde behouden.
En bedrijven zijn ook geen absolute zekerheid.
Zie aan het einde van dit blog de grafiek met de balans van de ECB om het verloop van het bijdrukken te volgen.

En de wens van Frankrijk (onlangs weer uitgesproken door Hollande) en de zuidelijke landen voor een euro financieel parlement met eigen begroting en eigen uitgavenpatroon is alleen al door de onderling zo verschillende sociale en belastingwetgevingen onmogelijk, afgezien van het feit dat het in strijd zou zijn met de Duitse grondwet.
Bovendien zou het doel alleen zijn een herverdeling van de schulden en structurele geldstromen noord zuid die de gehele zone zouden aantasten.
En als laatste zou het ook die gevreesde hervormingen weer op de lange lange baan kunnen schuiven.

Wat zullen de komende jaren ons dus brengen.

De laatste tijd verschijnen er veel artikelen over de euro perikelen. Oner andere van Professor Stiglitz en dit keer Professor Issing, een van de grondleggers van de euro en oud bestuurslid van de ECB, die beide de toekomst van de euro somber inzien.

grafieken:

                 balans van de ECB waarop de QE te zien is


de balans van de ECB vanaf 2008. De eerste aankoopgolf was in 2012, daarna werd de balans afgebouwd tot maart 2014 het huidige QE programma begon en de balans nu boven de
3,5 biljoen euro ligt. Tot april 2017 komt daar nog 560 miljard euro bij. Daarna blijft de balans constant.

 balans van het Europees betalingsysteem dat vorderingen en schulden van de eurolanden in kaart brengt


  
een chart van het target 2 systeem, het ECB Europees Betaalsysteem van de landen onderling  uit 2016 die laat zien dat er na de daling na 2012 wederom een sterke stijging van de hoogte van vorderingen en schulden optreed.
Er is een duidelijke correlatie met de twee periodes van obligatie opkoop, QE,  door de ECB


vendredi 14 octobre 2016

Papier en Praktijk

De Europese Unie lijkt in een cirkel gevangen. Dezelfde thema's komen om de beurt weer in de belangstelling.
Maar oplossingen zijn er niet, alleen nieuwe maatregelen om de gevolgen ervan te beperken.
Neem het illegale migranten vraagstuk van de economische migranten en migranten die via andere landen uit oorlogsgebieden en armoede landen naar de Europese Unie komen.
2015 was een crisisjaar, de Schengenzone werd overlopen, er was niets voorzien, er was geen beleid.
Laat ik alleen Griekenland nemen.
Hoeveel migranten zijn er in Griekenland die naar het noorden willen, het in hun ogen allesbiedende Duitsland.
Er waren al eind 2015 zo'n 170.000 die over de EU landen verdeeld zouden moeten worden, reallocatie.
In maart dit jaar besloot de EU er 6000 per maand te verdelen.
Voor minder dan 4000 is dat tot nu toe gebeurd.
Een aantal lidstaten wil niet meeweerken.
Er zijn dit jaar in Griekenland tot nu toe meer dan 168.000 bijgekomen.
En het terugsturen naar Turkije is een farce. Ongeveer 500 migranten zijn naar Turkije teruggestuurd.
Het enige in ruil voor de 3 miljard euro steun aan Turkije (toegezegd maar niet betaald) is een vermindering van het aantal boot migranten vergeleken met het crisisjaar 2015.
En Griekenland is hermetisch van het noorden afgesloten, er zijn slechts enkele spaarzame vluchtroutes. Schengen is een loze kreet.
Dus kunnen wij in het noorden zeggen dat er dit jaar veel minder migranten naar ons zijn toegekomen.
Maar dat is alleen omdat Griekenland en vooral de eilanden nu één groot vluchtelingen opvang centrum zijn geworden en zij zullen op een gegeven moment de druk niet meer kunnen weerstaan. 
En wat gebeurt er dan.
Het aantal incidenten neemt al snel toe.

De EU (en vooral Duitsland) zitten na 2015 vol met illegrale migranten die profiterend van de grenzenloze Schengen zone vanuit Griekenland (en ook Italië) zonder zich te laten registreren en zeker zonder asiel aan te vragen ongecontroleerd konden rondzwerven. In Duitsland zijn er 500.000 gewoon zoek.
Nu wordt Frontex, verantwoordelijk voor de bewaking van de buitengrenzen, vervangen door een uitgebreider, beter uitgerust grensbewakings corps.
The European Border and Coast Guard Agency met 1500 beschikbare grensbewakers.
Zo zullen de land buitengrenzen beter bewaakt kunnen worden en alleen visum houders de EU binnenkomen.
Maar voor de zee buitengrenzen is het totaal anders.
Via de zeegrenzen is het niet te voorkomen dat zij binnenkomen, steeds vaker door kustwacht of vrijwilligers boten gered uit wrakkemikkige overvolle niet zeewaardige boten.
Vaak wordt de kustwacht zelfs getipt dat de boten in aantocht zijn, maar ondanks dat zijn er rampen waarbij honderden migranten het leven laten.
Volgens de Dublin overeenkomst en internationaal recht  hebben zij als zij eenmaal  op EU grondgebied zijn het recht, ook al zijn het overduidelijk economische migranten, om asiel aan te vragen en tot het moment dat er een definiteve beslissing is in het aankomstland te blijven met recht op onderdak, levensmiddelen en zakgeld.
Tegenhouden kan niet, alleen registreren en eventueel asiel aanvragen. Zomaar terugsturen kan niet.
Is de asielprocedure afgewikkeld dan mogen zij bij verkrijgen van de asielstatus via relocatie naar andere EU landen vertrekken waar zij dan kunnen inburgeren en een verblijfsvergunning verkrijgen.
Wordt hun asielaanvrage afgewezen dan zouden zij moeten worden uitgezet naar het land van oorsprong.
Beide blijken in de praktijk een ondoenlijke zaak.
Papier en Praktijk.
Op papier kunnen er prachtige oplossingen in bloemrijke taal worden bedacht.
Maar een bureau is ver verwijderd van de barre werkelijkheid.

Een probleem is de wetgeving, niet de inspanning van kustwacht en grenslanden.
Het probleem is het feit dat iedereen die zich op EU grondgebied bevindt het recht heeft asiel aan te vragen.
Zolang dat niet veranderd wordt is het dweilen met de kraan open.
En je kunt rustig zeggen dat zolang deze wetgeving niet verandert de kustwacht de zeegrenzen niet bewaakt maar optreedt als reddingsorganisatie.
Het andere probleem zijn de voortdurende (burger)oorlogen in Noord Afrika, waarvoor wij onze handen niet in onschuld kunnen wassen en de armoede in vaak dictatoriaal geregeerde landen.

Het eerste is op te lossen door een opzeggen van verdragen en verandering van wetgeving.
Het tweede eist, zoals ik het zie van ons een keuze.
De keuze tussen een dictatoriaal regime of een (zoals Irak, Libië e.d ons leren) een voortdurende strijd tussen oude stamverbanden om de macht in hun gebied.
En die keuze is blijkbaar niet gemakkelijk.















lundi 10 octobre 2016




 Economie, banken
en
de wereld beleidsmakers




Terwijl de twee presidents kandidaten van de Verenigde Staten, het machtigste land in de wereld, in plaats van te debatteren over de grote globale vraagstukken, elkaar verbaal zo zwart mogelijk proberen te maken valt er vrijwel niets economisch positiefs te melden in de wereld.


De ECB heeft het toezicht op de eurozone banken toegewezen gekregen, twee stresstesten hebben vermeld dat alles in orde zou zijn, maar de laatste nam bijvoorbeeld niet de invloeden van de negatieve rente in beschouwing maar wel een nog te verwachten winst van de Deutsche Bank. 

In Italië is er desalniettemin zo onderdehand een algemene banken crisis, in Duitsland wankelt de Deutsche Bank mede door een nog nooit vertoonde megaboete van het Amerikaanse Department of Justice, 14 miljard dollar.
Ja, de Deutsche Bank heeft eigenlijk pech gehad.
Kwamen andere banken er door hun leengedrag in de USA er met 2 of 5 miljard dollar straf of zo af, voor Deutsche Bank geldt dat niet.
Hebben zij zich dan erger dan de andere gestrafte banken misdragen?
Neen, maar zij hebben de pech dat er een wijziging is gekomen in de top van het USA Department of Justice dat nu strenger optreedt en veel hogere boetes oplegt dan tot nu toe.
Hadden ze maar eerder tot overeenstemming moeten willen komen.

Italië is al lange tijd gewikkeld in een bankencrisis.
Italië weet dat het niet de aandeelhouders van zijn noodlijdende banken kan aanspreken zoals in de nieuwe bankenunie constructie afgesproken is omdat dat voor een groot deel  kleine luiden zijn die vaak niet eens weten dat zij aandeelhouder van de bank zijn.
Vorige jaren heeft dat al tot onrust geleid toen een kleine bank op die manier werd opgerold en Italië met een stagnerende economie en superhoge staatsschuld kan zich geen verdere sociale onrust veroorloven met het komende referendum over Renzi's structurele hervormingsbeleid voor de boeg.
Vandaar dat Renzi met belangstelling de ontwikkelingen bij de Deutsche bank volgt waar Merkel alle mogelijkheden afweegt om zonder staatssteun de Deutsche bank op de been te houden.
En de ECB kan geen steun bieden want wel mag hij corporate obligaties opkopen maar daar zijn banken en andere financiële instellingen van uitgesloten.

Gaat Merkel door de knieën en zegt staatsteun toe en ondermijnt daarmee de gloednieuwe bankenunie dan zijn de Italiaanse banken ook gered.
Iedereen wacht dus in spanning af want de dwarsverbanden tussen de eurozone banken zijn hecht en lijdt de een dan kreunt de ander.

Hoe gaat het verder met de QE van de ECB en andere landen.
Van de ene zijde gaan er  geruchten dat de ECB aan “taperen” van de opkoop politiek denkt, dus het langzaam verminderen van het maandelijks bedrag (nu 80 miljard euros) dat de ECB bijdrukt om waardepapieren op te kopen van banken en bedrijven.
Van de andere zijde wordt dat ontkend en komen geluiden dat ook na maart 2017, wanneer de opkoop periode officieel voorbij de ECB door gaat tot de 2% bereikt is.
Volgens de laatste uitspraak van Draghi (als er intussen tenminste alweer geen andere is) zal die 2% in 2019 bereikt zijn.
Maar wat zijn zulke prognoses waard.
Een probleem voor de ECB  is dat de voorraad staatsobligaties die binnen de koopvoorwaarden van de ECB vallen (looptijd, minimum rente) schaars begint te worden.
Vandaar dat nu ook corporate obligaties, dus leningen van bedrijven, reeds opgekocht worden.
Een mogelijkheid tot vergroting zou zijn dat de ECB de minimum rente voorwaarde zou laten vallen waardoor ook Duitse obligaties opkoopbaar zijn en of de looptijd zou verhogen. Italië heeft bijvoorbeeld onlangs obligaties met een looptijd van 50 jaar uitgegeven die nu niet aan de opkoopbaarheids voorwaarden voldoen.
Wat dat voor gevaren inhoudt heb ik vorige blogs al vermeld.
Er zijn trouwens economen die van mening zijn dat de QE nooit meer gestopt zal kunnen worden.

Ook over de negatieve rente zijn er uitspraken.
Volgens de Wall Street Journal hebben Praet en Mersch (bestuursleden van de ECB) de uitspraak gedaan dat een negatieve rente op de duur juist een vermindering van bankleningen aan de economie zouden kunnen veroorzaken, het tegenovergestelde van wat de bedoeling ervan is.
Er is natuurlijk ook onrust ontstaan over de vele tienduizenden banen die de komende jaren door de banken geschrapt gaan worden.
De negatieve rente die het profijtelijk zakendoen van de banken zwaar bemoeilijkt wordt als één van de oorzaken daarvoor gezien.
Maar volgens uitspraken van Draghi is de oorzaak het business model van de banken die zich moeten aanpassen aan die lage rente.
In zijn toespraak tot het Duits parlement heeft hij zelfs gezegd dat deze lage rente goed is voor de spaarders  omdat daardoor op de duur meer werkgelegenheid wordt geschapen waarvan de spaarders ook profiteren.
Maar dat de monetaire QE politiek geen hogere inflatie en grotere groei heeft veroorzaakt en daartoe alleen ook niet in staat is wordt wel algemeen aanvaard.
Naar mijn bescheiden mening heeft hij er in de eurozone wel voor gezorgd dat de eurolanden excessieve staatsschulden hebben kunnen opbouwen door de lage rente, grotere schulden dan de meeste andere belangrijke landen,  en dat de dringende noodzaak van structurele hervormingen erdoor op de lange baan is geschoven.


Bij de IMF meeting vorige week in Washinton van de wereld beleidsmakers was de boodschap:  als men snellere economische groei wil gaat dat pijn doen.
Fiscaal geld uitgeven gaat moeilijk in een tijd van verouderende bevolkingen en record hoge schulden.
Dus blijft over dat de zoektocht naar groei afhangt van impopulaire maatregelen zoals het verhogen van de pensioenleeftijd of het verzachten van de immigratie barrières, die nu al politiek moeilijk liggen.
Dat houdt in dat de structurele hervormingen waarover wel gepraat werd maar niets gedaan nu meer in detail moeten worden uitgewerkt en wat dat inhoudt.
In China en Canada bestaan extra uitgeef plannen, monetaire politiek is soepel in alle belangrijke economieën maar dat kan door de enorme wereldschuldenlast van 152 biljoen dollars niet eeuwig doorgaan.
Dus zijn die structurele hervormingen noodzakelijk in die mix.
Ingrepen in de sociale verworvenheden.
Duitsland heeft een surplus begroting, heeft dus ruimte om meer geld vrij te maken (ten koste natuurlijk van een stijgend begrotingstekort en nieuwe schulden) maar voelt daar niets voor.
En verkiezingen in talrijke landen de komende maanden en jaren maken het ook niet gemakkelijk impopulaire beslissingen te nemen.
En wat nu precies bedoeld wordt met die structurele hervormingen is mij evenmin duidelijk geworden.

Ik blijf dus wat verdwaasd achter.
En dit is maar één van de vele problemen.














mercredi 5 octobre 2016

Er heerst onrust bij IMF
 en bij 
de Powers That Be. 

Er Dreigt Gevaar.

In mijn laatste blogs heb ik mijn mening gegeven, overigens op officiële cijfers gebaseerd, over de eurozone en de ECB.
Ik ben overigens niet de enige die de overtuiging heeft dat rekenmodellen niet de illusie mogen scheppen dat daardoor een zekerheid wordt geschapen.
Wat er in gaat en hoe dat verwerkt wordt bepaalt de uitkomst.
Slechte invoer en/of slechte verwerking betekent slechte uitvoer.
Maar dit keer heb ik mijn gedachten laten gaan over die dreiging van het populisme dat de establishment ziet.
Gewoon gedachten over waarom en waartoe.

Deze week komt de policy makende elite samen in Washington voor een IMF bijeenkomst die een geloof in globalisering vertegenwoordigt die niet strookt met de aanzwellende terugslag tegen de ongelijkheid die deze teweegbrengt. De opkomst van de populisten.

De angst voor het populisme neemt niet alleen in de Europese Unie en de eurozone toe.
Zelfs het IMF ziet in het populisme een bedreiging voor de wereld economie groei.
Daarmee begeeft het IMF zich volgens sommigen op het politiek terrein waar het absoluut niet thuishoort.
Maar wat is de oorzaak van dat populisme, en wat is populisme.
Misschien zeg ik het een beetje simpel en kunnen sociologen en policologen er boekwerken aan wijden zodat niemand er meer een touw aan kan vastknopen.
Maar waarom niet.

De grond oorzaak is naar mijn mening dat de bevolkingen zich sterk genegeerd voelen en zelfs gebruikt door de elite, de mainstream, de establishment, de politiek.

De verschillen in inkomen tussen kapitaal en arbeid zijn sterk toegenomen mede door de monetaire politiek van de centrale banken.
Deze kunnen dat niet afdoen met het negeren ervan als een side effect dat niet hun doel is en dus niet hun worry.
Door het overbrengen van productie door multinationals, groot en klein, naar lage lonen landen zijn de goed betalende banen voor de middenklasse verdwenen en dreigt zelfs die middenklasse te verdwijnen.
De globalisering brengt niet overal vooruitgang.
Met ziet een zich verrijken van de top management in bedrijven en instellingen ten koste van de lonen en werkgelegenheid van de workfloor werkers.

De lage en negatieve rentepolitiek van de ECB bevoordeelt de lidstaten die voor hun staatsschulden een veel lagere rente dan normaal moeten betalen, maar schaadt de kleine spaarders die zelfs het risico gaan lopen voor hun spaargeld rente aan de banken te moeten betalen en pensioenfondsen die geen rendement kunnen maken en dus de pensioenen moeten verlagen.
Zelfs de banken lijden schade door deze lage rente en gaan tienduizenden werknemers ontslaan.
Natuurlijk niet alleen door die lage rente maar die speelt er wel degelijk een hoofdrol in.
Ook dat kan de ECB niet afdoen als een side effect dat niet beoogd wordt en dus geen worry voor de ECB is.
Door de opkooppolitiek van de ECB en het overvloed aan geld daardoor (nu al 1200 miljard euros) worden de aandelen koersen opgestuwd, want waar moeten die 80 miljard euro per maand naartoe. Aandelen worden een vluchtroute voor het kapitaal.
Veel van dat geld wordt door banken belegd in het buitenland en niet in de eurozone economie.
Want de banken beleggen waar het hoogste rendement te halen valt.
Maar als een bank door slecht investeren dreigt om te vallen heeft steeds de bevolking via belastinggeld dat moeten voorkomen en betalen.
De regels daarvoor zijn nu veranderd en de aandeelhouders worden eerst aangepakt.
De banken moeten onderling een garantiefonds hebben en het spaargeld  moet via een depositofonds worden gegarandeerd tot 100.000 euro.
Stress tests hebben aangetoond dat de banken safe zijn.
Dus geen staatssteun meer. Juist, want de banken werken globaal.
Op papier klopt het.

Maar in Italië en in Duitsland is het de vraag of de nieuwe regels afdoende zijn.
Italië's banken hebben zoveel Bad Loans dat herkapitalisering nodig is om omvallen te voorkomen.
Italië wil weer staatssteun om de kleine aandeelhouders te ontzien maar volgens de nieuwe regels is dat verboden.
Maar of de Deutsche Bank het redt zonder staatssteun is twijfelachtig.
Merkel is er tegen maar wat zijn de alternatieven.
De bankenunie is zo een loze niet werkende constructie.

Wonen en energiekosten zullen de komende jaren flink oplopen.
De overgang naar duurzame energie eist enorme investeringen die een verhogende invloed op de verbruikersprijs zullen hebben.
In Duitsland is dat al jaren aan de gang via een EEF heffing.
Juist de armen en degenen die net boven die grens zitten worden daar het slachtoffer van.

De vluchtelingen crisis toont het onvermogen van de EU om adequaat te reageren. Op papier is alles onder controle, commissies, werkgroepen worden gevormd.
Maar in de praktijk is het een chaos. Het is een papieren leger.

De politiek heeft in de ogen van de bevolkingen gefaald en alleen de belangen van het establishment gediend.
Dat geeft aan wat populisme is.
Het is een zich afkeren van de gevestigde politieke orde en establishment gedomineerde maatschappij die alleen de eigen kring beschermt en bevordert. Cronyism.
Het afdoen van populisme als onderbuikgevoelens, ongeletterden, extremisten, tokkies,  zien zij als een teken van de minachting die de establishment voor hen heeft.
Het maakt de gevoelens van onvrede des te sterker.
In de EU en vooral de eurolanden neemt het scepticisme toe.

In de Europese Unie en de eurozone komt daar bij dat de elite, tegen de wil van de meerderheid van de bevolkingen die minder macht voor de EU, Brussel willen, via een achterdeur,  de Commissie, juist steeds meer macht naar Brussel wil overbrengen en blijft streven naar een gecentraliseerde EU, technocratisch bestuurd door Brussel.
Daardoor is er, juist bij zaken die een gecentraliseerde aanpak nodig hebben, wantrouwen bij de lidstaten zelf die dat dan ook zien als een ongewenste stap naar verdere federalisering.
Dat levert een scheiding van de geesten op tussen oost en west.

De invoering van de euro, algemeen erkend als een totaal mislukt experiment om via een gemeenschappelijke munt door convergentie rijp te worden gemaakt voor een politieke unie is een groot gevaar geworden voor de EU zelf.

De zuidelijke landen raken economisch steeds verder achterop bij de noordelijke landen en staan voor een blok.
Verder gaan op de huidige weg voert hen  naar de economische ondergang maar gebondenheid aan de voorwaarden voor de invoering van de euro, vastgelegd in de Verdragen, geeft hen geen ruimte om een eigen doeltreffende financiële politiek te voeren.
Devalueren, altijd het middel om de munt aan te passen aan de economische potentie, is uitgesloten.
Alleen de opkoop door de ECB van hun obligaties en de kunstmatig lage rente houdt hen op de been en de schulden houdbaar.
Maar dat kan niet eeuwig doorgaan.
Zij staan inderdaad voor het blok.

De noordelijke landen, onder de parapluie van Duitsland, willen geen afwijken van de Verdragen, terecht, want ze zijn door alle lidstaten getekend.
Zij kunnen leven met de waarde die de euro voor hen heeft.
Evenmin willen zij een fiscale unie, slechts alleen Duitsland lijkt zo'n fiscale unie, mits het een politieke unie is maar dan geschoeid op Duitse leest,  te willen.
Zij willen ook geen geldstromen naar de zuidelijke landen maar willen dat deze zich aan hen aanpassen.
Helaas is dat onmogelijk omdat, met uitzondering wellicht van Spanje, die landen niet het economisch potentieel hebben zich aan het noorden aan te passen.

Deze onoplosbare problemen worden afgewenteld op de bevolkingen in het zuiden met als gevolg overgrote werkloosheid, door "interne devaluatie", loonsverlagingen waardoor de koopkracht instortte en armoede toesloeg.
En het einde daarvan is nog niet bereikt.
Spanje en Portugal staan in het rode boekje voor overschrijding van de 3% grens. Nog meer bezuinigen treft de bevolking nog erger dan nu.
Italië heeft zijn enorme bankenprobleem en gebrek aan groei en torenhoge schuld.
En eens zal toch de rente voor die schulden omhoog worden gebracht.

Daarbij komt een naar mijn mening belangrijke factor naar voren.
Zeg dat in de zuidelijke landen  30% van de bevolking onder de armoedegrens van dat land leeft (in de EU gemiddeld haast 25%) en 24% werkloos is. In Griekenland bovendien 50% van de jongeren.
Ik schat zo voor de vuist weg dat ook 30% moeite heeft om rond te komen.
En dat in een situatie die elk jaar verder verslechtert want elk jaar neemt de staatsschuld toe en is er minder overheidsgeld voor de economie en nemen de lasten voor de bevolking toe en moet de 3% bereikt worden door hogere lasten voor de bevolking.
Dan is er nog 40% van de bevolking ver boven die armoede grens.
Voor hen de situatie aanvaardbaar en behoeft niet te veranderen.

Natuurlijk is dat een voedingsbodem voor politieke bewegingen en partijen die zich afkeren van de status quo en een andere aanpak willen die perspectief op verbetering geeft.
Maar de in zichzelf gekeerde establishment ziet het niet in en vindt het een bedreiging, een aanval op hun systeem.

Inderdaad, zoals Stiglitz zegt, de euro kan de ondergang van de EU zijn, gekoppeld aan de dreiging van een federale staat en de vluchtelingencrisis en de technocratische bemoeizucht van Brussel.

Maar de verworvenheden van de oude Europese Economische Gemeenschap verliezen zou een ramp voor Europa zijn.
Dat moet voorkomen worden door het europrobleem te neutraliseren en de politieke macht terug te brengen naar de lidstaten met alleen essentiële gemeenschappenlijke veiligheidstaken centraal.
Dan blijft de economische kracht van de single market bewaard en kan enorm worden bespaard op de bureaucratie.
En de politieke onafhankelijkheid van de landen wordt hersteld.


Maar dat kan ook een droombeeld blijken en moet de EU van crisis naar crisis verder doorkruipen tot er één crisis te veel komt.
En dan zou alles verloren zijn.















vendredi 30 septembre 2016

Een droeve maar slechts amateuristische blik op

de benarde eurozone "Struggle for Survival"
het verschil tussen stimulus en steun.
het verschil tussen symptoom en oorzaak


Na de reclameboodschap over QE en negatieve rente die Draghi uitsprak voor de Duitse Bundestag kan men betreuren dat het erop volgende debat helaas bij gesloten deuren plaatsvond zodat onbekend is hoe de Duits parlementariërs op reageerden.     Want....
bij de invoering van de euro was Duitsland het zwakke land en kon jaar na jaar niet aan de 3%/60% voldoen. Maar Duitsland hervormde en paste de sociale wetgeving aan.

Duitsland en Nederland hebben zonder hulp van de ECB via de nodige hervormingen en de economie niet verlammende bezuinigingen bereikt wat de andere eurolanden op dezelfde manier zouden hebben moeten bereiken: een gebalanceerd budget. Niet meer uitgeven dan er binnenkomt.
Nu staat Duitsland in het verdomhoekje (en Nederland ook) want nu moeten ze, vinden de ECB en het IMF en de OECD,  de nalatige landen gaan helpen door meer te gaan besteden, meer uit te gaan geven zodat wat zij bereikt hebben en wat noodzakelijk is: een gebalanceerd budget weer verandert in nieuwe schulden maken.
En dat is nodig om die andere landen te helpen die niet sober, zuinig en hervormend geleefd hebben en nu aan de grond zitten.

Wat is de les van dit sprookje. Dat moet ieder maar voor zichzelf uitmaken.

De ECB maakt deel uit van het politieke systeem in de eurozone, of hij dat nu wil of niet,  maar beheerst onaantastbaar slechts één aspect ervan, de monetaire politiek, het bewaken van de prijsstabiliteit .
Dat blijkt ook uit de steeds toenemende druk die Draghi uitoefent op de politieke leiders om hem te volgen in zijn visie op wat zij zouden moeten doen en uit de omvang van zijn mandaat dat hem in staat stelt, zij het ongericht en indirect, lidstaten te beïnvloeden.
Daarom is het in feite niet juist dat de ECB geen politieke verantwoording hoeft af te leggen terwijl hij wel keuzes maakt die politieke leiders min of meer dwingen zijn politiek te volgen.

Men kan van mening verschillen over de waarde van de Quantitative Easing en het rentewapen want economie is geen exacte wetenschap en er zijn ook economische stromingen die niets zien in een QE of geforceerde rente politiek.
De monetaire politiek van de ECB kan dus nooit worden gezien als een die gegarandeerd succesvol zal zijn al wordt dat wel zo voorgesteld.
De negatieve rente is, zoals door velen gezegd, varen in "uncharted waters" en de gevolgen zijn derhalve volslagen onbekend. 
Wel kan worden vastgesteld dat door het opkopen van staatsobligaties door tussenkomst van de banken niet gegarandeerd kan worden dat de vrijgekomen gelden  voor investeringen in de eurozone gebruikt gaan worden.
Het staat de banken vrij dat geld te investeren of te gebruiken zoals zij dat wensen. Veel ervan wordt dan ook in het  buitenland geïnvesteerd volgens de BIS  want door de lage of negatieve rente is binnen de eurozone te weinig te verdienen voor de banken.
Ook kan worden vastgesteld dat de inflatie op 2%  brengen omdat dat de beste wijze is prijsstabiliteit te bereiken, theorie is en geen mathematische zekerheid.
Er zijn stromingen die in plaats van 2% zelfs 4% inflatie als juiste doel zien.
Maar het is wel het enige doel van de ECB QE.
Sinds het begin van de QE is die 2% nog lang niet bereikt en het ziet er niet naar uit dat het op deze wijze binnen afzienbare tijd zal lukken.
Integendeel, alle tekenen wijzen erop dat men een lange periode van lage inflatie verwacht.
Maar ook dat is geen zekerheid.
Ook in Japan, met veel langere en uitgebreider QE, is de omstreeks 2% inflatie  na vele jaren nog steeds niet bereikt en de BoJ mikt nu meer op een rente van 0% op tienjarige obligaties.
Ook in de USA beweegt de inflatie zich nog steeds onder de 2%.
Er zijn voornamelijk andere, economische, effecten die de lage inflatie veroorzaken zoals lagere olieprijs dus lagere energiekosten, lage grondstoffen prijzen die de productiekosten doen dalen en dus de eindverbruikers prijzen eveneens omlaag brengen (en prijsstijging is identiek aan hogere inflatie, prijsdaling aan lagere inflatie) en door de globalisering import uit lagelonen landen en daarnaast banenverlies door overbrengen productie naar lagelonen landen en tenslotte interne devaluatie, euphemisme voor loonsverlagingen voor de werkenden.
De centrale banken hopen nu dat door de Opec deal de olieprijzen zullen stijgen en daardoor de inflatie omhoog zal gaan. Maar niet door hun QE dus!

Het lage inflatiemes snijdt dus van twee kanten: prijsverlagingen van aanbod en lagere koopkracht en dus lagere vraag door banenverlies en loonsverlagingen.

Maar de keuze in de eurozone voor monetary easing, QE, was en is echter de gangbare (zij het dat zelfs IMF en OECD nu steeds nadrukkelijker de nadruk op de betrekkelijkheid ervan leggen).

In de eurozone zijn de omstandigheden, zoals ik al eerder heb vermeld,  echter uniek en totaal anders dan in de USA en Japan en het Verenigd Koninkrijk, die de ECB voorgingen in het Quantative Easing en de renteverlagingen.
In die landen  is er sprake van een Politieke Unie, met dus dezelfde wet en regelgeving in alle regio's en bovendien één taal, die arbeids migratie vergemakkelijkt.
Daardoor kunnen de centrale bank zijn monetaire politiek en de staat zijn fiscale staatspolitiek nauwkeurig op elkaar afstemmen binnen hetzelfde wettelijke kader.
Structurele hervormingen spelen zich ook af binnen hetzelfde wettelijk Politieke Unie kader.

In de eurozone echter is er een totaal andere situatie.
Daar heeft de ECB te maken met negentien economisch en fiscaal (binnen de 3% en 60% grenzen) onafhankelijke van elkaar verschillende landen met verschillende talen, verschillende wetgevingen en regelgevingen, verschillende regeringen en verschillende economieën met elkaar verbonden door vrij verkeer van goederen, diensten en personen en met één enkele munt de euro.

Door de grote verschillen in economische output heeft die euro ten opzichte van de dollar in de verschillende lidstaten een andere reële waarde, "fair value"  zoals in onderstaande tabel te zien.
Terwijl de euro voor Duitsland ondergewaardeerd is, dus meer waard is dan de dollar, geldt voor de meeste andere eurolanden het tegenovergestelde.
  

 Deze tabel, hoewel uit de tijd dat de euro nog 1.34 $ waard was, geeft de "fair value" van de euro per land aan, oftewel de economische krachtsverhouding tussen 11 eurolanden onderling.

Terwijl de "Duitse euro" meer waard is dan de dollar is de "Italiaanse euro" 27% minder waard dan de dollar. Omgerekend Duitsland waarde 1, Italië waarde 0,74; een kwart minder waard dan de Duitse euro. Met andere woorden, de euro is voor Duitsland te goedkoop en voor Italië veel te duur. Italië heeft dus 25% minder concurrentievermogen dan Duitsland.
De traditionele oplossing: devaluatie om tot een aanpassing te komen is met de euro uitgesloten.
De gevolgen zijn duidelijk.

Het was de bedoeling dat deze interne waardeverschillen van de euro in de loop van de jaren door de werking van het Stabiliteits en Groei Pact zouden verdwijnen zodat de eurozone inderdaad een Economische en Monetaire Unie zou worden.

Helaas is het tegenovergestelde gebeurd en is de eurozone alleen bij elkaar gebleven door schuldfinanciering.
Door het stelselmatig meer uitgeven dan binnenkwam,  achterblijven van het Bruto Binnenlands Product bij de Uitgaven, dus door een structureel begrotingstekort bleef de eurozone bijeen maar ten koste van sterk groeiende staatsschulden en dus rentekosten.
Het gevolg was dat een crisis zoals in 2008 niet door reserves kon worden opgevangen en alleen door nog grotere schulden te maken een ineenstorten kon worden voorkomen.
Normaal gesproken zou nog meer schulden aangaan afgeremd zijn door renteverhogingen door de crediteuren om het dan grotere risico van niet terug betalen gedekt te krijgen.
Daardoor zou de grens waarboven rentebetalingen zo hoog zouden zijn dat zij de economie zouden schaden of zelfs ineen doen storten overschreden worden.
De landen zouden zo worden gedwongen de tering naar de nering te zetten, met andere woorden zo sterk te bezuinigen dat uitgaven en inkomsten in evenwicht waren.

We kennen het gevolg. Deze limieten werden overschreden.
Griekenland, Portugal (en wellicht Ierland)  zouden hierdoor failliet gaan, want het verdrag van Lissabon verbood directe financiele steun van lidstaten onderling en verbood ook de ECB directe steun te verlenen.
De eurozone en, wat erger was, de eurozone banken zouden kunnen omvallen.

Er was de eerste keuze, Griekenland failliet laten gaan en de banken in zware problemen brengen, of het verdrag van Lissabon verbreken en Griekenland financieel ondersteunen.
Dat laatste werd gekozen. En Draghi beloofde de euro kost wat kost te redden.

Eerst werd dus het verdrag doorbroken en daarna werd het ESM, Europees Stabiliteits Mechanisme, gevormd dat die financiële steun wel mogelijk maakte omdat het in dat geval geen directe steun meer was maar via de omweg van het ESM plaats vond.
Dus werden aan die landen leningen met lage rentetarieven verstrekt door dat ESM onder strikte voorwaarden van bezuinigingen en hervormingen.
Later ontweek Spanje op het nippertje het ESM en kreeg bankensteun zonder door de eurozone op te leggen voorwaarden.
Denk erom dat die ESM leningen bij de toch al onhoudbare staatsschulden van die landen werden opgeteld zodat ze daarna dubbel onhoudbaar waren en nog steeds zijn. Zie de grafiek in htpp://naarhethemleek.blogspot.com.
Het probleem werd dus niet opgelost maar het symptoom bestreden.
Het blijven landen met onhoudbare schulden.

De ECB heeft door zijn rentepolitiek en sinds maart 2015 opkopen van staatsobligaties de schulden van de zwakke landen kunstmatig houdbaar gemaakt.
Door het ECB opkoopprogramma en zijn lage rentepolitiek en de extra 0% rente leningen bleven de rentetarieven voor de eurozone landen laag en in veel gevallen zelfs negatief  zodat de rentelast betaalbaar bleef en blijft, ook al zijn de schulden objectief gezien onhoudbaar.
Maar die schulden zijn en worden nu via het opkoop programma van de ECB overgenomen niet door private partijen (de banken) maar door de ECB die zich als crediteur natuurlijk anders opstelt dan die banken. Voor de zwakke landen een geruststelling.
Maar voor de eurozone als geheel een risico. Want de lidstaten zijn aansprakelijk voor de schulden van de ECB naar rato van hun GDP.

Maar het is evident dat deze steun, onder de onjuiste naam van "stimulering" niet oneindig kan doorgaan al zou men kunnen zeggen dat de zwakke lidstaten eraan verslaafd zijn en dat afkicken en op eigen benen staan op instorten zou uitlopen.
Op een gegeven moment zal het opkoopprogramma echter toch beëindigd moeten worden, de obligatieleningen door de lidstaten worden afgelost en de rentesteun beëindigd worden en de lidstaten op eigen kracht verder gaan.

Voor IMF en OECD is dat duidelijk, zij wijzen erop dat de stimulering door QE op de duur minder effect heeft en dat fiscale stimulering door de lidstaten en structurele hervormingen ervoor moeten zorgen dat de lidstaten tenslotte zonder monetaire ECB steun verder kunnen.
Ook de ECB dringt steeds sterker aan op fiscale staats stimulering en structurele hervormingen om de economieën selfsupporting te maken, dus gebalanceerde begrotingen te krijgen en zelfs begrotingsoverschotten om de schuldenlast naar die 60% terug te brengen.
Groei en begrotingsoverschotten zijn daarvoor noodzakelijk.

De vraag is echter waar de fondsen vandaan moeten komen voor die fiscale stimulering want juist die zwakke lidstaten hebben geen enkele reserve en objectief gezien dus onhoudbare schulden.

Zoals ik in mijn vorige blog heb betoogd is ook structurele hervorming een vrijwel onmogelijk punt zoals we in de zuidelijke landen zien en bovendien kan er grote twijfel aan bestaan of dat een structurele oplossing zou zijn zoals we zien in Griekenland waar hij wordt afgedwongen en in Portugal dat weer in hoge nood verkeert.

Het is de euro die het probleem is zoals uit de "fair euro" grafiek blijkt en die de schulden problematiek heeft veroorzaakt zoals de grafiek in mijn vorige blog toont weergeeft.

Meer Europa zet geen zoden aan de dijk. 
Integendeel verplaatst alleen de problemen.
Want de onderliggende oorzaken blijven bestaan.
En ook een  hinkende fiscale unie (hinkend door de negentien niet op één lijn te krijgen sociale en belasting wetgevingen waardoor ontoelaatbare verschillen ontstaan) laat de onderliggende scheve structuur onaangetast en verzwakt alleen de sterkere lidstaten door van hen blijvende financiële steun voor de zwakkere te  eisen en maakt maakt bovendien de noodzaak van de sociaal aangevochten structurele hervormingen minder dwingend.
Politiek en sociaal onaanvaardbaar. Maar voor technocraten modelmatig te verwezenlijken.

Maar er zijn andere oplossingen die de oorzaak aanpakken. Oplossingen die rekening houden met de verschillen in eurowaarde.

Als laatste een vraag.
De EU streeft naar een gezamenlijke EU werkloosheidsverzekering.
Dat vindt de EU een uiterst belangrijke stap.
Lost dat nu de werkloosheid op of verzacht hij alleen maar het probleem.
Symptoombestrijding in plaats van werkgelegenheid scheppen.









dimanche 25 septembre 2016

volgend blog wordt: eurozone: "Struggle for Survival", stimulus of steun, symptoom en oorzaak"

Lees wat Draghi in het Europees Parlement heeft gezegd en toets dat aan de gegevens in de grafiek bij dit blog om te zien hoever theorie en praktijk uit elkaar lopen en hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn.
Praten en cijfers.
janeenjannenjanneenjaneen

Eurozone Wat wordt de volgende stap

QE, Austerity, Flexibility,Structural Reform, End of the Road.

Een tijd terug las ik  dat een robot ontwikkelgroep er op wees dat in 2050 een kantelpunt zou zijn bereikt.
Dan zou de wereld te weinig energie produceren voor de robots zodat een crisissituatie zou ontstaan.
Natuurlijk kan dat weer een voorbeeld zijn van zinloos over de toekomst speculeren , maar er zit een aspect aan dat tot nadenken stemt.
Energie is naar mijn mening de meest essentiële voorwaarde (of voorziening) voor het voortbestaan van onze beschaving.
Zonder energie is onze stadsgeoriënteerde beschaving tot ondergang gedoemd.
Zonder energie geen aanvoer van water, geen voedsel, geen verlichting, geen verwarming, geen huisvesting, geen vervoer.
Er zit nog een ander aspect aan energie.
De energieprijzen stijgen de laatse decennia snel. Vooral de electriciteitsrekeningen in bijvoorbeeld Duitsland lopen zover op dat steeds meer huishoudens in energieproblemen komen.
In weer andere landen worden de prijzen kunstmatig laaggehouden door een of andere subsidieregeling.
Maar goedkope energie is juist voor de minder bedeelde gezinnen een eerste vereiste.
En in ons uitgavenpatroon eisen stijgende woonkosten en stijgende energie kosten een steeds groter deel op zodat voor andere uitgaven minder overblijft.
Voor een steeds groter percentage van de bevolking een grotere kans op armoede, zelfs in work poverty.
Honderdduizenden mensen in ons welvarende westen zijn daardoor van electriciteit afgesloten.
Daar moet ook aandacht aan worden geschonken.
Soms bekruipt mij daardoor de vrees dat wij te veel in gescheiden segmenten werken en dat daarbij onderlinge verbanden en, wat ernstiger is, afhankelijkheden, uit het oog verloren worden of gebagatelliseerd.
Neem bijvoorbeeld de eurocrisis waar centrale banken en lidstaten in feite langs elkaar heen werken of elkaar zelfs tegenwerken.

De ECB verwijt de eurolanden te weinig te doen aan fiscale stimulering en structurele hervormingen zodat zijn monetaire politiek niet uit de verf kan komen.
Dat speelt niet uitsluitend in de eurozone maar evenzeer in andere munt gebieden.
De allesomvattende opzet om de economie te stimuleren is een Neptunes vork aanpak.
Een samenhangend geheel van monetaire politiek door de centrale bank via geld creatie en rente beinvloeding, fiscale politiek door de staat, belasting, investering (loonvorming), en structurele hervorming waar gedacht moet worden aan vereenvoudiging van de bureaucratie, aanpassing arbeidsrecht, vestigingspolitiek.
Deze drie op elkaar afgestemd zijn het recept voor economische groei.

Japan kan wel gezien worden als het land waar de monetaire easing het verst is doorgevoerd, het bijdrukken van geld om daarvan staatsobligatis op te kopen zodat extra geld vrijkomt om in de Japanse economie te investeren.
Daardoor vergroot het aanbod, er wordt meer gekocht, daardoor ontstaat meer werkgelegenheid, daardoor grotere belasting opbrengst, stijgende prijzen (=inflatie), er komt kortom eonomische groei.
Door het toenemen van de geldvoorraad wordt de munt minder waard, de wisselkoers ervan gaat omlaag hetgeen de export posite verbetert waardoor de economie nog verder groeit.
In dat rijtje ontbreekt echter één ding: de vraag, die afhankelijk is van de koopkracht, dat wil zeggen het vrij besteedbaar inkomen van de bevolking.
Zonder vraag is vergroting van het aanbod zinloos.

Die vraag nu is sterk afhankelijk van de fiscale politiek van de overheid, de staat. Door belastingverlaging of loonsverhoging wordt het inkomen van de bevolking groter zodat de koopkracht en dus de vraag stijgt en het aanbod daarmee volgt, investering zinvol worden (want investeringen zijn alleen zinvol als er inkomsten voor de ondernemingen uit voort vloeien, direct of op de duur).
Nu komt hier een essentiëel verschil tussen het euro gebied en bijvoorbeeld Japan een spaak in het wiel steken.
Japan is niet alleen een muntgebied maar ook een politieke unie.
Dat wil dus zeggen met algemeen geldende wetgeving op alle gebieden, arbeidsrecht, belastingrecht die overal hetzelfde is.
De eurozone bestaat echter uit negentien onafhankelijke lidstaten met elk de eigen van elkaar afwijkende specifieke wetgeving op arbeidsgebied, belastinggebied en is dus beslist geen politieke unie zoals Japan en de USA en Groot Brittannië.

Bij het stichten van de Europese Unie en de EMU, de Economische en Monetaire Unie en de invoering van de euro in het verdrag van Maastricht is daarover nagedacht.
Om er zorg voor te dragen dat er geen te grote afwijkingen zouden zijn in de fiscale politiek van de lidstaten werden er grenzen aan de fiscale onafhankelijkheid gesteld.
Het bekende en beruchte 0,5% begrotingstekort dat maximaal is toegestaan werd ingevoerd met daarbij een maximale staatsschuld grootte van 60% van het Bruto Binnenlands Product, het BBP (Gross Domestic Product, GDP).
Een volgende bepaling gaf de EU de bevoegdheid in te grijpen als het begrotingstekort 3% van het GDP zou overschrijden.
Tezamen een garantie, dacht men, dat daardoor de lidstaten niet verder uit de pas zouden gaan lopen en het geloof dat op de duur de lidstaten economisch en financieel naar elkaar zouden toegroeien en tenslotte aan elkaar gelijk zouden worden.
De achterliggend gedachte was dat door dat naar elkaar toegroeien tenslotte een draagvlak voor een complete politieke unie zou ontstaan.
Achteraf kunnen we constateren, wat vele economen toen al deden, dat de euro geen gelukkige onderneming bleek te zijn.
De 0,5% regeling is nimmer nagevolgd, de 3% sanctiegrens evenmin en de 60% staatsschuld grens ook niet.
We kunnen veilig stellen dat de fiscale politiek door het verdrag van Maastricht zo beperkt, een volslagen mislukking is.
Het was van vrijwel meet af aan duidelijk dat  de lidstaten binnen deze grenzen veel te weinig  ruimte hadden om een effectieve fiscale politiek te volgen.
Daar kan de ECB dus niet op rekenen.

Het derde onderdeel van de aanpak, de structurele hervormingen, is eveneens een mismoedig verhaal.
Het herstructuren van de bureaucratie, een absolute voorwaarde voor structurele hervormingen is een karwei die zelfs Achilles te zwaar zou zijn geweest. 
Een bureaucratie is niet alleen zichzelf in stand houdend maar een ook onder alle omstandigheden zwellend organisme.
Het aanpassen van arbeidsrecht en voorwaarden aan de eisen van de globale economie stuit voorspelbaar op de weerstand van de vakbonden die niet willen dat er getornd wordt aan verkregen rechten en niets zien in een fexibelere arbeidsmarkt, die laten we eerlijk zijn, een inperking van de sociale zekerheid van de werknemers zal zijn.

Daarnaast is er ook nog een alles overkoepelend  probleem. 
Het is duidelijk dat de opzet van de EMU en de euro vooronderstelde dat de onderliggende structurele economische potentie van alle eurolanden vergelijkbaar is en dat daardoor als gevolg van monetaire, fiscale en structurele aanpassingen een grote eenvormige eurozone (en ultiem Europese Unie) zou ontstaan.
Om het even zo te zeggen dat Griekenland en Duitsland potentiëel economisch gelijkwaardig zouden zijn.

We hebben nu het stadium bereikt dat verdere monetaire easing zinloos lijkt te zijn.
De kreet vanuit de ECB (en de BoJ) om fiscale maatregelen en structurele hervormingen omdat zij aan de ECB eind van hun latijn zijn na meer dan een biljoen euros te hebben bijgedrukt wordt steeds sterker.
Maar ophouden met de 80 miljard euros per maand bijdrukken kan niet.
Want deden ze dat dan zou de euro economie instorten.
En als de BoJ er mee ophield zou de Japanse economie zou instorten.
En als de FED zou beginnen de geldvoorraad te verminderen, wat tenslotte zou moeten gebeuren, zou de gehele wereldeconomie instorten.
En dat de FED zo omzichtig is met een minieme renteverhoging is door de angst dat alleen dat al de globale economie zou kunnen ontwrichten.
Doorgaan helpt dus niet meer en ophouden kan niet.

De vele biljoenen die de FED heeft bijgedrukt hebben de gehele wereld bereikt en goedkoop krediet verschaft.
Hetzelfde geldt voor de meer dan één billioen euros van de ECB volgens de Bank der Banken, de BIS.

Maar in de eurozone is een beslissingspunt bereikt.
De zuidelijke landen, op de been gehouden door de opkooppolitiek van de ECB met de lage rentepolitiek en de garantie de euro te redden, zijn ondanks dat aan de grens van hun kunnen gekomen.
Zij eisen het einde van de austerity, veroorzaakt door de fiscale eisen uit het verdrag van Maastricht (en S&G Pact etc etc).
De noordelijke landen onder leiding van Duitsland eisen echter het vasthouden aan de austerity eisen zoals vastgelegd in de door alle lidstaten ondertekende verdragen.

Brussel probeert flexibiliteit te vinden in het S&G Pact dat er juist is om te vrije uitleg van de verdragen te voorkomen.

Voor mij als almateur is er de vraag of de monetaire easing van de ECB, de QE, nu voordeel heeft opgeleverd. Volgens de ECB wel en is bovendien erger voorkomen.
Dat dat laatste geldt voor de zuidelijke lidstaten die zonder die rentevoordelen en obligatieopkopen, het al lang niet zouden hebben kunnen volhouden.
Maar dat is een bijeffect en heeft hen niet de nodige groei en versterking bezorgd, maar wel veel schuld.
De inflatie, het enige doel, is niet op de twee procent gekomen en vertoont (ook globaal)  geen enkele neiging dat binnen redelijke tijd te doen.
Wat wel een feit is dat de staatschulden van de eurolanden veel en veel hoger zijn dan die van de EU landen (en Noorwegen) die de euro niet hebben ingevoerd.
In andere opzichten is er niet veel verschil.
Ter illustratie hieronder en in "http://naarhethemleek.blogspot.com" een vergelijkende grafiek van eurolanden en EU niet eurolanden.
Kijk vooral naar de "schuld" tabel".

Hoe moet dat nu verder?