vendredi 26 juillet 2019



Een blik op de wisselwerking 
centrale banken overheid en de echte economie

Zo nu en dan word ik wat mismoedig als ik lees wat er allemaal omgaat in de grote wereld en hoe de geest van de mens wordt meegevoerd (soms denk ik zelfs meegesleurd) door grote stromingen.
Misschien dat het de leeftijd is, in mijn jonge jaren was bijvoorbeeld beroemd en rijk worden door het verkrijgen van een menigte volgers op sociale media (deze uitdrukking bestond toen zelfs nog lang niet) volslagen ondenkbaar.
Maar daarentegen toen ik onlangs las dat een studie had aangetoond  dat hoogopgeleiden eerder geneigd waren zich op sleeptouw te laten nemen door nieuwe overtuigingen dan lager geletterden verbaasde me dat niet.
Ook verbaast het me niet dat een afwijkende mening hebben van de gangbare en die ook uiten vaak verketterd wordt.
Met de moderne sociale media is dat ook simpeler dan vroeger met handgeschreven brieven.
In de Middeleeuwen al kon dat leiden tot een aanvaring met de inquisitie die fatale gevolgen had.
Dat zijn immers menselijke gevoelens van alle tijden.

Zo nu en dan krijg ik de neiging om daar tegen in te gaan en zo ben ik binnen de wereld van deze tijd me wat (zij het natuurlijk op amateuristische wijze) gaan verdiepen in wat er al zo geschreven wordt over de beïnvloeding van de economie door overheid en in het bijzonder de centrale banken.
Natuurlijk kom je dan ook snel op de invloed die de centrale banken uitoefenen op de echte economie.
Zoals een stuurman op een mammoettanker die zijn schip van haven tot haven loodst en daarbij weet dat een stuurmanoever  nu pas na vele tientallen zeemijlen uitwerking heeft geldt dat ook voor de CB’s in jaren.
Daarbij komt dat de CB’s slechts een beperkt mandaat hebben en dat de nationale overheden hun eigen politieke beleid hebben.
Zie het als de stuurman op een mammoetschip die stuurboord uit wil maar een sleepboot duwt hem juist de andere kant op.
De stuurman geeft extra stuurboord roer maar weegt dat ertegen op.
Zo lees  ik en sta tegenover die duale complexiteit.
Speel ik dan advocaat van de duivel als ik zo lees:

Een aantal aantoonbare  bijkomende gevolgen van de verleidelijke cocktail : renteverlaging en geldverruiming.

-Onverantwoorde toename van de staatsschulden en ondernemingsschulden door de lage rentekosten
-Het bestraffen van sparen door rente lager dan echte inflatie of negatieve rente
-Het daardoor in gevaar brengen van pensioenfondsen en andere rentegevoelige oudedags voorzieningen.
-Het opjagen van aandelenprijzen: als de economie stagneert stijgen de aandelenprijzen juist door de forward guidance van de centrale banken en de overmaat aan liquiditeit die ergens belegd moet worden.
-Het doen achterblijven van de lonen bij de inflatie: verhoging achteraf en niet dekkend
-Daardoor kapitaal bevorderen boven loon en een doorgaande vergroting van de kloof arbeid kapitaal inkomen
-Het op de been houden van bedrijven die bij een normale rentestand niet rendabel zouden zijn
-Het niet kunnen verhogen van de rente omdat dit een onhoudbare last voor staten, bedrijven zou zijn.
-Een schijnbaar wegnemen van de noodzaak voor hervormingen door de nationale overheden door de mogelijkheid van schuldvergroting en goedkoop lenen te bieden en zo business zoals usual mogelijk te maken.
-Voor grote ondernemingen: lenen tegen 0%  (obligaties) en daarmee uitkopen van aandelen of opkopen  van andere ondernemingen  in plaats van investeren te bevorderen.

En dat alles met als doel de inflatie net onder de 2% brengen en houden.

Maar welke aantoonbare invloed heeft deze cocktail op de echte economie.
De centrale banken geven toe dat zij geen oplossing kunnen bieden voor de echte economie maar dat deze moet komen van de nationale overheden die structurele hervormingen (maar welke) zouden moeten doorvoeren die de echte economie en innovatie stimuleren.

Kort stimuleren als duwtje in de ruig kan best  goed zijn maar continu steunen is verschuiven van ernstiger wordende problemen naar de toekomst.
In het oude Egypte (heeft men mij heel vroeger verteld) waren er zeven vette en zeven magere jaren en in de vette moest men opslaan voor de magere.
Dat was de taak van de overheid.

En die 2% inflatie staat ook ter discussie: is de huidige te lage inflatie niet een gevolg van de globalisering en daardoor goedkope importen bijvoorbeeld .
En moeten de CB’s niet mikken op een hogere inflatie van bijvoorbeeld 4% om dan meer ruimte te hebben om in te grijpen.
Of moet men de marges van een neutrale inflatie verruimen van zeg 1% tot 3% en pas bij grotere schommelingen ingrijpen.
Of kan men de inflatie niet langer (samen met de werkloosheid) zien als ijkmaat voor de economie en moet men kijken naar andere factoren.
Of moeten de CB’s helemaal verdwijnen en moet de overheid volgens  de Moderne Monetaire Theorie (die trouwens helemaal niet zo modern is) zelf geld gaan drukken en de inflatie in toom houden met belasting maatregelen.
Kan dat niet hopeloos uit de hand lopen, gezien de voorbeelden.
Dat houdt o.a. de New Green Deal in die  in de USA furore maakt, maar meer politiek dan economisch is.
Of moet er door de overheid helicopter geld worden gedrukt: geld dat rechtstreeks naar de bevolking gaat om de koopkracht op te krikken en zo de economie te stimuleren.
Het verschil met de QE van de centrale banken is dat daar via de commerciële banken het geld ongestuurd door de overheid of CB’s ergens in de wereldeconomie terecht komt of in assets (onroerend goed, aandelen, lang lopende obligaties  e.d.) wordt geplaatst en daar “bubbles” kan veroorzaken.
Denk aan de USA huizenhypotheek bubble van 2007.
Bij MMT of parachute geld kan dat direct gestuurd worden door de overheid naar waar het volgens die overheid nuttig is.

Als ik zo de enorme complexiteit zie die gepaard gaat met dat mandaat en de plicht van de CB’s om de prijsstabiliteit te bewaken (en dat is ook de waarde ten opzichte van andere valuta’s) vraag ik me alleen af waarom daarvoor die 2% inflatie als ijkpunt is gekozen en waarom alle andere gevolgen  van de ingrepen als “unintended side effects” worden afgedaan waaraan geen aandacht behoeft te worden geschonken.
Maar vervolgens buig ik in nederigheid het hoofd en ben blij dat ik er alleen maar mijn leken gedachten over hoef te laten gaan.
Want doen is ingrijpender dan denken.





dimanche 21 juillet 2019


Centrale Banken: Nieuwe Renteverlaging 
en
QE Gelddrukken om Waardepapieren  te kopen
doemen aan de donkere horizon op.


In de hitte des daags laat ik mijn wat sombere leken gedachten gaan over de ontwikkelingen in de europese unie en vooral de eurozone.
Met de instemming van het Europees Parlement met de benoeming van Mw  von der Leyen (zij het met een meerderheid van slechts negen stemmen van de meer dan zeven honderd leden van het EP) tot President  van de Europese Commissie en de aanwijzing van de opvolging van Draghi door Mw Lagarde als President van de ECB is de rust en balans in de Europese Unie nog lang niet teruggekeerd.
Dan bedoel ik in het personele vlak want alle (eigenlijk niet alle, maar in de praktijk wel) lidstaten moeten nog een Commissaris voor de Europese Commissie voorstellen die aanvaardbaar is voor de Raad van Regeringsleiders en het EP dat moet instemmen met de totale commissie.
Dat kan gezien die negen stem meerderheid nog genoeg stof voor discussie opleveren, maar zoals ik in een vorig blog al opmerkte, de EU komt er altijd wel uit, zij het met veel compromissen.

Belangrijker wereldwijd, zo lijkt mij,  is er de vertraging van de groei in de wereldeconomie en in die van de eurozone.
Het is, zo denk ik, duidelijk dat de eurozone de 2008 crisis nog niet voldoende heeft overwonnen om als stabiele economie zonder steun door te gaan.
Men zou ook kunnen denken dat de eurozone door de grote verschillen in potentie en cultuur tussen de lidstaten er zo niet toe in staat is.
Dat alles ondanks de uiterst lage rente en de 2.55 biljoen steun door de ECB.
Want duidelijke uitspraken van Draghi laten er geen twijfel aan bestaan dat de ECB de eurozone economie zonodig (en volgens velen zeer waarschijnlijk, zo niet zeker) met nieuwe rente en kapitaal maatregelen zal steunen.
En daarbij, zo denk ik, kun je dat niet zien als een van het wereldgebeuren onafhankelijke ingreep.

In het mandaat van de centrale banken geldt als belangrijkste het bewaken van de prijsstabiliteit, de waarde van de munt.
Daartoe is het (axiomatisch) noodzakelijk de inflatie net onder de 2% te houden, jaar na jaar, na jaar.
Prijsstabiliteit is dus vanuit het standpunt van de consument gezien niet handhaven van de koopkracht van de munt maar juist het verlagen ervan met 2% per jaar.


Om dat koopkracht verlies te compenseren worden lonen en salarissen ook jaarlijks  verhoogd of zijn geïndexeerd hetgeen op hetzelfde neerkomt.
Dus eigenlijk verandert het  niets aan de verhouding prijzen/inkomens behalve het psychologisch aspect van aanzetten tot kopen omdat de prijzen zullen stijgen.
In feite onzin, want de lonen stijgen mee.
Met dien verstande dat die verhogingen vaak niet voldoende zijn om de koopkracht te handhaven of zelfs niet plaatsvinden (bijvoorbeeld om de exportpositie te verbeteren).
Of dat pensioenen alleen in theorie geïndexeerd kunnen zijn en dus niet dwingend verhoogd behoeven te worden.
There is the rub.

Als de inflatie echter  lager is dan die magische grens van net onder 2%  dan kunnen de Centrale Banken ingrijpen.
De orthodoxe methode daartoe is het verlagen van de rentetarieven van de CB’s.
Daardoor wordt lenen goedkoper doordat men een lagere rente moet betalen voor leningen en wordt zo het aangaan van schulden voor investeringen of consumptie aantrekkelijker.
Door het beschikbaar komen van dat ”goedkoop” geld wordt de echte economie ondersteund en daardoor neemt in theorie de inflatie toe tot die bijna 2%, (hoewel dat de laatste tien (of meer) jaren ook theorie is gebleven, de core inflatie is nog steeds flink lager dan 2% ondanks die toch enorm ingrijpende ECB steun).
  
Bovendien hebben de CB’s geen zeggenschap over waar de banken hun zo verkregen kapitaal beleggen en hebben dus geen directe invloed op de economie.

Is de aantrekkingskracht van dat goedkope geld echter onvoldoende om de inflatie aan te wakkeren dan wordt via de onorthodoxe Quantitative Easing (“versoepeling van de hoeveelheid”) door de CB’s biljoenen geld bijgedrukt om van de commerciële banken staatsobligaties (staatsleningen) en obligaties van grote ondernemingen op te kopen.
Bij die banken komen dus kapitalen vrij.
De banken moeten om hun kosten te dekken en winst te maken voor hun aandeelhouders die kapitalen weer beleggen, dus uitlenen, niet alleen in de binnenlandse economie maar wereldwijd en dragen daarvoor het risico.
Deponeren bij de ECB kost de banken strafrente: 0.4% en is dus niet aantrekkelijk.

Door het beschikbaar komen van dat ”goedkoop” geld wordt de echte economie ondersteund en daardoor neemt de inflatie toe tot die bijna 2%, zo is de verwachting..
Het heeft wel tot gevolg dat alle organisaties en particulieren die van de rente op geld afhankelijk zijn in financiële problemen komen.
Zo is eigenlijk de dreigende korting op de pensioenen in ons land een direct gevolg van de huidige lage ECB rentestand en de vooruitzichten dat die lage rentestand minimaal nog lang zal aanhouden en dat bij een volgende ingreep van de ECB de rente helemaal in het negatieve gebied zal kunnen dalen.

Bovendien hebben de CB’s geen zeggenschap over waar de banken hun zo verkregen kapitaal beleggen en hebben dus geen directe invloed op de economie.
Zo kan veel geïnvesteerd worden in ontwikkelende economieën, in de wereldeconomie dus.

Hierdoor is geld lenen niet alleen goedkoop maar is er ook (meer dan genoeg) geld in circulatie om heel veel te lenen van banken die wel moeten uitlenen.
Dus wordt er zeer veel geleend tegen lage rentetarieven en ontstaan dus grote schulden.

Maar wat als de leningen vervallen en moeten worden afgelost en hernieuwd moeten worden en de QE steun en de lage rente zijn gestopt.
Dan zouden er grote problemen ontstaan bij de huidige omvang van die leningen en dus schulden.
Om zich daartegen in te dekken sluiten staten vaak leningen af van een looptijd van bijvoorbeeld vijftig jaar tegen redelijke rentetarieven.
Maar anders ontstaat het probleem dat de rente laag moet worden gehouden om bij vervallen en afsluiten van een nieuwe lening te voorkomen dat hij onbetaalbaar wordt, zo lees ik hier en daar.
The low interest trap.
Zou dat ook meetellen in de huidige overwegingen?
.
Binnen de eurozone is er veel diversiteit in inflatie en 10 jaars rente (=lange termijn rente), maar in vergelijking met de wereldlanden is de rente zeer laag.




En ter vergelijking de inflatie in de wereldlanden:




En de lange termijn rente in de wereldlanden.



Opvallen hoe laag de rente is voor de euro en eu landen vergeleken bij de rest van de wereld, terwijl ook daar toch de inflatie in de meeste gevallen vergelijkbaar is met die in de eurozone.

Overigens geeft dat die landen veel meer ruimte dan de eurozone heeft om de rente te verlagen zonder in het negatieve rente gebied te komen waar de eurozone zich in feite al bevindt.

Waarom is het ook bijna zeker dat ook de FED bij een goed florerende USA economie en arbeidsmarkt overweegt de rente te verlagen (en dat gemakkelijker kan omdat de huidige rente op 2% ligt en dus kan zakken zonder in het negatieve gebeid te komen, hetgeen bij de ECB wel het geval zou zijn).

In eerste instantie omdat de dollar nu eenmaal de standaardmunt voor wereldleningen is en ook de FED met zijn QE vele biljoenen heeft bijgedrukt die over de gehele wereld in de vorm van leningen zijn geïnvesteerd.
Daar is bij de huidige economische vertraging een verlaging van de dollar rente uiterst welkom.

Maar denk wel aan het verwijt van Trump dat nieuwe ECB renteverlagingen in feite een wisselkoers aanpassing zijn en dat Trump druk uitoefent op de FED om de rente te verlagen om dezelfde reden.

De USA heeft een blijvend grote negatieve handelsbalans terwijl de eurozone een (nog groter?) handelsbalans overschot heeft en dat lagere wisselkoersen de concurrentiepositie verbeteren.

Maar zoals altijd zijn dit de amateuristische overpeinzingen van een gepensioneerde leek.

lundi 8 juillet 2019


ECB 10 jaar laagrente, nul leningen, 
2.55 biljoen extra gedrukt.
What’s next?

De hittegolf is zoals elke golf weggeëbd, de verkiezingsrust in de EU is bijna teruggekeerd, de baantjes zijn of worden verdeeld en de Europese Raad heeft laten zien dat de regeringsleiders de baas zijn.
Alleen de toestemming van het vernieuwde Europese Parlement moet nog komen.
Niets is onveranderlijker dan de EU.
Ik zet mijn amateuristische overpeinzingen op elektronisch papier.

Als alles wat ik lees de toekomst schetst dan is voor de eurozone de rente een nog  lang slepend akelig gebeuren.
De FED in de USA heeft met de huidige rentestand, +2.5%, nog wat ruimte om de rente te verlagen zonder tot de 0% te geraken.
Ook de groei is flink en de werkloosheid gering.
Toch ook daar speculaties over renteverlaging(en).
Maar de ECB heeft geen ruimte tenzij beneden de 0%, de negatieve rente.
En de groei is laag en de werkloosheid nog  meer dan  7%, hoger dan in de gehele EU.
De prognoses zijn niet gunstig en de dreigingen evenmin.

Het vooruitzicht op een nog lang voortdurende uiterst laag of zelfs in de toekomst negatief ECB rentetarief wordt versterkt door de blijkbaar lagere groei of zelfs dreigende stagnatie van het eurozone Bruto Binnenlands Product (BBP/GDP) in een in langzamer tempo groeiende wereld economie..

Gaat die lage rente door de Centrale Banken gehanteerd om de inflatie tot bijna 2% te verhogen ten koste van de gewone spaarder en gepensioneerde?

Wat de staat kan uitgeven is door haar burgers en bedrijven betaald.
Heeft de staat meer geld nodig dan zijn er drie mogelijkheden.
De staat kan haar bezittingen verkopen (privatiseren) en zo geld vrijmaken.
De staat kan ook haar inkomsten verhogen door de belastingen en heffingen voor burgers en bedrijven te verhogen met als gevolg dat de koopkracht van de burgers afneemt.
Moet de staat dan nog meer uitgeven dan dat zo ontvangen bedrag dan moet dat op de kapitaalmarkt worden geleend.
Om die leningen betaalbaar te houden moeten (gezien de al bestaande over hoge staatsschulden) de rentetarieven daarvoor zo laag mogelijk zijn, of zoals in sommige gevallen, zelfs negatief.
De lener krijgt dan van de geldverstrekker nog geld toe, rente betaald in plaats van rente te moeten betalen.
Zo kan de staat geld beschikbaar krijgen voor noodzakelijke innovaties en sociale zorg hoewel de bestaande staatsschuld zo hoog is dat verder lenen normaal gezien onbetaalbaar zou zijn..

Daartegenover staat dat de spaarders en andere van rente afhankelijk maatschappelijke groepen niet alleen hun spaargeld in waarde zien verminderen door de (in de verschillende eurolanden overigens sterk in hoogte variërende) inflatie maar bovendien nauwelijks of geen rente over dat spaargeld ontvangen en wellicht zelfs negatieve rente zullen moeten gaan betalen over dat spaargeld.

Wat aan de ene kant (overheid) dus bespaard wordt gaat aan de andere kant (renteafhankelijke) verloren.
Het begrip geld krijgt zo een totaal andere waarde.

Wij leven in een tijdperk waar subsidies en lastenverhogingen van allerlei aard niet meer weg te denken zijn.

Als de staat aan het bedrijfsleven of organisaties subsidies verschaft worden deze door de belastingbetaler opgebracht.
Subsidies zijn dus altijd een lastenverzwaring voor de burgers, de belastingbetaler.
Hogere lasten voor het bedrijfsleven door de overheid opgelegd hebben drie gevolgen.
De bedrijven verhogen hun prijzen en zo draaien de burgers, de belastingbetalers, uiteindelijk voor deze hogere lasten op.
Voor exporterende bedrijven komt daar bij dat hun internationale concurrentiepositie bedreigd wordt.
Als derde worden importen van buitenlandse concurrenten voor de burgers goedkoper hetgeen voor de binnenlandse bedrijven nadelig is.
We leven immers niet meer in een protectionistisch land maar in een  single EU markt met daarbuiten de wereldeconomie.
Wij zijn een open door concurrentie gestuurde economie sterk afhankelijk van wat buiten onze grenzen plaats vindt..
Ik heb wel eens de indruk dat wij dat te weinig beseffen, maar dat is slechts die van een niet expert.


Ik denk ook wat verder over de procedure van de benoeming van de President van de Europese Commissie, de belangrijkste en invloedrijkste van de EU.
De Raad van Regeringsleiders benoemt deze, met inachtneming van de uitslag van de verkiezingen en zo voort.
Het Europees Parlement keurt deze voordracht goed of af.
Zo staat het in het Verdrag van Lissabon.
Maar het parlement wil meer macht en kiest zijn spitskandidaten per fractie en stelt deze voor aan de Raad.

De interpretatie van democratie door de Raad van Regeringsleiders van de Europese Unie heeft deze pogingen van het Europees Parlement om de Raad een keuze uit door het EP voorgestelde “spitskandidaten” te laten maken voor voordracht aan dat Parlement ter goedkeuring te niet gedaan.
Nu krijgt het EP de keuze van de Raad van Regeringsleiders ter goedkeuring terwijl deze keuze niet een van de door het hen voorgestelde spitskandidaten is maar wel geassocieerd aan de grootste fractie (de christelijke) in het EP.
Het EP staat nu zelf weer voor een misschien wel principiële keuze, niet voor een van hun eigen spitskandidaten maar voor de keus van de Europese Raad.
Over een week of wat zullen we het weten.

Maar dit alles zijn de overpeinzingen van een niet gekwalificeerde gepensioneerde oudgediende die misschien nog meer leeft in de sfeer van de nasleep van de tweede wereldoorlog toen uit het puin een nieuw Europa moest worden opgebouwd, die leidde tot de Kolen en Staal Gemeenschap, daaruit de Europese Economische Gemeenschap, en tenslotte in Maastricht eind vorige eeuw de Europese Unie.
Hoe zal het verder gaan.

mardi 25 juin 2019


De Complicaties
bij de Benoeming van de
Nieuwe Presidenten in de EU en
De Italiaanse Begroting


De belangrijkste positie in de EU is, zo gaan mijn overdenkingen,  die van President van de Commissie, wetgever, uitvoerder en toezichthouder op die uitvoering door de lidstaten en bestraffer.
De opvolger van Juncker.
Uitgekozen en benoemd door de Raad van Regeringsleiders met gekwalificeerde meerderheid en deze benoeming goedgekeurd door het Europees Parlement.
Maar het parlement heeft zijn invloed willen vergroten door kandidaten voor te stellen aan de Raad van Regeringsleiders, de Spitskandidaten, van elke EP partij één, .
Geen wet maar usance.
Maar wel met een potentiële stok achter de deur: de vereiste goedkeuring door het parlement van de door de Raad van Regeringsleiders benoemde President.
Geen goedkeuring geen president.
Bij de afgelopen bijeenkomst van de Raad van Regeringsleiders (niet openbaar) zijn de facto alle spitskandidaten afgevallen, hetgeen zowel voor de Raad als het Parlement een impasse vormt.
Een niet spitskandidaat zou door het EP kunnen worden weggestemd om zo de Raad te dwingen een spitskandidaat te benoemen en het Parlement zou eveneens een spitskandidaat kunnen wegstemmen die hen niet zint.
Want het is ook kennelijk usance dat de spitskandidaat van de grootste partij in het EP die instemming zou krijgen.
Met het nieuwe parlement ligt dat gevoeliger: waren het voorheen de christenen en de socialisten die door hun meerderheid dat konden overeenkomen, nu is een derde partij zoals bijvoorbeeld de Alde (met VVD en D66), herdoopt tot Renew Europe met  de Macron fractie erin,  nodig om die meerderheid te bereiken en omdat Weber, de spitskandidaat van de grootste partij (EEP) kennelijk geen meerderheid zou krijgen geldt dat dan ook voor de andere spitskandidaten die dan  niet aanvaardbaar voor het EEP zouden zijn, zo lees ik tussen de regels door.
Dubbel probleem dus.
Maar de kleur van de President heeft ook invloed op alle andere komende benoemingen zoals President van de Centrale Bank en President van de Raad van Regeringsleiders plus een aantal andere nieuw te benoemen hoge functionarissen.
Want de macht mag niet teveel gecentraliseerd bij één lidstaat komen.
Want de EU is een unie van onafhankelijke lidstaten en dus moet de macht erin verdeeld zijn over die staten.
Dus geen dubbel maar een veelvoudig probleem, zo overweeg ik.
De komende maanden moet er naar een grootste gemene deler worden gekeken zo overpeins ik.
Maar zoals altijd in de EU zal er ongetwijfeld een oplossing gevonden worden.

Vorig blog zei ik op Italië terug te komen.
Natuurlijk gaat het niet goed met Italië.
Natuurlijk is de staatsschuld veel te hoog en de economische groei veel te klein.
Natuurlijk had Italië nooit de euro mogen invoeren
Want in 2000 was de staatsschuld van Italië al 105.1%, 45 procent hoger dan de toelatingseis van 60%.
Om de gedachten te bepalen, dat gold ook voor België met een staatsschuld van 108,8% in 2000 (nu nog steeds 102%) en Griekenland met 104.9% (nu gestegen tot 181,1%).
Al bijna 20 jaar.
Bij de meeste eurolanden van het eerste uur is de schuld sinds 2000 flink boven de 60% gestegen zoals uit onderstaande tabel blijkt:

  
Op de keper beschouwd zouden dus veel andere eurozone landen ook voor een correctie in aanmerking komen.
Het punt is echter dat de andere eurolanden al jaren lang  hun begroting in overleg met de Commissie zo opstellen dat zij aan de lange termijn strategie zouden voldoen: in twintig jaar tijd met kleine stapjes aan de limiet van 0.5% en 60% voldoen.
Italië daarentegen wil zijn eigen weg gaan en is van mening dat de huidige fiscale regelgeving voor Italië niet functioneert en stelt een afwijkende begroting voor.
Dat wil zeggen dat de eenvormigheid van de eurozone wat de grenzen van het fiscaal beleid betreft zo door Italië doorbroken dreigt te worden.
Het is de opvatting van een lossere fiscale politiek met daardoor grotere economische groei die de als gevolg ervan nog hogere schulden zou kunnen wegwerken.
Tegenovergesteld dus aan de huidige politiek van structurele hervormingen die datzelfde beoogt zonder extra verhoging van de schulden.
De beide tonen het verschil tussen het economisch sterkere noorden en  het zuiden.
Zo’n bijstelling van de fiscale regels zou als gevolg van die gezamenlijke euro door de gehele eurozone moeten worden doorgevoerd.
Maar dat zou niet de noodzaak tot structurele hervormingen wegnemen die tot die in het Verdrag van Lissabon geschetste “convergentie” zouden bijdragen.
Maar gezien de moeizame gang van zaken met betrekking tot de eurozone bankenunie en een voorgesteld klein eurozone budget voor nieuwe investeringen en de (zoveelste) ombouw van het ESM (Europees Stabilisering Mechanisme) en de zo sterk verschillende economische krachtsverhoudingen in de eurozone zal dat niet van de ene dag op de andere plaats vinden.

Daarin zal, zo overpeins ik, ook de rol van de ECB een factor van betekenis zijn.
Centrale monetaire politiek alleen, zo heeft de ECB steeds voorgehouden, kan niet alles.
De fiscale en sociale politiek van de eurolanden is van wezenlijk belang terwijl de ECB met haar QE geldverruiming en obligatie opkoop, negatieve rente en verschaffen van 0% leningen, naar mijn amateuristische gedachtegang, alleen maar de tijdsruimte kan verschaffen om die fiscale en sociale politiek te herstructureren.
Maar die monetaire politiek gaat, zo overweeg ik,  ten koste van rentetrekkenden, veroorzaakt mede overgrote schulden, kan tot asset bubbles leiden, bevoordeelt het kapitaal tegenover de arbeid, houdt zombie bedrijven in stand en bevoordeelt grote ondernemingen, doet structurele hervormingen uitstellen  en kan tenslotte, logisch gezien, niet eeuwig doorgaan.

Voor de nieuwe EU Presidenten en Commissarissen is dit een van de grootste uitdagingen.
Want ondanks alle verschillen  zullen alle EU landen (behalve Denemarken) toch ook eens de euro moeten invoeren en zal de EU met de euro als enige munt  zonder blijvende monetaire hulp een structureel sterke bloeiende economische macht moeten blijven.

Maar uiteraard zijn dit alles slechts de amateuristische overpeinzingen van een gepensioneerde leek.

jeudi 20 juin 2019


De centrale banken 
en de effectenbeurzen:
Dansers op hetzelfde koord 
met de inflatie als stok voor het evenwicht?

Het gaat economisch goed met Nederland.
Dat wil niet zeggen dat het dan ook goed moet gaan met de bevolking van Nederland heb ik al zo vaak overdacht.
Want, zoals ik de laatste tientallen jaren zie,  komt de welvaart die dat oplevert steeds meer ten goede aan de hoogste inkomens.
Zelfs met een modaal inkomen, zo lees ik, moet men behoedzaam leven.
De pensioenen, afhankelijk van de rentetarieven, zijn in de meeste gevallen al tien jaar of meer niet geïndexeerd en zijn dus steeds in koopkracht verlaagd met de inflatie van die jaren.
Ook de lonen  zijn niet voldoende reëel gestegen om die inflatie bij te houden.
En de ECB hanteert een andere inflatie soort dan die welke de normale koopkracht bepaalt.
Dan kan men een goede economische groei hebben en een staatsschuld die voldoet aan de eurozone norm en een sluitende begroting maar dat garandeert geen goed belegde boterham en een zorgenvrij bestaan voor de gemiddelde (rotwoord eigenlijk) inwoner.


Draghi heeft medegedeeld dat de ECB in deze tijd van teruglopende wereld economie en misschien zelfs dreigende  recessie zo nodig weer alles uit de kast kan halen: OMT, Bijdrukken van euro’s en Opkoopprogramma, Negatieve rente, Leningen aan banken als dat nodig is om de inflatie naar zeg 1.9% te brengen hetgeen in al die euro jaren nog niet gelukt is en volgens de markten ook niet binnen afzienbare tijd zal gebeuren.
De effectenbeurzen reageren onmiddellijk met een stijging van de koersen en de geldwisselkoersen passen zich aan (tot ergernis van Trump die er een beïnvloeding van in ziet).
De FED houdt zich daarentegen (tegen de verwachting van velen en ook Trump) op de vlakte maar de algemene verwachting is toch ook in de USA renteverlagingen in de komende tijd die nu al door de effectenbeurzen zijn ingecalculeerd gezien het koersverloop.

Nu is het verschil tussen ECB en FED  dat de ECB rente nu al 0 is en de FED rente  + 2.5%, dus tussen zakken naar negatieve rente of zakken beneden 2.5%.
Daarnaast het percentage staatsschuld t.o.v. het GDP  dat de ECB heeft opgekocht en dat wat de FED heeft opgekocht (en deels weer uit de circulatie heeft gehaald).
De FED heeft duidelijk meer ruimte.

Goed, ik ben een oude cynicus.
Maar cynicus niet van geboorte maar door ervaring.

Vooral sinds de niet oorspronkelijk Europese maar uit de VS overgewaaide door geldzucht gedreven bankencrisis met derivaten in 2008 worden wij gehoed door de ECB, de Europese Centrale Bank.
Die banken moesten namelijk door de staten overeind gehouden worden met  gemeenschapsgeld om niet failliet te gaan en zo de nationale economieën te ontwrichten.
De inkomsten van de staten schoten hiervoor echter tekort, de staatsinkomsten bestaan immers uit belastingen en andere heffingen en die waren niet voldoende voor een dergelijk grote aanslag erop.
Dus moesten de staten extra schulden aangaan, geld lenen op de kapitaalmarkt via de banken.
Vanaf 2008 liepen de schulden van de eurozone lidstaten op van 65 tot boven de 90% zoals blijkt uit onderstaande grafiek.
Nu, tien jaren na die Lehman crisis is nog steeds het schuldenpeil van voor die crisis niet teruggekeerd.


De inkomsten van de staten worden in een begroting vastgelegd.
Na 2007 stijgen de (toch al bestaande) begrotingstekorten snel tot boven de  min 6% om daarna langzaam weer af te nemen, maar (behalve in enkele eurozone staten) blijven de tekorten groeien.
Zie onderstaande grafiek.

 Na 2008 nemen de begrotingstekorten dus enorm toe  om pas in 2015 tot 2% terug te lopen tot 0.5% in 2018.
Nog steeds een tekort dus en dus meer lenen.
Hoe meer je leent, hoe hoger de rente echter wordt door het toenemende risico en dat zou voor de landen onbetaalbaar kunnen worden.
Dus moesten er manieren worden gevonden om die rente op de sterk oplopende schulden zo laag mogelijk te houden.

Een van die manieren is een sterke groei van de economie te trachten te bereiken zodat ook de overheids financiën toenemen en de tekorten kleiner worden of zelfs weggewerkt.
Hieronder de groei in een grafiek afgebeeld.


Ook de economische groei heeft de vroegere omvang niet bereikt.
Na een grote krimp in 2009, krimp in 2012 (weet men nog,  “whatever it takes”) en 2013 en daarna een toename van de groei die weer afnam in 2018 en voor 2019 niet veel goeds belooft.

Het is uit bovenstaande duidelijk dat in de eurozone de totale toestand van de economie niet het peil van voor de Lehmann crisis van 2008 heeft bereikt en dat vooral de sinds die tijd sterk opgelopen staatsschulden van menige lidstaat een beperking is op de innovatieruimte.


Bovendien zijn de prognoses voor de komende jaren niet gunstig te noemen, de groei van de wereldeconomie stagneert, de economische cyclus is volgens sommige economen over zijn hoogtepunt heen, handelsconflicten over niet in evenwicht zijnde handelsbalansen dreigen, zouden zelfs tot currency conflicten kunnen escaleren.
Vandaar de uitspraken van Draghi met als doel een kalmerende invloed op de markten.

De rol van de ECB is bij dit alles een ingrijpende geweest.
Leningen via de banken voor het grote bedrijfsleven tegen een vrijwel nul procent rente tarief
Het tot negatief verlagen van de rente die banken moeten betalen voor het stallen van geld bij de ECB.
Het tot 0% verlagen van de rente
Het bijdrukken van 2.55 biljoen euros voor het opkopen van staats en grote-ondernemings obligaties  van de banken met het doel de rente op de overgrote leningen laag te houden.
Sinds 1999 (oprichting van de ECB) is de balans gegroeid van zo’n 700 miljard euros tot meer dan 4.5 biljoen euro’s zoals uit de balans hieronder te lezen valt.
Dit alles om de economie in de eurozone te stimuleren.
  


 Nog steeds worden  daartoe aflopende obligaties opgekocht, de 2.55 biljoen daarvoor bijgedrukte euro’s worden daar voor gebruikt en niet uit de circulatie gehaald.
De 0% rente tarieven blijven gehandhaafd tot de core inflatie is gestegen tot zeg 1,9% hetgeen nog onbepaald lang kan duren.
Want het bereiken van die haast 2% inflatie is het teken dat de economie stabiel is en ingrijpen door de ECB niet meer nodig is.

Dat is de toestand van dit moment.
Ondanks de stimulering (of steun) van de ECB nog steeds een fragile economie in de eurozone.

Maar, de ECB kan geld bijdrukken, kan de rentestand beïnvloeden, kan obligaties opkopen, lage rente leningen aan banken verschaffen.
Wat de ECB niet mag is een directe invloed uitoefenen op de fiscale politiek van de euro lidstaten, het heffen van belastingen e.d. en het uitgeven van geld.

De enige regels hiervoor waar de eurolanden zich aan zouden dienen te houden zijn die gesteld in het Verdrag van Lissabon en het uitgebreide Groei en Stabiliteits Pact.
Een begrotingstekort van 0,5% op de duur te bereiken en tot die tijd per land verschillend tijdpad om dat te verwezenlijken (geen 3% tekort dus) en een staatsschuld van maximaal 60%.
Voor alle eurolidstaten diezelfde algemene regels ondanks de onderlinge verschillen.
Hoe de verschillende eurolanden ervoor staan vind ik in mijn vorige blogs.
En dat toont dat de eurostaten zeer aanzienlijk verschillen in regelgeving en capaciteit.

Maar pas bij een overschrijding van meer dan 3% begrotingstekort kan de Europese Commissie ingrijpen en boetes opleggen.
Dat is nog nimmer (ondanks alle tekortschietingen) gebeurd maar dreigt nu te gebeuren voor Italië.
Waarom?

Volgend blog mijn verdere gedachten hierover.

En natuurlijk, zoals altijd zijn dit uitsluitend de individuele overpeinzingen van een niet-vakman, een geïnteresseerde oude gepensioneerde.

dimanche 2 juin 2019


Hoe zou het economisch 
verder kunnen gaan in de eurozone, 
neemt de (wereld)schuld onhoudbaar toe, moeten we rente gaan betalen over ons spaargeld.

Mijn uitstapje in mijn vorige blog naar de verkiezingen voor het EP, de politiek dus, is voorbij en ik peins weer over de economische ontwikkelingen in de eurozone.
Dit keer in plaats van een op bestaande cijfers gebaseerde terugblik gaan mijn overpeinzingen uit naar de toekomst
We leven in een wereld vol zorgen.
Vooral de klimaatveranderingen die volgens de klimaatactivisten binnen afzienbare tijd tot een vrijwel onbewoonbare wereld zouden leiden ten gevolge van rampen veroorzaakt door een temperatuurstijging tot meer dan 2% eind deze eeuw houden ons bezig.
Alles wordt aangewend om die stijging, veroorzaakt door CO2, te stoppen door de uitstoot van die CO2 tot 0% voor 2050 terug te brengen en te neutraliseren.
Maar in de ontwikkelingslanden, inclusief China en India, eist de economische ontwikkeling juist steeds meer zo goedkoop mogelijke energie.
Hoe hierin harmonie te vinden.
Maar er zijn meer problemen van uiterst ernstige aard.
Eind 2018 bedroeg de totale wereldschuld 247 biljoen (europees biljoen) dollar.
De jaarlijkse toename was 5% terwijl de wereld GDP groei slechts 3% bedroeg, zoals ik lees.
De schulden stijgen dus sneller dan de groei die ze moet bekostigen.
Op deze weg doorgaan zou de totale wereldschuld (staat, financieel, particulier en bedrijf) in het jaar 2050 een bedrag van 1150 biljoen dollar bedragen, zo lees ik in de vakpers.
Een enorm gevaar, zo denk ik,  voor de wereld economie en welvaart.


Een van de elementen in de eurozone economie (en overal) is het verschil tussen bedrag aan geld en waarde van dat bedrag.
Zo hebben wij bij het Gross Domestic Product dat zo langzamerhand niet meer het totale nationale inkomen weergeeft maar meer een soort objectieve meetlat is geworden waardoor andere gegevens eraan getoetst kunnen worden en zo een vergelijking mogelijk is tussen economische prestaties van de landen.
Maar de bedragen van dat GDP in opeenvolgende jaren geven niet de waarde ervan in die jaren aan.
De waarde ervan wordt bepaald door de geldontwaarding of de geld opwaardering in die jaren, oftewel door de inflatie of deflatie, de koopkracht.
Zo is er een verschil tussen het getal van het GDP als bruto bedrag en de berekende waarde ervan door de inflatie/deflatie mee te laten tellen.
Zo bereikt men vanuit het GDP het ware GDP, real GDP die dus de echte toestand (in koopkracht) aangeeft.
Twee GDP’s dus.

Maar de inflatie/deflatie berekening is een ingewikkelde procedure.
Want het is de prijsontwikkeling van alle producten waarbij rekening moet worden gehouden met het aantal malen verkoop ervan.
Levensmiddelen worden vaker gekocht en verbruikt dan auto’, t.v.’s of huizen.
Bovendien zijn er artikelen waar de verhouding aanbod/vraag (die ultiem de prijs bepaalt) zo snel omhoog en omlaag kan gaan (neem stookolie in een zachte of strenge winter periode) dat ze geen stabiel beeld opleveren.
Zo is er de core inflatie berekend over de “stabiele” artikelen die gebruikt wordt door de Centrale Banken om deze inflatie te berekenen en de “gewone” inflatie, de prijsverhogingen (of verlagingen) die de dagelijkse consument ervaart.
Beide kunnen behoorlijk van elkaar verschillen wat snel tot onbegrip kan leiden.

Vanuit de ontwikkeling van het GDP wordt de groei of krimp van de economie gemeten als percentage van dat GDP (en dus goed te vergelijken met de cijfers van andere landen) .
Dus zijn er ook twee groei/krimp percentages, de bruto groei en de reële groei, real growth, waarin de inflatie/deflatie is verwerkt.
Voor die berekening wordt vaak een “standaard” jaar gekozen en elk jaar het verschil in prijsontwikkeling ten opzichte van dat jaar bepaald als een index, de “deflator”.
De conclusie moet zijn dat er door deze ingewikkelde berekeningen van real GDP, real Growth en core inflation een foutmarge moet zijn.

De real growth/contraction van de totale economie is niet alleen zaligmakend.
De staat eist voor zich een percentage van dat GDP op voor staatszaken.
In de nationale begroting wordt een bedrag berekend dat de staat voor dat jaar nodig denkt te hebben om zijn taken uit te voeren.
Aan het einde van dat jaar (en gezien de complexiteit van de staatsboekhouding definitief vele maanden later) blijkt of de staat meer (of minder) heeft uitgegeven dan begroot.
Ook dat wordt uitgedrukt in een percentage van dat GDP, de maatstaf.
Er is een nul, een tekort (deficit) of een overschot (surplus) op die begroting als ruw bedrag.

Er bestaat dus de mogelijkheid dat de nationale economie gegroeid is maar dat de staat desondanks meer heeft uitgegeven dan oorspronkelijk begroot en meer dan de staat aan  belasting en heffingen (en verkoop van staatseigendommen) ontvangen heeft en er dus een verlies is.
Om dat verlies op te vangen moet de staat geld lenen en dus schulden maken.
Ook die schuld wordt (tezamen met de jaren ervoor opgelopen, schulden) uitgedrukt in een percentage van het GDP.

Zo worden met het GDP, de groei, deficit/surplus, staatsschuld, de financiële toestand van een land bepaald.

Natuurlijk zijn er veel meer getallen en bedragen die dat mede aangeven  en ook de welvaart en het welzijn van de bevolking: werkloosheid cijfers, handelsbalansen, de te betalen rentetarieven, gemiddeld en mediaan inkomsten, verdeling ervan over de bevolking, particuliere en bedrijfsschulden en bezittingen en nog veel meer.
Maar deze vier zijn het meest in het oog springend.

Voor het verleden zijn al deze gegevens bekend, in mijn overpeinzingen in de loop der jaren heb ik ze ook in tabellen laten zien.
Over 2018 worden nu steeds definitiever benaderingen ervan bekend.
Maar over 2019 en de jaren erna moeten we gissen.

De centrale banken, die de laatste tientallen jaren een ongekende invloed op de financiële markten, de economieën van de landen en de inkomens van de bevolkingen hebben uitgeoefend doen dat men hun “forward guidance” waarin ze hun monetaire politiek voor de toekomst uiteenzetten.
Het komt mij wel eens voor dat vooral de financiële markten, de beurzen, onmiddellijk reageren op uitspraken (of hun interpretatie ervan) van de Centrale Banken zoals uit koersschommelingen blijkt terwijl anderzijds de Centrale Banken op hun beurt onmiddellijk reageren op koerswisselingen op de financiële markten.
Over inflatie en de centrale banken heb ik in vorige blogs al mijn mening (voor wat die waard is) gegeven.
Hoe dan ook de 2% inflatie, nog altijd niet in zicht, (deze maand 1.2% op jaarbasis) nog steeds het doel waarnaar de CB’s streven om de prijsstabiliteit te garanderen.
Tot nu toe dus zonder resultaat maar wel gepaard met  het bijdrukken van biljoenen nieuw geld en daarmee immense leningen aan staten met uiterst lage of zelfs negatieve rentetarieven en dus het scheppen van enorme schulden.
Heeft het zin door te gaan met een dergelijke strategie van QE en lage renteoplegging als dat al die duur ervan niet helpt.

Schulden op zich zijn eigenlijk alleen riskant door de rente.
Alleen als men de rente niet meer kan opbrengen zonder zich essentiële zaken te ontzeggen zijn schulden een risico.
Door dus de rente op staatsleningen, staatsobligaties, en aan grote bedrijven bedrijfsobligaties) tot (bijna) 0% terug te brengen, (zoals nu al voor sommige leningen een feit is) haal je het gevaar uit die leningen.
Want als de looptijd van die obligaties verstreken is los je deze af met een nieuwe lening, eveneens voor (bijna) 0%.
In theorie kun je zelfs steeds meer leningen zo afsluiten en een schuld steeds verder laten oplopen zonder risico te lopen.
Zie bijvoorbeeld de opbouw/rente/looptijd van de aan Griekenland verstrekte leningen die tot in de verre toekomst lopen en zo de feitelijke situatie maskeren.
We zijn flink op weg om die situatie te bereiken.
Maar natuurlijk moeten er tegenover schulden evenveel assets zijn om een over all evenwicht tussen bezittingen en schulden te scheppen.
Maar zou dat het geval kunnen zijn?
Zou die opvatting over schulden niet snel kunnen leiden tot een onstuitbare inflatie door dat noodzakelijke evenwicht tussen assets en de waarde ervan.
Kunnen wij die eeuwen lang hebben geleefd met de wetenschap dat geld rente opbrengt geestelijk overgaan naar de gedachte dat het hebben van geld dat niet rechtstreeks geïnvesteerd is in de economie niet alleen door inflatie in waarde afneemt maar dat we daar zelfs een strafrente voor zouden moeten betalen.
Banken als inners van rente in plaats van betalers.
Alleen al de gedachte dat zoiets door groepen economen als toekomstig normaal kan worden gezien doet mijn hoofd duizelen.
Maar snel naar iets anders.
Ja, met een getallen overzicht, vervelend, maar getallen beheersen ons verleden, ons heden en ook onze toekomst.


Hieronder een simpel “what if” rekenmodelletje zonder toeters en bellen.
Het geeft één van de zeer vele mogelijkheden voor de ontwikkeling van de eurozone tot 2028, tien jaren dus.


 De parameters (groei,begrotingsgtekort,inflatie,rente kunnen per jaar ingesteld worden.
Ik heb gekozen voor de voorjaarsvoorspellingen Europese Commissie voor groei en begroting voor 2019 en 2020 en daarna een reële groei van 1.4%.
Bij de inflatie ben ik uitgegaan van de visie van de ECB van een inflatie van 2% na 2021 en daarvoor een lagere.
De lange termijn rente varieert per eurozone land maar lijkt me gemiddeld zo’n 1.5% te bedragen.
Zie hier beneden.
Met deze parameters berekent het model dan per jaar nominale GDP (=real GDP + inflatie), Staatsschuld, te betalen rente zonder en met de invloed van de inflatie.
Maar door de parameters te wijzigen wijzigen zich ook de getallen voor die jaren.
Helemaal onderaan de invloed van het rentepercentage op de te betalen rente, die aantoont wat een niet door de Centrale Bank beïnvloede maar risico bepaalde rente voor gevolg zou hebben.
(Nu: Duitsland negatieve 10 jaars obligaties rente, -0.2%, Griekenland betaalt 3.63% ervoor, Italië 2.76%. De USA betaalt 2.37% rente. Een voorbeeld wat dus de invloed van de Centrale Bank is. Daarom wil Trump (en de financiële markten) dat de FED de rente weer verlaagt).

Ik zucht, neem een pilsje en zoek de schaduw op.