dimanche 24 février 2019


Dit keer niet over cijfers

In vorige overpeinzingen merkte ik al op dat, mijns inziens  de kosten van het Nederlands ontwerp klimaatakkoord niet te becijferen zijn alleen al door de complexiteit van de problematiek.
Nu lees ik dat de prognose over de kostenverhoging van de gas en elektriciteits tarieven in het kader van dit ontwerpakkoord gebaseerd was op verouderde gegevens van 2017 en dat de ware kostenverhoging voor de burger aanzienlijk hoger zou uitvallen.
Dan gaat het over, sorry, het meest simpele onderdeel van het akkoord, de belasting die de overheid oplegt aan de burger boven op de kostprijs van de energie en het berekende gebruik per huishouden.
Dat de olieprijs op de wereldmarkt is gestegen, ach die maakt slechts een klein deel uit van de eindprijs voor de huishoud energie rekening.
Nu blijkt dat het planbureau voor de leefomgeving geen recentere gegevens heeft dan die van 2017 en voor de doorrekening van de rest van hun deel van het ontwerp klimaatakkoord ook die verouderde gegevens hanteert, als ik het tenminste goed heb gehoord.
Het lijkt mij dat de term “doorrekening” dan toch een andere betekenis krijgt.
Ik kijk naar de Duitse Energiewende en het aandeel in de prijs voor elektriciteit van de Duitse overheid voor de eindgebruiker en vergelijk die prijs met de elektriciteitsprijzen op de open markt.
Wij volgen Duitsland wat dat betreft.
Ik hoor dat men na deze doorrekening van het ontwerp klimaatakkoord, nu dus al falend bij de energie, afgaat op “feiten” die uit de doorrekeningen voortkomen.
Maar het zijn geen feiten maar ramingen, voorspellingen met veel onvoorzienbaars  in alle sectoren van ons leven en van ons nageslacht.
De echte “feiten” komen pas naar voren bij de uitvoering van een klimaatakkoord.
Vergelijk het met de enorme diversiteit aan “feiten” die speelt bij de Brexit, de uittreding van Groot Brittannië uit de Europese Unie, die meer lijkt een sprong in het duister dan de weg naar een voorspelbare toekomst.
Persoonlijk is mijn grootste zorg de zekerheid waarmee men algemeen in “new green deal” kringen stelt dat renewable energy sources (om de Engelse term te gebruiken) voor 100% een vraaggerichte elektriciteits levering kunnen verzorgen zonder nucleaire of fossiele backup (waaronder biomassa die ook fossiele brandstof is en CO2 uitstoot oplevert), behalve batterijen die dat nu niet kunnen.

Ons is grotere koopkracht beloofd, slechts enkele groepen, waaronder onze gepensioneerden, zouden er niet op vooruitgaan.
Koopkracht is echter nauw verbonden met inflatie en deflatie, dus prijsverhogingen en prijsverlagingen die ons geld meer koopkracht of juist minder doen hebben.
Daarnaast is ons vrij besteedbaar inkomen (bruto na aftrek van rijksbelastingen) nog onderhevig aan talrijke onontkoombare, laat ik het noemen, vaste kostenposten die steeds  minstens met de inflatie meestijgen zoals o.a. energie, woonkosten, waterschap kosten, milieuheffingen, andere heffingen  en daarnaast niet te vergeten de BTW.
Ons vrij besteedbare inkomen is dus slechts deels “vrij”.
Dan is er nog het verschil tussen vermogen en inkomen.
Erf een kasteel en wordt daardoor vermogend, maar dat vermogen kost je alleen maar geld, inkomen.
Alleen inkomen, ook uit vermogen, telt voor je koopkracht.
Zo gaat misschien dan wel het bedrag aan euro’s dat wij aan loon en andere inkomsten  ontvangen omhoog maar kan de vrije koopkracht door al die vaste lasten en inflatie behoorlijk aangetast worden.

Vorige keer heb ik ook gedacht over de tunnelvisie die de onderlinge samenhang van vraagstukken niet voldoende onderkent en zo simplificeert.
Zo zijn er ook in het buitenland groepen die steeds meer solar panel velden willen laten aanleggen (euphemistisch “parken” genoemd) om de CO2 uitstoot tot nul terug te brengen, andere zweren bij windparken (nog een euphemisme).
Maar weer andere groepen zien dat in toenemende mate als aantasten van de natuur, als milieuvervuiling en een gevaar voor o.a.de vogelstand.
Ik begin ook steeds meer de indruk te krijgen dat pressiegroepen niet verdragen dat andere mensen en groepen ook een andere mening zouden mogen kunnen hebben en dat dat ook doorwerkt in de politiek.
Wat men “politiek correct” noemt lijkt mij soms meer te zijn dan een gedragslijn en dat afwijken er van, een afwijkende mening, niet getolereerd moet worden maar gecorrigeerd of zelfs bestraft.
Tolerantie geldt  alleen binnen het kader van dat politiek correcte of zelfs door de pressiegroep geacht correcte.

En er wordt te weinig aandacht geschonken aan het feit dat alles wat wij in ons leven gebruiken uit de grond komt, niet voor niets grondstoffen genoemd, ook windmolens en zonnepanelen en accu’s voor elektrische auto’s.
Wij zijn teveel geneigd alleen naar het eindproduct te kijken en niet naar de weg van grond tot gebruik.
Ons bestaan en onze welvaart zijn echter het resultaat van mijnbouw, vaak in onderontwikkelde gebieden zonder onze wetgeving, ver van onze achtertuin, van transport, fabricage, verdere  transport, plaatsen en afbreken en vervangen en zo mogelijk recyclen.
Een aanslag op de natuur.
Daarnaast is ons leven afhankelijk van landbouw, veeteelt, bosbouw, eveneens een aanslag op onze natuur.
Tenslotte is arbeid ook verbruik van energie of dat nu menselijke arbeid is of mechanische.
Voor dit alles is naarmate de wereldbevolking toeneemt en de ontwikkeling ervan groeit steeds meer energie nodig.
En al deze energie, ook elektriciteit, moet worden opgewekt en wel zo dat hij vraaggericht beschikbaar komt.
Ook dat eist een aanslag op de natuur.
Maar de mens heeft zich juist daardoor kunnen handhaven, ontwikkelen en in aantal nog steeds enorm toenemen.
Dat brengt met zich mee de noodzaak voor een voortdurende groei van de wereldeconomie.
Dit alles in het juiste verband tot elkaar te brengen is noodzakelijk voor onze toekomst.
Dat wij doordacht moeten werken aan een optimaal sparen van onze bron van leven en
innovatie daarbij essentieel is geloof ik ook.
Maar wel goed doordacht.


Maar dit zijn weer alleen maar de persoonlijke overpeinzingen van een gepensioneerde (en een beetje gepassioneerde) leek.


samedi 9 février 2019


Debat klimaatakkoord,
Stagnatie of Langzamer Groei, 
Schuld en Rente.

Er is maar al te veel te overpeinzen.
Er is een wirwar van door elkaar lopende elkaar kruisende en onderling beïnvloedende  ontwikkelingen.
Tezamen zullen zij een grote invloed hebben op de toekomst van de komende generaties.
Maar er is een gevaar dat teveel tunnelvisies en ideologieën en idealen het verband er  tussen zullen overschaduwen.
Als voorbeeld zie ik de controverse over de zeehonden opvang die geprofessionaliseerd zou worden.
De organisaties vinden dat er in de nieuwe opzet  te weinig aandacht is voor de belangen van zeehonden, zo lees ik.
Alleen door menselijk toedoen gewonde zeehonden zouden moeten worden geholpen.
En het gaat goed met het zeehonden bestand.
Maar dat was onaanvaardbaar voor de organisaties.
Voor de zeehonden moet alles wijken en dus stappen zij uit het overleg.        
En steeds wanneer ik hoor praten over onze normen en waarden en onze cultuur alsof die beide een eeuwige waarde hebben moet ik wat glimlachen.
Als ik die steeds heb zien veranderen sinds de tweede wereldoorlog weet ik dat zij even onderhevig aan ontwikkeling  zijn als de mens zelf.
                                                                                                                

Wie nog dacht dat de Centrale Banken geen invloed hebben op de aandelenkoersen verandert misschien nu toch van mening.
Onder de druk van teruglopende koersen en de problemen wereldwijd onder andere door de laatste verhoging van de FED rente tot 2.5% heeft de FED besloten het “tightenen”, dat is het verlagen van de FED balans door de opbrengst van aflopende door de FED als  QE opgekochte staatsobligaties niet opnieuw te beleggen (dus zoals de ECB wel gaat doen) maar die miljarden uit de geldcirculatie te halen, te verminderen.
Ook zal de FED andere effecten mee laten tellen bij de beoordeling of de rente verder verhoogd zal of kan worden, een voorzichtiger beleid dus.
Eigenlijk vreemd want de USA economie draait goed, de werkloosheid is ongekend laag, de inflatie niet te laag,  maar ik heb in mijn achterhoofd dat hier ook politieke achtergronden zijn.
Voor de USA handel is een lage rente, die de dollar niet te veel laat stijgen in waarde, gunstiger voor het terugdringen van het tekort op de handelsbalans,  bovendien moet, zo dacht ik, ongeveer 1 biljoen dollar extra door de staat worden geleend en een lagere rente is daarbij gunstiger voor de begroting.
Onmiddellijk reageerden de aandelenmarkten en de koersen begonnen weer te stijgen.
Wereldwijd, want ook in de eurozone is de wereldwijde vertraging van de groei (of het gevaar voor recessie, negatieve groei, krimp dus) te merken.
Kijk maar naar onderstaand PMI index overzicht.




Weliswaar blijft er voor de meeste landen nog groei (boven 50) maar die groei is wel afnemend.
De Europese Centrale Bank zal hier ongetwijfeld op moeten reageren hoewel zij toch nog steeds een losse, ruime politiek voeren: de bedragen voor afgeloste door de bank opgekochte  staatsleningen blijven in de circulatie, er worden waarschijnlijk nieuwe obligaties voor aangekocht en de rente blijft laag.
Sinds 2000 zijn de rentetarieven van de ECB gezakt van bijna 5% naar nu 0%. Zoals blijkt uit de volgende grafiek.
Het is duidelijk dat dat een grote invloed heeft op het rendement van spaargeld.



Wat de ECB als middelen bij groeiverlaging of recessie overblijft zijn nieuwe (of vervangende) langdurige leningen aan banken tegen een nul rente tarief (ltro) waardoor de banken ruimte krijgen om leningen te verstrekken tegen lage rente.
Of het schrikbeeld van negatieve rente waardoor spaarders en pensioenfondsen nog eens extra getroffen zouden worden.
Ik denk dat we nog nauwelijks van een open economie kunnen spreken, door de invloed van vooral de centrale banken met hun monetaire politiek lijkt het meer en meer een geleide economie te worden.
Maar de huidige situatie na vele jaren van geld creëren en renteverlagingen hebben naar mijn zeer persoonlijke mening niet veel economische zoden aan de dijk gezet.
De (wereld)economie kan de gevolgen van het (deels) stopzetten van QE en lage rente, dus het normaliseren van de economie, kennelijk niet opvangen en verlenging van de geldverruiming en goedkoop lenen lijkt noodzakelijk.
Natuurlijk spelen andere factoren mee zoals de wil van de USA hun handelsbalans die al decennia lang negatief is te verbeteren.
Maar de voornaamste elementen zijn de groeivertraging in China,  de dreigende voor zowel de EU als het VK, vijandige Brexit,  een minder grote geldvoorraad en  hogere rentetarieven, een gevolg van het verminderen van wat men stimulatie noemt maar in feite steun is door geld te creëren.
Met daarbij als bijwerking het vergroten van de al bestaande schuldenberg.
De schuld van de eurozone landen is in 2017 sinds het jaar 2000 meer dan verdubbeld (103%) in euro’s terwijl het GDP in euro’s met 67,8% is gestegen.
Zie de volgende plaatjes.






Daarbij moeten we, zo denk ik, tevens betrekken dat de ECB 2.55 biljoen euro’s heeft bijgedrukt om eurolanden  staatsobligaties op te kopen en zo de rentelast voor die euroschuld uiterst laag of zelfs negatief te maken en zo de economie nog meer heeft ondersteund.
Maar een staat kan volgens de MMT (Modern Monetary Theory) toch niet failliet gaan, want de staat (als die tenminste die bevoegdheid heeft, want die ligt nu in handen van de onafhankelijke centrale banken) kan ongelimiteerd geld bijdrukken.
Schrale troost want dan is er juist het gevaar van inflatie en hyperinflatie.
Dus een keus between the devil and the deep blue sea.
2018 was wat economische groei betreft al minder rooskleurig dan 2017 en de prognoses van IFM, OECD en voor de eurozone de EC voor 2019 zijn al enkele malen naar beneden bijgesteld.
Nu in januari 2019 is de groei prognose voor dit jaar voor de eurozone weer verder bijgesteld van 1.9% naar 1.3%, een daling van 0.6% en voor de EU als geheel van 1.9% naar 1.5% en voor 2020 voor de eurozone van 1.7% naar 1.6% en voor de EU van 1.8% naar 1.7%.
Ook voor 2018 zal de groei lager uitkomen dan in de prognoses.
De Global Manufacturing Index daalde voor januari 2019 naar 50.7 (december 51.7).
In de eurozone is de daling ook zichtbaar:
Nederland blijft het binnen de eurozone het best doen, Duitsland is een onverwachte daler.
De diesel problemen spelen daarbij ook een rol.

Dat de lasten voor de burger, nu de EU en ook de Nederlandse regering  de streefgetallen van het Parijse akkoord om de uitstoot van CO2 te verminderen en te neutraliseren heeft overgenomen, flink zullen stijgen is wel duidelijk.
Als voorbeeld de prijsstijging in Duitsland van de elektriciteitsprijs in het kader van de energiewende, met nu een belastingdeel ervan van meer dan 50% en zo de de hoogste prijs in de EU:



Die stijging van de elektriciteitsprijs is bovendien slechts een deel van de totale kosten.

In  ieder geval is er nu met het ontwerp klimaatakkoord door de politiek een knoop doorgehakt in de klimaat controverse tussen activisten en sceptici en zal de politiek  duidelijkheid moeten geven over de te nemen maatregelen.
Nu komt de discussie niet meer over “of” maar over “hoe”,  de discussie over de uitvoering van dat besluit, waarbij kernenergie kennelijk wordt uitgesloten.
In mijn vorige blog heb ik als mijn mening gegeven dat uiteindelijk de burgers de kosten zullen moeten dragen, de staatsinkomsten zijn immers het deel van het GDP dat door de overheid in zijn begroting via belastingen en heffingen wordt opgeëist, subsidies en belastingverlichting voor sectoren komen dus ten laste van de belastingbetaler.
Ook zal nog moeten worden besloten hoe de “backup” te regelen omdat er nog steeds geen oplossing is voor het opslaan van elektriciteit in de enorme mate die nodig is om periodes met te weinig wind en zon te overbruggen en hoe die backup te financieren.
Daar wordt in het ontwerp niet ingegaan.
Ook zal moeten worden nagegaan wat de rol van Nederland binnen de EU moet zijn bij de energie revolutie.
Dat is een politieke verantwoordelijkheid.
Als niet de andere EU leden soortgelijke maatregelen treffen als in het ontwerp akkoord aangegeven zal de Nederlandse concurrentiepositie en dus de economie daaronder lijden en zal bovendien het effect op de uitstoot in de wereld miniem zijn.
Hier is, naar mijn idee, het noodzakelijk dat de EU landen alle hetzelfde beleid voeren en soortgelijke maatregelen treffen en uitvoeren.
Dat dat overigens wereldwijd niet zal gebeuren en landen met de grootste uitstoot tot 2030 uitstel hebben is zeker.
Als ondernemingen om kosten redenen zouden uitwijken naar landen die minder maatregelen nemen zou dat de uitstoot slechts verplaatsen en niet verminderen.
Dan is het slechts symbool politiek met hoge kosten.

Wat die kosten betreft, de eurozone werkt nog steeds zakelijk gezien met verlies.
Natuurlijk zullen de grote investeringen nodig voor uitvoering van de vermindering van de CO2 uitstoot een flinke invloed hebben op de schuldontwikkeling.
Pas als er een behoorlijke groei is en een positieve begroting kan de enorme eurozone schuld worden verminderd.
De kans daarop is in 2018, na een veelbelovend 2017, niet aanwezig en bij een verder teruglopende groei, gezien de laatste  flink lagere prognoses, nog ver weg.
Tot nu toe is de eurozone begroting vrijwel altijd negatief geweest, een constant begrotingstekort d.w.z. er is steeds door de overheid meer uitgegeven dan binnenkwam.
Zie de volgende grafiek die de begroting van de eurozone en EU laat zien van 1999 tot 2017.



Want het is natuurlijk eenvoudig te zeggen dat pas bij een tekort van meer dan 3% de Europese Commissie zou moeten ingrijpen (hetgeen nog nooit, behalve bijna bij Italië) echt is gebeurd.
Maar elk begrotingstekort doet de schuld in euro’s toenemen.
Dat dat tekort te financieren viel is grotendeels te danken aan de lage rentestand door de ECB vastgesteld en doordat er voldoende kapitaal beschikbaar was uit de bijgedrukte 2.55 biljoen euro.

Door de lage rentestand en de achterblijvende loonontwikkelingen gepaard aan de lage financieringskosten voor het grote bedrijfsleven zijn daarbij  de verschillen tussen  arbeidsbeloning en kapitaalsvermeerdering, tussen lage inkomens  en hoge inkomens steeds toegenomen.

Bezie in dat licht de volgende grafiek die laat zien hoeveel gezinnen in de EU niet in staat zijn hun huis behoorlijk te verwarmen.




Afgezien van het feit dat dit weer de zeer grote koopkracht verschillen tussen de EU lidstaten toont is hierin eveneens te zien wie het meest zullen gaan lijden onder stijgende elektriciteitskosten.
Uiteraard zijn er inkomensgroepen voor wie die stijgende prijzen geen probleem zullen zijn.
Ik heb, cynisch gezien, de indruk dat de deelnemers aan het klimaatoverleg in 2015 in Parijs die juichten bij het tekenen ervan tot die groep zullen behoren.

Klimaatakkoord en zeehondenhulp zijn slechts onderdelen in een gecompliceerde wereld met talloze onderling afhankelijke vraagstukken.
Er komt  veel meer kijken voor het  zeker stellen van de wereld voor ons nageslacht.
Maar tunnelvisies en wegkijken zouden dat kunnen doen vergeten.

Maar zoals altijd en immer, dit zijn alleen maar de overpeinzingen van een volslagen leek op leeftijd die de  wereld in en na de tweede wereldoorlog zo drastisch heeft zien veranderen





mercredi 23 janvier 2019


Wie zal dat betalen,
een CO2 neutrale maatschappij …

Het is een tijd vol onzekerheden.
Wat voor fiasco wordt de Brexit one way or another, het valt niet te voorspellen.
Zal het pragmatisme beslissen bij het dreigende handelsconflict tussen de USA en China.
Is er een recessie op komst of alleen een vertraging van de wereldgroei.
Zullen de Centrale Banken in staat zijn bij een recessie steun te verlenen nu hun balansen nog overbelast zijn door de QE bij het herstel uit de vorige recessie.
Wat zal het vernieuwde vriendschapsverdrag tussen Duitsland en Frankrijk voor de verhoudingen binnen de EU gaan betekenen.
Hoe zal het Italië vergaan, en Griekenland weer als zelfstandig land en de oostelijke EU landen en  hoe zullen de EU parlements verkiezingen verlopen.

Dat zijn nog maar enkele van de onzekerheden.

Maar dit keer gaan mijn overpeinzingen uit naar een onderwerp dat onze toekomst zal bepalen, de vermindering van de uitstoot van CO2 om de wereld van de ondergang te redden zoals ik lees.

Wie leest alle 226  bladzijden van het ontwerp klimaatakkoord en wie kan dan de sociale, economische en financiële  consequenties ervan voorzien.
Wat wel zeker is: de erin besproken veranderingen zijn fundamenteel en omvangrijk.

Het uitgangspunt is de uitstoot van CO2, kooldioxide, in 2030 met de helft te hebben teruggebracht zoals door ons parlement besloten.
Daarna, maar daar gaat het huidige ontwerp klimaatakkoord niet over, de andere 50%.
Daartussendoor komt nu ook ineens het door Urgenda gewonnen proces tegen de Nederlandse staat voor de door ons parlement bepaalde uitstootbeperking met 25% tot en met 2020 vergeleken met de uitstoot in 1990,  waar alleen aan kan worden voldaan door een snelle draconische extra beperking van die uitstoot wat daardoor enorme extra bedragen eist.
Bij voortgaan op de huidige wijze zou immers slechts (naar schatting) 15% beperking bereikt worden.

Wereldwijd is de CO2 uitstoot overigens  in 2017 ondanks enorme investeringen in CO2 vrije wind/zon/hydro en CO2 neutrale biomassa opwekking van elektriciteit gestegen in plaats van gedaald, zelfs in Duitsland, de Europese voorloper op het gebied van CO2 vrije energie.
De oorzaak is de sterkere groei van de wereldeconomie zowel in de ontwikkelingslanden en in de ontwikkelde landen waardoor de opwekking van veel meer energie, elektriciteit, noodzakelijk is.
Opslaan van elektriciteit is een tot nu toe onopgelost probleem, fossiele of nucleaire backup blijft voorlopig, met alle additionele kosten daarvan, noodzakelijk voor die perioden waarin de schone elektriciteitsopwekking tekort schiet.

Dat is het kader waarin Nederland een voortrekkers rol wil.

Het is onmogelijk, zo overpeins ik, te voorzien hoeveel deze radicale uitvoering van het Parijs Akkoord van 2015 Nederland gaat kosten.
Er zijn zoveel onoverzichtelijke factoren waarvan één is dat bij grote en alle sectoren omvattende projecten, en dit is een mammoet project,  de kosten meestal de begroting ervan verre overschrijden.
En wanneer zo’n project  eenmaal in gang is gezet is stoppen of wijzigen nauwelijks mogelijk.
Niet alleen in financieel maar ook in economisch opzicht zal het project een grote invloed hebben.
In financieel opzicht zou Duitsland met zijn “Energiewende” en desondanks de laatste jaren weer een stijgende CO2 uitstoot als voorbeeld kunnen dienen.  
In economisch opzicht is het project risicovol want grote en snel groeiende economische ontwikkelingslanden zoals China en India zullen pas in 2030 hun aandeel in de uitstootbeperkingen beginnen zoals in Parijs besloten.
China heeft de grootste CO2 uitstoot in de wereld en India is nummer drie.
Om concurrerend te kunnen blijven zijn nu al in Duitsland energie zware bedrijven vrijgesteld (met instemming van Brussel) van de energieheffing, hun aandeel erin wordt door de burgers betaald.
Er is dus geen wereldomvattend identiek beleid maar wel onzekerheid.

Maar hoe hoog de kosten ook zullen zijn is één ding zeker.
Uit de belastinginning worden subsidies verleend door de staat en deze gerichte subsidies worden dus door alle burgers via belasting en heffingen betaald.
Energieheffingen en energie beperkende voorzieningen worden rechtstreeks door de betrokken burgers betaald of indirect via subsidiering of te lage rente leningen.
Alle subsidies voor en door het bedrijfsleven gemaakte kosten (ook de extra heffing op CO2 uitstoot) voor beperking van de CO2 uitstoot zullen via prijsverhogingen door de burgers worden betaald.
Hetzelfde geldt voor staatsubsidies aan de bedrijven die de windparken en zonneparken bouwen en exploiteren.
Ook investeringen door derden hierin moeten rendement opleveren dat doorberekend wordt aan de afnemers, de burgers.
Uiteindelijk zijn het dus de burgers, de belastingbetalers die linksom of rechtsom voor de totale kosten opdraaien.

Uitgezonderd is echter hopelijk dat deel van de productie dat in concurrentie met het buitenland wordt geëxporteerd.
En, tenzij alle landen dezelfde CO2 uitstoot beperkende maatregelen uitvoeren, zouden landen die dat niet doen een betere concurrentiepositie innemen.
Dat was een van de redenen waarom President Trump de USA terugtrok uit het klimaatakkoord, hij wil een equal playing field.

Wolken en winden storen zich niet aan staatsgrenzen.
Denk aan de tijd van de zure regen: de Noorse bossen zouden sneuvelen door de zure regen uit Groot Brittannië.
Datzelfde geldt voor luchtvervuiling en klimaatdrijfgassen, daardoor een mondiaal vraagstuk dat ook mondiale aanpak vraagt en niet een per land verschillende strategie.
Landen, die om elke reden dan ook, niet proportioneel bijdragen aan uitstoot beperkende maatregelen of uitstel van deelname hebben bedongen hebben daardoor lagere productiekosten en zo een gunstiger concurrentie positie.
Voor het bedrijfsleven in wel bijdragende landen een probleem.
Uitwijken naar andere landen voor de productie kan een gevolg zijn.
Ook dat zijn te overwegen factoren.

Wat zal de toekomst brengen, vraag ik me af.

Maar, zoals altijd zijn dit alleen maar de overpeinzingen van een belangstellende leek.

samedi 5 janvier 2019


Hoe staat het nu met de eurozone na meer dan 20 jaar euro als gezamenlijke munt.


Om te beginner:
2018 was niet het jaar dat overeenkwam met de forward guidance van de centrale banken.
Voorspellen is dan ook niet meer dan dat
En achteraf vertellen waarom het anders liep is eenvoudiger.
Zo goed als het in 2017 ging, zo moeilijk verliep 2018.

Wordt de term populisme nu vervangen door nationalisme en globalisme door patriotisme.
Macron, Merkel en Rutte op dezelfde lijn: kijk voorbij de eigen grenzen, volg de (regerende)  partijlijn, samenwerken= toegeven aan de meerderheid.
Het lijkt geen verband te hebben met de toestand van de eurozone en in het algemeen met de verhouding kapitaal arbeid in de wereld.
Maar dat is schijn.

Ik herinner me  eens gelezen te hebben over een bizar proces in de USA waarbij de rechter na het aanhoren van de aanklager de verdachte gelijk veroordeelde zonder de verdediger het woord te gunnen.
Toen de advocaat van de verdachte daartegen protesteerde rechtvaardigde de rechter zijn vreemde handelswijze met de woorden dat hij alleen maar in verwarring zou raken als hij de argumenten van de verdediging ook moest aanhoren.
Datzelfde gevoel bekruipt mij vaak als ik de verschillende media lees en op internet gegevens opzoek.
Soms lijkt een andere mening te hebben haast misdadig te zijn en onbespreekbaar.
Maar dat is mijn gevoel en misschien niet van de meerderheid.

Vaak worden de meningen van wetenschappers geacht een soort vanzelfsprekende superieure kennis te bevatten waarover het ook gaat.
Dat is misleidend want wetenschappers bestuderen en onderzoeken juist wat ze nog niet weten op hun eigen vakgebied en kunnen buiten dat vakgebied net zo onwetend zijn als een willekeurige leek.
En er is bovendien  een groot verschil in wetenschapperlijke waarde tussen de volgende statements:
“Er zijn in het verleden steeds oorlogen geweest dus komt er weer een oorlog”
en
“2+2=4, dus 4+4=8”.
In het eerste  geval kan men spreken van mogelijkheid, waarschijnlijkheid, redelijkerwijze te verwachten.
In het tweede gaat het om een waarneembaar feit, een werkelijkheid.

En men kan de twee niet dezelfde waarde toekennen.
Daarover later  meer.

Al 20 jaar is de euro de enige officiële munt van de Europese Unie en in die twintig jaar is het aantal eurolidstaten van zes uitgegroeid naar negentien.
De ECB heeft de laatste nieuwe steun aankoop van obligaties afgesloten.
De onorthodoxe Quantitative Easing is voorbij.
Dus tijd voor een tussenbalans.
Maar de 2.5 biljoen euro’s sinds 2015 bijgedrukt voor deze aankopen blijven in kas na aflossing van de oude obligaties om er de komende tijd nieuwe (vervangende?) obligaties voor op te kopen.
Men kan dus niet zeggen dat de QE is beëindigd.
Dat is pas het geval als de balans van de ECB weer op het pre-QE niveau is gedaald.
Ook de negatieve rente blijft gehandhaafd (tot de 2% inflatie is bereikt?).
Er blijven dus nog vraagtekens over de toekomstige steun.
Wat voor gevolgen voor de eurozone economie heeft de QE nu bereikt?

Het functioneren van een euroland wordt in de EU getoetst aan voornamelijk twee criteria.
Het begrotingstekort van een eurozonelidstaat mag (structureel) niet groter zijn dan 3% van het Bruto Binnenlands Product.
De staatsschuld mag maximaal niet meer dan 60% van het Bruto Binnenlands Product bedragen.
Bij overschrijding van deze criteria kan de Commissie ingrijpen.
Deze 3%/60% norm voor overheidsbeleid,  in de eurozone door de verdragen  afgedwongen,  in de andere EU landen doelstelling, kan op twee manieren worden bereikt of zelfs verbeterd.
Opvoeren van de productiviteit en innovatie leidend tot meer werkgelegenheid, hogere lonen en daardoor vergroten van de export en de binnenlandse consumptie naast verminderen van bureaucratische procedures..
Verhogen van de lasten voor de bevolking door een groter aandeel van het bruto binnenlands product  voor overheidsbeleid op te eisen.
Of een combinatie van deze twee.

Is het goed functioneren van een staat, dus het binnen de normen blijven,  een weerspiegeling  van de  mogelijkheden die de binnenlandse natuur biedt en het gebruik ervan door de bevolking, oftewel de welvaart van de bevolking.
Of is het voornamelijk dat  deel van het nationale inkomen (bruto binnenlands produkt)  dat de staat van de bevolking opeist te verhogen  om aan de normen te voldoen en zo in feite de welvaart van de bevolking aan te tasten .
Verhoging dus van de belastingen en heffingen.

Of een vermenging van beide.

Dat is naar mijn zeer persoonlijke mening het vraagstuk waar de eurozone mee worstelt.
Met name in de zuidelijke lidstaten waar de bevolking zacht gezegd veel minder welvarend is dan in de noordelijke eurolanden zoals blijkt uit de risk of poverty gegevens van eurostat.

Rijkdom is zichtbaar, armoede verbergt zich.
Zie de grafiek over armoede in de Europese Unie.
De gegevens zijn afkomstig van Eurostat, het statistisch bureau van de EU.


Gemiddeld in de EU en eurozone is meer dan 20% van de bevolking op de armoedegrens.
En tussen de armoede grens en ontbreken van geldelijke zorgen is nog een flink gebied.
Zie de tabellen die ik daarover in eerdere blogs heb getoond.
Ik vrees dat er bij de elite, de dominerende groep, te weinig begrip bestaat voor deze problematiek.
Men ziet (niet alleen in Frankrijk) dat het deel van de bevolking dat zijn bestaan bedreigd voelt door nieuw opgelegde lasten nu van zich laat horen.
Wat eerst de zwijgende meerderheid was.

Deze 3/60% grens in de verdragen is dus voor welvaartsmeting primitief.
Neem Duitsland:
Een begrotingsoverschot en redelijke schuld (minder dan 64%).
Een voorbeeld voor de andere eurolanden.
Maar jaarlijks worden meer dan 300.000 Duitsers afgesloten van elektriciteit, een primaire levensbehoefte.

Een bittere constatering bij die 3% en 60% regel is verder dat de 60% maximaal toegestane staatsschuld door vrijwel alle eurolanden zwaar is en wordt overschreden en dat 3% begrotingstekort bij een lagere reële groei van de economie achteruit roeien is.

Hieronder een uitgebreider overzicht over de eurolanden en de overige EU landen.
Daaruit kan iedereen zijn eigen conclusies trekken.







Daarbij moet ook in aanmerking worden genomen dat de 2.6 biljoen bijgedrukt geld voor de aankoop van voornamelijk eurolanden staatsobligaties om de inflatie op 2% te brengen, de inflatiehoogte die ideaal voor economische ontwikkeling wordt geacht niet is gelukt en dat de economische groei  er niet voldoende mee is gestegen (vergelijk eurolanden met EU-niet-eurolanden en de wereld economie).
Wel natuurlijk is daardoor de eurozone in stand gehouden maar over het nut daarvan valt de discussiëren.
Niet eurolanden zoals Denemarken, Zweden en tot de brexit het VK zijn ook niet technisch failliet gegaan, de oostelijke EU landen evenmin .
Zie ook de veel te hoge staatsschulden van de eurolanden vergeleken met die van de niet-euro lidstaten, ongetwijfeld mede veroorzaakt door de QE en de zeer lage rente.

Iedereen kan zijn eigen gevolgtrekkingen maken.
Wat wordt het in 2019.








dimanche 9 décembre 2018


Energie,
een levensnoodzaak voor ons allen

Dit jaar vindt de 24ste COP plaats in Katowici, Polen.
De vier en twintigste jaarlijkse bijeenkomst sinds de eerste COP in 1995.
De Conference of Parties met meer dan 22.000 deelnemers vergadert van 8 tot 15 december dit jaar in Polen over het klimaat en energie.
Ook vanuit Nederland is er een soort shuttle service van dignitariers naar en van de conferentie.
De jaarlijkse conferentie over  klimaatverandering en dit jaar moeten er dwingende besluiten vallen na de streefgetallen van het Parijse Klimaat Accoord.
Want dit keer is 2020 het kanteljaar voor het klimaat.

Kun je als belangstellende amateur ook over de consequenties van deze problemen nadenken of is dat het privilege voor politiek (en commercieel betrokkenen)  zoals sommige politiek partijen lijken te denken.

Energie is de krachtbron die ons aller leven mogelijk maakt.
In ons bestaan speelt  energie, elektriciteit een centrale rol.
Voor ons is elektriciteit vanzelfsprekend.
Zonder elektriciteit stort onze maatschappij totaal ineen.

Van in het begin menselijke energie later meer en meer ondersteund door  werktuigen tot in onze tijd met werktuigen, robots en computers, die menselijke energie, arbeid, zelfs voor een aanzienlijk deel overbodig (gaan) maken maar voor zichzelf  daarbij steeds meer energie, elektriciteit  eisen.
Hoe meer mensen hoe meer energie daarvoor noodzakelijk is.
Hoe hoger de economische ontwikkeling van de mens, hoe groter de behoefte aan energie, elektriciteit.

Als ik het vanuit mijn persoonlijke optiek beschouw zijn de uitvinding van de stoommachine en de elektriciteit als energieverschaffers in het begin van de negentiende eeuw, het  begin en doorzetten geweest van de industriële revolutie,  die, naar mijn mening, drie belangrijke de maatschappij volledig veranderende sociale en industriële stromingen heeft veroorzaakt.
De eerste is de overgang van kleine familie nijverheids instellingen naar grote op massaproductie gerichte stoom aangedreven ondernemingen.
Als voorbeeld de kleine familie (weefgetouw) bedrijfjes op het platteland verdwenen door de opkomst van massale weverijen in de steden.
Als tweede de  hierdoor gedwongen verhuizing van de daardoor werklozen van het platteland naar de steden.
Het begin van de verstedelijking van de maatschappij.
Nijverheid werd moderne industrie, het platteland liep leeg en de steden breidden zich meer en meer uit, een ontwikkeling die nog steeds doorgaat,  misschien wel het sterkst in de ontwikkelingslanden.
De derde is dat door die steeds grotere energie verschaffing de wereldbevolking zich veel sneller kon uitbreiden en ontwikkelen waardoor de behoefte, de noodzaak, voor nog meer energie ontstond.

Nu bevinden we ons weer in een periode van industriële revolutie.
Niet alleen de vervanging van menselijke arbeid door computers en robots waardoor de arbeidsmarkt zal veranderen.

De stoommachine van de eerste industriële revolutie en de  fossiele brandstoffen die nu de voor ons bestaan  noodzakelijke energie en elektriciteit opwekken maar tevens kooldioxide, CO², produceren, een gas dat bij alle verbrandingsprocessen, ook in ons lichaam, als afvalproduct vrijkomt moeten worden vervangen door CO² neutrale technieken.
Want deze door menselijke activiteiten veroorzaakte CO² wordt door klimaat wetenschappers gezien als de oorzaak van een rampzalige opwarming van de aarde die ten koste van alles moet worden voorkomen.
Ironisch genoeg is deze CO² juist ook de noodzakelijke  levensbron voor planten en bossen die via  fotosynthese CO² omzetten in zuurstof en is zo ook noodzakelijk voor ons leven.

Dat alles wil zeggen dat het geheel van fossiele brandstoffen en om andere redenen niet aanvaardbare nucleaire energiebronnen die aan onze energie en elektriciteitsbehoefte (eigenlijk een pleonasme) voldoen moet worden vervangen door niet CO² producerende technieken, windenergie, zonne-energie, waterkracht energie.
Biomassaenergie (voornamelijk houtpellets) wordt daarbij als CO² neutraal gezien hoewel ze meer CO² produceren dan andere fossiele brandstoffen.

Het is duidelijk dat een omschakeling als deze, die kolen, olie en gas en nucleaire centrales  tot sluiting brengt en daarvoor in de plaats een netwerk van natuurkunstmatige windmolen parken, zonnepanelen parken moet doen opbouwen, enerzijds een enorme kapitaal vernietiging van de gedane  investeringen in fossiele en nucleaire installaties tot gevolg heeft en anderzijds enorme nieuwe kapitaal investeringen eist voor de vervanging ervan door deze renewable technieken.

Als bijkomend probleem is de omschakeling daarbij van door vraag bepaald aanbod zoals bij de traditionele energievoorziening die regelbaar is en zich kan aanpassen aan de altijd wisselende elektriciteitsbehoefte, naar een aanbod dat door de aanwezigheid van wind en/of zon wordt bepaald en daardoor ver van de vraag naar energie kan afwijken.
De zon schijnt  ’s nachts niet en er zijn vaak windstille periodes waardoor er geen elektriciteitsaanbod is en men zal moeten terugvallen op batterijen (nu nog volstrekt onvoldoende) of wat men pleegt te noemen fossiele backup, hetgeen betekent dat men naast de renewable technieken ook de oude fossiele elektriciteitopwekking in stand moet houden voor windstille en nachtelijke perioden met alle daaraan verbonden kosten.

Netwerken zo verbinden dat windstille periodes en nacht worden gekoppeld aan andere geografische gebieden waar wel wind en zonlicht is zou overal een dubbele capaciteit eisen.
Immers bij wind en zon moet niet alleen het eigen gebied worden voorzien van elektriciteit maar ook de verbonden gebieden waar toevallig windstilte of geen zonlicht is.
Dat zou overal een dubbele capaciteit eisen en dus dubbele investeringen, afgezien nog van de gigantische kosten om de ervoor noodzakelijke  alles verbindende zeer hoge capaciteits elektriciteitskabel netwerken  boven of onder de grond voor het transport van de elektriciteit  van hier naar daar en omgekeerd aan te leggen.
Helaas is er nog geen manier gevonden om elektriciteit in voldoende capaciteit op te slaan.

Economie en energie (elektriciteits) verbruik zijn nauw met elkaar verbonden.
In de tijd van een kwakkelende economie die nu achter ons ligt nam de CO² uitstoot langzaam wat af.
Maar met de opbloei van de economie en grotere economische groei neemt ook het energieverbruik en dus de uitstoot van CO² weer toe.
In 2017 is zo de wereldwijde  uitstoot van CO² weer gestegen, zelfs in een pionier land zoals Duitsland waar bovendien de elektriciteitstarieven (naast die in Denemarken) de hoogste in de EU zijn.

Het is duidelijk dat deze omschakeling een enorme invloed zal hebben op de economie en welvaart van de staten en de bevolking.
Want de staten die  het bedrijfsleven de financiële middelen zullen moeten  verschaffen deze omschakeling uit te voeren zullen deze toch uit de algemene middelen oftewel de belastingbetaling dus door de bevolking moeten financieren naast de verhogingen van de elektriciteits en andere energie  tarieven door de gebruikers te betalen en doorberekend in de prijzen van alle producten.
Privé investeerders in deze energie omwenteling zullen naast staatssubsidies,  die hun uit belastingopbrengsten worden verschaft, rendement willen hebben op het door hen geïnvesteerde kapitaal, hetgeen ook de kosten voor energie levering aan de economie zullen doen stijgen wat weer leidt tot prijsstijgingen van alle artikelen die tenslotte ook door de burgers zullen moeten worden opgebracht.

Tenslotte moet ook worden betaald voor het in stand houden van oude fossiele installaties die voor backup paraat moeten worden gehouden om elektriciteit te kunnen leveren bij zon/windloze periodes.

Dat zal alles bij elkaar een grote aantasting van de koopkracht van de burgers zijn.

Soms vraag ik me als stomme leek af hoe weldoordacht al deze plannen wel zijn.
Soms vraag ik me af waarom eigenlijk de derde generatie (kleine) nucleaire installaties in de ban zijn.
Deze derde generatie installaties zijn veel veiliger dan de vorige, ze veroorzaken geen CO² uitstoot en kunnen de taak van fossiele brandstoffen volledig  overnemen en zijn bovendien vraag gestuurd  zodat er geen massale energie opslag nodig is en de huidige netwerken voldoen.

Maar zoals altijd zijn dit mijn puur persoonlijke overpeinzingen, die van een volslagen leek en amateur.
Ik kan de plank dus wel volkomen mis slaan.