mercredi 23 janvier 2019


Wie zal dat betalen,
een CO2 neutrale maatschappij …

Het is een tijd vol onzekerheden.
Wat voor fiasco wordt de Brexit one way or another, het valt niet te voorspellen.
Zal het pragmatisme beslissen bij het dreigende handelsconflict tussen de USA en China.
Is er een recessie op komst of alleen een vertraging van de wereldgroei.
Zullen de Centrale Banken in staat zijn bij een recessie steun te verlenen nu hun balansen nog overbelast zijn door de QE bij het herstel uit de vorige recessie.
Wat zal het vernieuwde vriendschapsverdrag tussen Duitsland en Frankrijk voor de verhoudingen binnen de EU gaan betekenen.
Hoe zal het Italië vergaan, en Griekenland weer als zelfstandig land en de oostelijke EU landen en  hoe zullen de EU parlements verkiezingen verlopen.

Dat zijn nog maar enkele van de onzekerheden.

Maar dit keer gaan mijn overpeinzingen uit naar een onderwerp dat onze toekomst zal bepalen, de vermindering van de uitstoot van CO2 om de wereld van de ondergang te redden zoals ik lees.

Wie leest alle 226  bladzijden van het ontwerp klimaatakkoord en wie kan dan de sociale, economische en financiële  consequenties ervan voorzien.
Wat wel zeker is: de erin besproken veranderingen zijn fundamenteel en omvangrijk.

Het uitgangspunt is de uitstoot van CO2, kooldioxide, in 2030 met de helft te hebben teruggebracht zoals door ons parlement besloten.
Daarna, maar daar gaat het huidige ontwerp klimaatakkoord niet over, de andere 50%.
Daartussendoor komt nu ook ineens het door Urgenda gewonnen proces tegen de Nederlandse staat voor de door ons parlement bepaalde uitstootbeperking met 25% tot en met 2020 vergeleken met de uitstoot in 1990,  waar alleen aan kan worden voldaan door een snelle draconische extra beperking van die uitstoot wat daardoor enorme extra bedragen eist.
Bij voortgaan op de huidige wijze zou immers slechts (naar schatting) 15% beperking bereikt worden.

Wereldwijd is de CO2 uitstoot overigens  in 2017 ondanks enorme investeringen in CO2 vrije wind/zon/hydro en CO2 neutrale biomassa opwekking van elektriciteit gestegen in plaats van gedaald, zelfs in Duitsland, de Europese voorloper op het gebied van CO2 vrije energie.
De oorzaak is de sterkere groei van de wereldeconomie zowel in de ontwikkelingslanden en in de ontwikkelde landen waardoor de opwekking van veel meer energie, elektriciteit, noodzakelijk is.
Opslaan van elektriciteit is een tot nu toe onopgelost probleem, fossiele of nucleaire backup blijft voorlopig, met alle additionele kosten daarvan, noodzakelijk voor die perioden waarin de schone elektriciteitsopwekking tekort schiet.

Dat is het kader waarin Nederland een voortrekkers rol wil.

Het is onmogelijk, zo overpeins ik, te voorzien hoeveel deze radicale uitvoering van het Parijs Akkoord van 2015 Nederland gaat kosten.
Er zijn zoveel onoverzichtelijke factoren waarvan één is dat bij grote en alle sectoren omvattende projecten, en dit is een mammoet project,  de kosten meestal de begroting ervan verre overschrijden.
En wanneer zo’n project  eenmaal in gang is gezet is stoppen of wijzigen nauwelijks mogelijk.
Niet alleen in financieel maar ook in economisch opzicht zal het project een grote invloed hebben.
In financieel opzicht zou Duitsland met zijn “Energiewende” en desondanks de laatste jaren weer een stijgende CO2 uitstoot als voorbeeld kunnen dienen.  
In economisch opzicht is het project risicovol want grote en snel groeiende economische ontwikkelingslanden zoals China en India zullen pas in 2030 hun aandeel in de uitstootbeperkingen beginnen zoals in Parijs besloten.
China heeft de grootste CO2 uitstoot in de wereld en India is nummer drie.
Om concurrerend te kunnen blijven zijn nu al in Duitsland energie zware bedrijven vrijgesteld (met instemming van Brussel) van de energieheffing, hun aandeel erin wordt door de burgers betaald.
Er is dus geen wereldomvattend identiek beleid maar wel onzekerheid.

Maar hoe hoog de kosten ook zullen zijn is één ding zeker.
Uit de belastinginning worden subsidies verleend door de staat en deze gerichte subsidies worden dus door alle burgers via belasting en heffingen betaald.
Energieheffingen en energie beperkende voorzieningen worden rechtstreeks door de betrokken burgers betaald of indirect via subsidiering of te lage rente leningen.
Alle subsidies voor en door het bedrijfsleven gemaakte kosten (ook de extra heffing op CO2 uitstoot) voor beperking van de CO2 uitstoot zullen via prijsverhogingen door de burgers worden betaald.
Hetzelfde geldt voor staatsubsidies aan de bedrijven die de windparken en zonneparken bouwen en exploiteren.
Ook investeringen door derden hierin moeten rendement opleveren dat doorberekend wordt aan de afnemers, de burgers.
Uiteindelijk zijn het dus de burgers, de belastingbetalers die linksom of rechtsom voor de totale kosten opdraaien.

Uitgezonderd is echter hopelijk dat deel van de productie dat in concurrentie met het buitenland wordt geëxporteerd.
En, tenzij alle landen dezelfde CO2 uitstoot beperkende maatregelen uitvoeren, zouden landen die dat niet doen een betere concurrentiepositie innemen.
Dat was een van de redenen waarom President Trump de USA terugtrok uit het klimaatakkoord, hij wil een equal playing field.

Wolken en winden storen zich niet aan staatsgrenzen.
Denk aan de tijd van de zure regen: de Noorse bossen zouden sneuvelen door de zure regen uit Groot Brittannië.
Datzelfde geldt voor luchtvervuiling en klimaatdrijfgassen, daardoor een mondiaal vraagstuk dat ook mondiale aanpak vraagt en niet een per land verschillende strategie.
Landen, die om elke reden dan ook, niet proportioneel bijdragen aan uitstoot beperkende maatregelen of uitstel van deelname hebben bedongen hebben daardoor lagere productiekosten en zo een gunstiger concurrentie positie.
Voor het bedrijfsleven in wel bijdragende landen een probleem.
Uitwijken naar andere landen voor de productie kan een gevolg zijn.
Ook dat zijn te overwegen factoren.

Wat zal de toekomst brengen, vraag ik me af.

Maar, zoals altijd zijn dit alleen maar de overpeinzingen van een belangstellende leek.

samedi 5 janvier 2019


Hoe staat het nu met de eurozone na meer dan 20 jaar euro als gezamenlijke munt.


Om te beginner:
2018 was niet het jaar dat overeenkwam met de forward guidance van de centrale banken.
Voorspellen is dan ook niet meer dan dat
En achteraf vertellen waarom het anders liep is eenvoudiger.
Zo goed als het in 2017 ging, zo moeilijk verliep 2018.

Wordt de term populisme nu vervangen door nationalisme en globalisme door patriotisme.
Macron, Merkel en Rutte op dezelfde lijn: kijk voorbij de eigen grenzen, volg de (regerende)  partijlijn, samenwerken= toegeven aan de meerderheid.
Het lijkt geen verband te hebben met de toestand van de eurozone en in het algemeen met de verhouding kapitaal arbeid in de wereld.
Maar dat is schijn.

Ik herinner me  eens gelezen te hebben over een bizar proces in de USA waarbij de rechter na het aanhoren van de aanklager de verdachte gelijk veroordeelde zonder de verdediger het woord te gunnen.
Toen de advocaat van de verdachte daartegen protesteerde rechtvaardigde de rechter zijn vreemde handelswijze met de woorden dat hij alleen maar in verwarring zou raken als hij de argumenten van de verdediging ook moest aanhoren.
Datzelfde gevoel bekruipt mij vaak als ik de verschillende media lees en op internet gegevens opzoek.
Soms lijkt een andere mening te hebben haast misdadig te zijn en onbespreekbaar.
Maar dat is mijn gevoel en misschien niet van de meerderheid.

Vaak worden de meningen van wetenschappers geacht een soort vanzelfsprekende superieure kennis te bevatten waarover het ook gaat.
Dat is misleidend want wetenschappers bestuderen en onderzoeken juist wat ze nog niet weten op hun eigen vakgebied en kunnen buiten dat vakgebied net zo onwetend zijn als een willekeurige leek.
En er is bovendien  een groot verschil in wetenschapperlijke waarde tussen de volgende statements:
“Er zijn in het verleden steeds oorlogen geweest dus komt er weer een oorlog”
en
“2+2=4, dus 4+4=8”.
In het eerste  geval kan men spreken van mogelijkheid, waarschijnlijkheid, redelijkerwijze te verwachten.
In het tweede gaat het om een waarneembaar feit, een werkelijkheid.

En men kan de twee niet dezelfde waarde toekennen.
Daarover later  meer.

Al 20 jaar is de euro de enige officiële munt van de Europese Unie en in die twintig jaar is het aantal eurolidstaten van zes uitgegroeid naar negentien.
De ECB heeft de laatste nieuwe steun aankoop van obligaties afgesloten.
De onorthodoxe Quantitative Easing is voorbij.
Dus tijd voor een tussenbalans.
Maar de 2.5 biljoen euro’s sinds 2015 bijgedrukt voor deze aankopen blijven in kas na aflossing van de oude obligaties om er de komende tijd nieuwe (vervangende?) obligaties voor op te kopen.
Men kan dus niet zeggen dat de QE is beëindigd.
Dat is pas het geval als de balans van de ECB weer op het pre-QE niveau is gedaald.
Ook de negatieve rente blijft gehandhaafd (tot de 2% inflatie is bereikt?).
Er blijven dus nog vraagtekens over de toekomstige steun.
Wat voor gevolgen voor de eurozone economie heeft de QE nu bereikt?

Het functioneren van een euroland wordt in de EU getoetst aan voornamelijk twee criteria.
Het begrotingstekort van een eurozonelidstaat mag (structureel) niet groter zijn dan 3% van het Bruto Binnenlands Product.
De staatsschuld mag maximaal niet meer dan 60% van het Bruto Binnenlands Product bedragen.
Bij overschrijding van deze criteria kan de Commissie ingrijpen.
Deze 3%/60% norm voor overheidsbeleid,  in de eurozone door de verdragen  afgedwongen,  in de andere EU landen doelstelling, kan op twee manieren worden bereikt of zelfs verbeterd.
Opvoeren van de productiviteit en innovatie leidend tot meer werkgelegenheid, hogere lonen en daardoor vergroten van de export en de binnenlandse consumptie naast verminderen van bureaucratische procedures..
Verhogen van de lasten voor de bevolking door een groter aandeel van het bruto binnenlands product  voor overheidsbeleid op te eisen.
Of een combinatie van deze twee.

Is het goed functioneren van een staat, dus het binnen de normen blijven,  een weerspiegeling  van de  mogelijkheden die de binnenlandse natuur biedt en het gebruik ervan door de bevolking, oftewel de welvaart van de bevolking.
Of is het voornamelijk dat  deel van het nationale inkomen (bruto binnenlands produkt)  dat de staat van de bevolking opeist te verhogen  om aan de normen te voldoen en zo in feite de welvaart van de bevolking aan te tasten .
Verhoging dus van de belastingen en heffingen.

Of een vermenging van beide.

Dat is naar mijn zeer persoonlijke mening het vraagstuk waar de eurozone mee worstelt.
Met name in de zuidelijke lidstaten waar de bevolking zacht gezegd veel minder welvarend is dan in de noordelijke eurolanden zoals blijkt uit de risk of poverty gegevens van eurostat.

Rijkdom is zichtbaar, armoede verbergt zich.
Zie de grafiek over armoede in de Europese Unie.
De gegevens zijn afkomstig van Eurostat, het statistisch bureau van de EU.


Gemiddeld in de EU en eurozone is meer dan 20% van de bevolking op de armoedegrens.
En tussen de armoede grens en ontbreken van geldelijke zorgen is nog een flink gebied.
Zie de tabellen die ik daarover in eerdere blogs heb getoond.
Ik vrees dat er bij de elite, de dominerende groep, te weinig begrip bestaat voor deze problematiek.
Men ziet (niet alleen in Frankrijk) dat het deel van de bevolking dat zijn bestaan bedreigd voelt door nieuw opgelegde lasten nu van zich laat horen.
Wat eerst de zwijgende meerderheid was.

Deze 3/60% grens in de verdragen is dus voor welvaartsmeting primitief.
Neem Duitsland:
Een begrotingsoverschot en redelijke schuld (minder dan 64%).
Een voorbeeld voor de andere eurolanden.
Maar jaarlijks worden meer dan 300.000 Duitsers afgesloten van elektriciteit, een primaire levensbehoefte.

Een bittere constatering bij die 3% en 60% regel is verder dat de 60% maximaal toegestane staatsschuld door vrijwel alle eurolanden zwaar is en wordt overschreden en dat 3% begrotingstekort bij een lagere reële groei van de economie achteruit roeien is.

Hieronder een uitgebreider overzicht over de eurolanden en de overige EU landen.
Daaruit kan iedereen zijn eigen conclusies trekken.







Daarbij moet ook in aanmerking worden genomen dat de 2.6 biljoen bijgedrukt geld voor de aankoop van voornamelijk eurolanden staatsobligaties om de inflatie op 2% te brengen, de inflatiehoogte die ideaal voor economische ontwikkeling wordt geacht niet is gelukt en dat de economische groei  er niet voldoende mee is gestegen (vergelijk eurolanden met EU-niet-eurolanden en de wereld economie).
Wel natuurlijk is daardoor de eurozone in stand gehouden maar over het nut daarvan valt de discussiëren.
Niet eurolanden zoals Denemarken, Zweden en tot de brexit het VK zijn ook niet technisch failliet gegaan, de oostelijke EU landen evenmin .
Zie ook de veel te hoge staatsschulden van de eurolanden vergeleken met die van de niet-euro lidstaten, ongetwijfeld mede veroorzaakt door de QE en de zeer lage rente.

Iedereen kan zijn eigen gevolgtrekkingen maken.
Wat wordt het in 2019.








dimanche 9 décembre 2018


Energie,
een levensnoodzaak voor ons allen

Dit jaar vindt de 24ste COP plaats in Katowici, Polen.
De vier en twintigste jaarlijkse bijeenkomst sinds de eerste COP in 1995.
De Conference of Parties met meer dan 22.000 deelnemers vergadert van 8 tot 15 december dit jaar in Polen over het klimaat en energie.
Ook vanuit Nederland is er een soort shuttle service van dignitariers naar en van de conferentie.
De jaarlijkse conferentie over  klimaatverandering en dit jaar moeten er dwingende besluiten vallen na de streefgetallen van het Parijse Klimaat Accoord.
Want dit keer is 2020 het kanteljaar voor het klimaat.

Kun je als belangstellende amateur ook over de consequenties van deze problemen nadenken of is dat het privilege voor politiek (en commercieel betrokkenen)  zoals sommige politiek partijen lijken te denken.

Energie is de krachtbron die ons aller leven mogelijk maakt.
In ons bestaan speelt  energie, elektriciteit een centrale rol.
Voor ons is elektriciteit vanzelfsprekend.
Zonder elektriciteit stort onze maatschappij totaal ineen.

Van in het begin menselijke energie later meer en meer ondersteund door  werktuigen tot in onze tijd met werktuigen, robots en computers, die menselijke energie, arbeid, zelfs voor een aanzienlijk deel overbodig (gaan) maken maar voor zichzelf  daarbij steeds meer energie, elektriciteit  eisen.
Hoe meer mensen hoe meer energie daarvoor noodzakelijk is.
Hoe hoger de economische ontwikkeling van de mens, hoe groter de behoefte aan energie, elektriciteit.

Als ik het vanuit mijn persoonlijke optiek beschouw zijn de uitvinding van de stoommachine en de elektriciteit als energieverschaffers in het begin van de negentiende eeuw, het  begin en doorzetten geweest van de industriële revolutie,  die, naar mijn mening, drie belangrijke de maatschappij volledig veranderende sociale en industriële stromingen heeft veroorzaakt.
De eerste is de overgang van kleine familie nijverheids instellingen naar grote op massaproductie gerichte stoom aangedreven ondernemingen.
Als voorbeeld de kleine familie (weefgetouw) bedrijfjes op het platteland verdwenen door de opkomst van massale weverijen in de steden.
Als tweede de  hierdoor gedwongen verhuizing van de daardoor werklozen van het platteland naar de steden.
Het begin van de verstedelijking van de maatschappij.
Nijverheid werd moderne industrie, het platteland liep leeg en de steden breidden zich meer en meer uit, een ontwikkeling die nog steeds doorgaat,  misschien wel het sterkst in de ontwikkelingslanden.
De derde is dat door die steeds grotere energie verschaffing de wereldbevolking zich veel sneller kon uitbreiden en ontwikkelen waardoor de behoefte, de noodzaak, voor nog meer energie ontstond.

Nu bevinden we ons weer in een periode van industriële revolutie.
Niet alleen de vervanging van menselijke arbeid door computers en robots waardoor de arbeidsmarkt zal veranderen.

De stoommachine van de eerste industriële revolutie en de  fossiele brandstoffen die nu de voor ons bestaan  noodzakelijke energie en elektriciteit opwekken maar tevens kooldioxide, CO², produceren, een gas dat bij alle verbrandingsprocessen, ook in ons lichaam, als afvalproduct vrijkomt moeten worden vervangen door CO² neutrale technieken.
Want deze door menselijke activiteiten veroorzaakte CO² wordt door klimaat wetenschappers gezien als de oorzaak van een rampzalige opwarming van de aarde die ten koste van alles moet worden voorkomen.
Ironisch genoeg is deze CO² juist ook de noodzakelijke  levensbron voor planten en bossen die via  fotosynthese CO² omzetten in zuurstof en is zo ook noodzakelijk voor ons leven.

Dat alles wil zeggen dat het geheel van fossiele brandstoffen en om andere redenen niet aanvaardbare nucleaire energiebronnen die aan onze energie en elektriciteitsbehoefte (eigenlijk een pleonasme) voldoen moet worden vervangen door niet CO² producerende technieken, windenergie, zonne-energie, waterkracht energie.
Biomassaenergie (voornamelijk houtpellets) wordt daarbij als CO² neutraal gezien hoewel ze meer CO² produceren dan andere fossiele brandstoffen.

Het is duidelijk dat een omschakeling als deze, die kolen, olie en gas en nucleaire centrales  tot sluiting brengt en daarvoor in de plaats een netwerk van natuurkunstmatige windmolen parken, zonnepanelen parken moet doen opbouwen, enerzijds een enorme kapitaal vernietiging van de gedane  investeringen in fossiele en nucleaire installaties tot gevolg heeft en anderzijds enorme nieuwe kapitaal investeringen eist voor de vervanging ervan door deze renewable technieken.

Als bijkomend probleem is de omschakeling daarbij van door vraag bepaald aanbod zoals bij de traditionele energievoorziening die regelbaar is en zich kan aanpassen aan de altijd wisselende elektriciteitsbehoefte, naar een aanbod dat door de aanwezigheid van wind en/of zon wordt bepaald en daardoor ver van de vraag naar energie kan afwijken.
De zon schijnt  ’s nachts niet en er zijn vaak windstille periodes waardoor er geen elektriciteitsaanbod is en men zal moeten terugvallen op batterijen (nu nog volstrekt onvoldoende) of wat men pleegt te noemen fossiele backup, hetgeen betekent dat men naast de renewable technieken ook de oude fossiele elektriciteitopwekking in stand moet houden voor windstille en nachtelijke perioden met alle daaraan verbonden kosten.

Netwerken zo verbinden dat windstille periodes en nacht worden gekoppeld aan andere geografische gebieden waar wel wind en zonlicht is zou overal een dubbele capaciteit eisen.
Immers bij wind en zon moet niet alleen het eigen gebied worden voorzien van elektriciteit maar ook de verbonden gebieden waar toevallig windstilte of geen zonlicht is.
Dat zou overal een dubbele capaciteit eisen en dus dubbele investeringen, afgezien nog van de gigantische kosten om de ervoor noodzakelijke  alles verbindende zeer hoge capaciteits elektriciteitskabel netwerken  boven of onder de grond voor het transport van de elektriciteit  van hier naar daar en omgekeerd aan te leggen.
Helaas is er nog geen manier gevonden om elektriciteit in voldoende capaciteit op te slaan.

Economie en energie (elektriciteits) verbruik zijn nauw met elkaar verbonden.
In de tijd van een kwakkelende economie die nu achter ons ligt nam de CO² uitstoot langzaam wat af.
Maar met de opbloei van de economie en grotere economische groei neemt ook het energieverbruik en dus de uitstoot van CO² weer toe.
In 2017 is zo de wereldwijde  uitstoot van CO² weer gestegen, zelfs in een pionier land zoals Duitsland waar bovendien de elektriciteitstarieven (naast die in Denemarken) de hoogste in de EU zijn.

Het is duidelijk dat deze omschakeling een enorme invloed zal hebben op de economie en welvaart van de staten en de bevolking.
Want de staten die  het bedrijfsleven de financiële middelen zullen moeten  verschaffen deze omschakeling uit te voeren zullen deze toch uit de algemene middelen oftewel de belastingbetaling dus door de bevolking moeten financieren naast de verhogingen van de elektriciteits en andere energie  tarieven door de gebruikers te betalen en doorberekend in de prijzen van alle producten.
Privé investeerders in deze energie omwenteling zullen naast staatssubsidies,  die hun uit belastingopbrengsten worden verschaft, rendement willen hebben op het door hen geïnvesteerde kapitaal, hetgeen ook de kosten voor energie levering aan de economie zullen doen stijgen wat weer leidt tot prijsstijgingen van alle artikelen die tenslotte ook door de burgers zullen moeten worden opgebracht.

Tenslotte moet ook worden betaald voor het in stand houden van oude fossiele installaties die voor backup paraat moeten worden gehouden om elektriciteit te kunnen leveren bij zon/windloze periodes.

Dat zal alles bij elkaar een grote aantasting van de koopkracht van de burgers zijn.

Soms vraag ik me als stomme leek af hoe weldoordacht al deze plannen wel zijn.
Soms vraag ik me af waarom eigenlijk de derde generatie (kleine) nucleaire installaties in de ban zijn.
Deze derde generatie installaties zijn veel veiliger dan de vorige, ze veroorzaken geen CO² uitstoot en kunnen de taak van fossiele brandstoffen volledig  overnemen en zijn bovendien vraag gestuurd  zodat er geen massale energie opslag nodig is en de huidige netwerken voldoen.

Maar zoals altijd zijn dit mijn puur persoonlijke overpeinzingen, die van een volslagen leek en amateur.
Ik kan de plank dus wel volkomen mis slaan.


jeudi 6 décembre 2018


Het is de tijd van de conferenties en meetings.
  
De toekomst van de eurozone
De Grote 20 wereldlanden, USA en China
De COP (24ste klimaattop)
De Brexit May versus Parliament

De eurozone financiële ministers zijn bijeengeweest om de toekomst van de eurozone te bespreken. Op de agenda staan natuurlijk de verdere opbouw van de bankenunie en de modernisering van de eurozone.
Lees daarin vooral geldsteun van noord naar zuid voorlopig nog door ombouw van het ESM maar vooral een door Frankrijk en Duitsland voorgestaan eigen eurozone budget (Duitsland klein en Frankrijk groot van inhoud).
Veel enthousiasme voor verdere integratie lijkt mij niet sterk aanwezig.

Dan de G20 bijeenkomst waar het hoofdonderwerp de Chinees Amerikaanse tarieven kwestie blijkt te zijn geweest en waar globalisering en protectionisme (of nationalisme of unieïsme) besproken werden.
Want globalisering zoals die nu bestaat lijkt meer op protectionisme in groepsverband.

De jaarlijkse COP (dit keer de 24ste) klimaat meerdaagse conferentie met meer dan 22.000 (twee en twintig duizend) deelnemers waar klimaatplannen worden besproken en het wenselijk zou zijn dat bindende afspraken worden gemaakt.
Want in het Parijs klimaat akkoord zijn geen bindende afspraken gemaakt, slechts strevens naar.

Tenslotte, al is dat niet EU maar het VK, de  zittingen serie van het Britse parlement over de Brexit.
Brexit een begrip met vele aspecten die in de loop der jaren steeds wijzigden.
De nieuwste factor, enkele dagen oud, is dat het Europees Hof waarschijnlijk zal bepalen dat het VK eenzijdig kan besluiten gewoon weer lid van de EU te blijven of te herworden.
In het Britse parlement is duidelijk de alleengang van May doorbroken en de macht door het House of Commons teruggenomen.
Wat de uitkomst van de serie debatten de komende dagen gaat worden is nog niet helder en klaar, maar zeker is dat het (althans naar mijn bescheiden mening hierover) niet erg meer lijkt op wat het referendum erover bedoelde.


Het is opmerkelijk dat in de financiële en economische wereld er wetmatigheden bestaan die lijken niet te bestaan.
Zo is er het axioma dat twee procent inflatie optimaal is voor de economische ontwikkeling.
Inflatie is synoniem aan prijsstijging oftewel, geldontwaarding
Voorts dat om op die twee procent te stabiliseren er twee gebruikelijke technieken zijn.
Is de inflatie lager dan twee procent dan wordt door de centrale bank de rente verlaagd waardoor lenen en investeren goedkoper wordt, daardoor de productie toeneemt, daardoor de vraag naar arbeid stijgt en daardoor de lonen eveneens stijgen waardoor de geproduceerde goederen duurder worden en zo de twee procent inflatie wordt bereikt.
Is de inflatie hoger dan gebeurt het omgekeerde, de centrale bank verhoogt de rente, geld lenen en investeren wordt duurder, de economie wordt afgeremd en de inflatie loopt terug.
Soms loopt dat gierend uit de hand  en wordt de inflatie onbedwingbaar hoog zoals nu in Venezuela.
Helaas in de moderne economie lijkt die wetmatigheid niet op te gaan.
Ondanks rente ingrepen wordt er steeds gemeld dat de inflatie in de komende jaren zal toenemen, niet nu.
Zelfs de ongekende  vele biljoenen Quantitative Easing door BOJ, FED en ECB voornamelijk ter ondersteuning van dat rentebeleid heeft die uitwerking niet  gehad en die 2% inflatie bleef uit.
Is er echter een plotselinge toename van de inflatie dan is die veroorzaakt door andere factoren, zoals olieprijs schommelingen soms door productieafspraken veroorzaakt of stijging van de electriciteitstarieven door de energie omwenteling.
Maar de onderliggende core inflatie, waar die sterk fluctuerende onderdelen zijn weggelaten, blijft kennelijk laag.
Zo is er ook de wetmatigheid dat bij een groeiende economie de werkgelegenheid toeneemt, er schaarste op de arbeidsmarkt komt en daardoor de lonen gaan stijgen (en dus de inflatie toeneemt).
Maar ook hier blijkt in de USA dat ondanks de bijna volledige werkgelegenheid de daardoor te veroorzaken loonstijgingen uitblijven.
Daar heerst zelfs de gedachte dat de generatie na de millennials het financieel slechter zal hebben dan hun ouders.
Ook in ons land blijven de loonstijgingen achter.
Nu heerst er ineens angst op de beurzen omdat voor het eerst in tijden de rente op kortlopende leningen hoger is gestegen dan op de langlopende leningen.
Wetmatig gezien is dat een teken van een naderbij komende recessie.
Maar kijk ik bijvoorbeeld naar de eurozone dan blijkt dat de langlopende leningen abnormaal laag zijn door het rentebeleid van de ECB vergeleken bij de wereldrente en dat deze wereldrente lang is laag gebleven en nog is door  de overvloed aan bijgedrukt geld door de FED en de ECB.
Kijk maar eens naar de rente voor de eurozone zijn intrede deed.
Het is simpelweg zo (althans dat denk ik met mijn lekenverstand)  dat door de decennia lange monetaire ingrepen door centrale banken de “normale” invloeden op de echte financiële markten steeds kunstmatig zijn aangepast door die monetaire politiek van de centrale banken.
En de overheidsuitgaven en overschrijding van de budgets en dus nog verder vergroten van de reeds overgrote schuldenlast in geld uitgedrukt blijven nog doorgaan.
Gestimuleerd door de lage rentepolitiek die lenen zo goedkoop maakt.

Nu deze beïnvloeding, stimulering of steun, wegvalt (zij het in het geval van de ECB slechts zeer gedeeltelijk) gaan de “natuurlijke” invloeden op de financiële en economische wereld een sterkere rol spelen.
Soms vraag ik me als volslagen amateur af of al die stimulering door de centrale banken echt een oplossing is geweest voor de economische problemen van de toenmaals opkomende recessie of slechts een voor zich af schuiven ervan.
Met als bijkomend niet beoogd gevolg dat door de lage rentetarieven de (staats)schulden enorm gestegen zijn en nu juist als een loden last op de financiële mogelijkheden drukken.
Zie Italië (maar ook die andere eurolanden die een staatsschuld boven 90% hebben).
Een zo hoge schuld dat nieuwe leningen tegen veel hogere markttarieven zullen moeten worden afgesloten, behalve de aflopende over te sluiten leningen die door de ECB uit de 2.6 miljard bijgedrukte euro pot opgekocht kunnen worden.
En het is ook duidelijk, zoals de ECB zelf herhaaldelijk heeft benadrukt, dat de landen zelf hervormingen, op allerlei gebied moeten doorvoeren om de problematiek op te lossen.
Dan heeft de steun van de centrale banken alleen tijd geschapen voor de landen om die hervormingen door te voeren.
Dan blijft de vraag of al die landen intrinsiek economisch gezien daartoe in staat zouden zijn geweest.
Zouden zijn, want het is duidelijk dat de groeiprognoses, en groei is noodzakelijk,  steeds verder naar beneden worden bijgesteld.
En de doorgevoerde hervormingen zijn grotendeels bezuinigingen geweest die op de burgers zijn afgewenteld.
Want de staatuitgaven zijn blijven doorstijgen.

Dat de eurozone ondanks deze stimulans of steun niet zonder steun kan blijkt uit de door de ECB nog minstens tot midden 2019 aangehouden nul rente en de blijvende balans hoogte.
Want als  oude door de ECB opgekochte leningen vervallen en het kapitaal ervoor vrijkomt wordt dit geld weer belegd in de aankoop van ervoor in de plaats komende leningen (een soort rollover) of wellicht in de aankoop van totaal andere leningen, dat is nog niet duidelijk.
Maar de bijgedrukte 2.6 biljoen euro worden (voor onbepaalde tijd) niet uit de circulatie genomen en vernietigd.
De eurozone economie en groei draait dus niet volledig op eigen kracht maar blijft ondersteund door de ECB steun.
Combineer dat met de bijstelling naar beneden van de (te verwachten) groei.
Als ik daarnaast de voorlopige resultaten zie van de november ontwikkelingen in de production en service ratio’s van  de eurozone landen is optimisme ver te zoeken.

Bij al deze te vewachten of te vrezen ontwikkelingen staat één ding vast: het is de belastingbetaler die uiteindelijk alles moet financieren.
Maar zoals altijd zijn dit slechts de overpeinzingen van een geïnteresseerde leek.

Maar er zijn meer beren.
Na de eerste industriële revolutie in de 19de eeuw is er nu de tweede industriële revolutie, de energie omwenteling en de robotisering.
Met enorme gevolgen voor ons leven en de economie.
Daarover een volgend blog.

mardi 20 novembre 2018


Economische Groei,
 Keuze of Bittere Noodzaak
Italië 
officieel tegen de EU regels bevonden
Brexit: 
 Gibraltar en de Visrechten leveren problemen op


De Brexit leek of lijkt naderbij te komen, maar elk stapje was en is een pijnpunt.
May wil haar voorstel doorzetten maar binnen en buiten kabinet, bij parlement en the man in the street lijkt de weerstand steeds groter te worden.
Zal May teruggefloten worden, zal het kabinet vallen, zal het parlement de deal afkeuren, komt er dan een clean break, een doorsnijden van de banden met de EU of nieuwe verkiezingen, of heel misschien een tweede referendum.
Of zal de EU ook toe moeten geven.
Nee, integendeel, Spanje maakt problemen over de kale Gibraltar rots en er zijn ook obstakels bij de verdeling van de visrechten.
GB tot op het bot verdeeld en de EU wil het uiterste.
Een slechte combinatie, vrees ik.

Italië houdt strak aan zijn begroting vast, maar ook de Europese Commissie geeft geen millimeter toe.
Dus wordt nu de "disciplinary" actie voor "excessive deficit" als de Europese Leiders er mee instemmen in gang gezet.
Italië dreigt uiteindelijk een boete te krijgen van (ik geloof) maximaal 0.2% van het GDP.
Natuurlijk duurt dat nog lange tijd, zeker tot na de Europees Parlement verkiezingen en benoeming nieuwe commissie in 2019.
Voorlopig blijft het dus bij woorden.
Italië vindt de bepalingen uit 1992 die de toen twaalf leden van de EEC tekenden en die de fiscale politiek van de EU landen regelen niet werkbaar.
Dat laat Italië openlijk blijken en soms, in mijn sombere momenten,  heb ik wel het gevoel dat dat ook een rol speelt.
Want er zijn meer eurolanden die niet volgens de regels werken maar wel steeds goede voornemens hebben.

Immigratie blijft een heet hangijzer, niet alleen in de EU.
Vooral na het nieuwe (zij het niet bindende) VN pact.
Een aantal landen wil niet tekenen, want er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vluchtelingen en migranten.

De prognoses voor economische groei worden (o.a. door de OECD) wereldwijd naar beneden bijgesteld, de stijgende rente, dreigende dollar schaarste, toch steeds dreigende mogelijkheid van een handelsoorlog  en de strijd om protectionisme remmen de groei.
De ECB laat al doorschemeren dat een verhoging van de rente in 2019 misschien wel een illusie blijft, hetgeen vooral in de Duitse pers niet wordt geapprecieerd.
Voor het eerst sinds vele, vele jaren is er in oktober onverwacht een 0.2% krimp in Duitsland.
Ook de aandelenmarkten geven geen reden tot optimisme, hoewel er wellicht een klein herstel is..
De ECB laat ons nog steeds in het onzekere over de forward guidance, de plannen voor 2019.

Komt er een EU leger, komt er een apart eurozone budget.
De verkiezingen voor het Europees parlement volgend jaar (met toch als belangrijker factor dan tot nu toe  de EU-sceptische kiezers) en de vorming dan van een nieuwe Europese commissie en de voorbereidingen over de verdeling van de macht beginnen nu al hun schaduwen vooruit te werpen.
Zo is het binnen de EU.
Maar de EU is slechts een deel van de wereld.

Elk probleem op zich lijkt oplosbaar.
Maar geen probleem staat op zichzelf
Elke poging tot het oplossen van een probleem roept een reeks andere problemen op die onderling strijdig kunnen zijn.
Soms beneemt mij de vrees dat die samenhang en onderlinge beïnvloeding door de 21ste eeuw super specialisatie uit het blikveld verdwijnt.
Want bevolkingsgroei en demografische spreiding ervan, economische groei of krimp, energievoorziening, landbouw, veeteelt, mijnbouw staan nauw met elkaar in verband in deze tijd waarin juist de natuur, het milieu en klimaatveranderingen onze aandacht vragen.
Met het nemen van besluiten moeten alle aspecten ten opzichte van elkaar gewogen worden.
Dat is de taak van de politiek geïnformeerd door de wetenschap.

Waarom moet de wereld economie jaar op jaar groeien.
Waarom zijn we niet tevreden met wat we hebben.
Het antwoord is te vinden in de hieronder staande tabel.


Nu bedraagt de wereldbevolking 7,659,xxx,xxx personen, meer dan zeven en een half miljard.
In 1960 was dat nog slechts ongeveer drie miljard.
Men verwacht dat het aantal wereldbewoners in 2100 tot boven de 11 miljard zal zijn gestegen.

De mens heeft zich in stand kunnen houden en zich kunnen uitbreiden door, als eerste soort, zich niet aan de natuur aan te passen  maar de natuur te exploiteren om niet alleen aan die drie basisbehoeftes te voorzien maar ook om zijn bestaan te vergemakkelijken en te veraangenamen en zich daardoor op grote schaal, zoals boven is te zien, te vermenigvuldigen.

In vroegere eeuwen was er een natuurlijk evenwicht tussen bevolkingsgrootte en de opbrengst van landbouw, visserij, veeteelt.
In tijden van slechte oogsten ontstonden hongersnood en epidemieën die verstoord evenwicht herstelden (neem de periode omstreeks 1300 in Noord Frankrijk) en de gemiddelde leeftijd van de mens was minder dan de helft van nu.
Volksverhuizingen voerden van uitgeputte of te zwaar belaste gebieden naar nieuwe nog te ontginnen werelddelen waar vermenging met de daar levenden tot stand kwam of verdrijving ervan.

In de 19de en vooral de 20ste eeuw en nu met onze hoogtechnische ontwikkeling en geneeskunde werd de situatie totaal anders.
Tot 1800 was er een zeer geringe bevolkingsgroei, daarna tot 1960 een wat sterkere groei en na 1960 een explosieve groei.
Mogelijk gemaakt door de industriële revolutie, door sterk gerationaliseerde intensieve mijnbouw, landbouw en veeteelt, en medische zorg.
Met als gevolg dat de natuur steeds zwaarder belast werd en wordt.

De wereldeconomie moet jaar na jaar groeien om die snel aanwassende  wereldbevolking  minimaal te kunnen voorzien van water, voedsel, onderdak en energie.
Bovendien is het grootste deel van de huidige wereldbevolking zich nog economisch aan het ontwikkelen en leeft zelfs in de ontwikkelde landen van de Europese Unie zo’n 22% van de bevolking op of onder de grens van armoede en/of sociale uitsluiting.
(Het cbs geeft 8% aan in Nederland maar eurostat 17% in 2017, 16% in 2016, een toename)
Dat aantal neemt dus toe in plaats van af.
10%  van de wereldbevolking moet leven van minder dan 1.9 dollar per dag.
Tussen 12 en 16% (verschillende bronnen) van de wereldbevolking moet het zonder elektriciteit doen, waarvan 80% in landelijke gebieden.
De wereldbevolking neemt, zoals gezegd,  alleen dit jaar al met bijna 70 miljoen personen toe.
Er is dus een flinke jaarlijkse groei van de economie noodzakelijk om die achterstand en uitbreiding op te vangen.
Groei is dus geen luxe maar bittere noodzaak zelfs in de kleine kring van ontwikkelde landen.
De bevolkingsdichtheid is nu wereldwijd 58 personen per km².
Dit jaar alleen al komen daar 70 miljoen bij.
De grootste toename in delen van Afrika en Azië, niet in de ontwikkelde landen.
Meer dan de helft van die wereldbevolking woont in stedelijke gebieden en dat percentage neemt steeds verder toe.
Nederland heeft ongeveer 500 inwoners per km² en is na Malta het dichtst bevolkte land van de EU.
Maar Macau in China telt 20.000 inwoners per km² en Australië 3 per km².

Groei van de bevolking betekent een steeds grotere vraag naar grondstoffen en energie.
Mijnbouw, industrie, landbouw, veeteelt en woonruimte eisen zo niet alleen een steeds groter deel van de 150 miljoen km2 van ons aardoppervlak op maar delfstoffen zijn niet onuitputtelijk, zelfs niet met onze verfijnde technologische verworvenheden.
Ook landbouw en weidegrond en bossen zijn eindig.
En om dit alles vraagvoldoend in stand te houden is er steeds meer energie, dus elektriciteit, nodig.

Dat is, zo denk ik, een van de grootste uitdagingen van onze toekomst en eist oplossingen voor een complex van samenhangende maar onderling strijdige vraagstukken.

Maar zoals altijd zijn dit slechts de gedachtenspinsels van een volslagen leek.





samedi 10 novembre 2018


Vandaag (morgen) is het voor Italië de 
dag van het verzet of van de terugtocht

Even er tussen door.
Gisteren was het ook de dag dat in het tot op het bot verdeelde Groot Brittannië twee derde van de kabinetsleden instemde met May' s EU verhouding voorstel.
Naar ik hoor is een minister opgestapt.
Nu moet nog het parlement instemmen met dat voorstel (Brexit kun je het nauwelijks nog noemen).
Dat wordt de beslissende dag: keuze tussen neen en dat betekent een "clean break"dus het afsnijden van de banden of een ja en dat betekent geen vrij verkeer van personen maar voor de rest, de douane unie, het nog minstens twee jaar lang onderwerping aan de EU en misschien  wel veel langer als de Ierland/Noord Ierland grens niet geregeld kan worden.
Sommigen zeggen lidmaatschap maar geen stemrecht. 
De derde mogelijkheid zou zijn het allemaal vergeten en gewoon lid blijven van de EU met stemrecht.
Het parlement beslist ja of neen.
Met spanning wacht Brittannië's bevolking af.

Een aanvulling of mijn vorige overpeinzingen over de economische en financiele stand van zaken in Italië.

Tot dinsdag 13 november had Italië de tijd om dusdanige wijzigingen in hun begrotingsvoorstel 2019 aan te brengen dat die aan de Brusselse eisen voldoet.
Voor zover ik lees stelt de Italiaanse regering de verwachte groei voor 2018 terug naar 1%, maar de realiteit zal gezien de stagnatie van de groei in Italië (maar ook verminderde groei in andere eurolanden) ongeveer op 0.8% uitkomen volgens analisten.
Maar behalve dit houdt  Italië vast aan het ingediende budget.
Terwijl de Europese Commissie bij andere eurolanden nog nooit heeft ingegrepen met een straf procedure en hooguit een berisping toedient lijkt het bij Italië alle registers open te trekken.

Ik heb geprobeerd de Italiaanse situatie te begrijpen.
Italië wil zijn groei sterk versnellen door een groter begrotingstekort met de theorie dat door dat beschikbaar komende geld belastingen omlaag kunnen, de bestaande armoede bestreden, investeringen in innovatie worden gedaan die leiden tot meer werk, hogere belastingopbrengsten dus een snellere groei van de economie waardoor het schuldpercentage zakt.
Ik heb geprobeerd op mijn amateuristische manier dat in een simpel modelletje samen te vatten.
Het geeft een aanwijzing maar is uiteraard niet exact van opzet.



De nominale groei (of krimp) is het verschil tussen het GDP jaar 2 en jaar 1.
Er moet echter rekening worden gehouden met de inflatie, de waarde vermindering van de euro elk jaar.
De inflatie moet van de nominale groei worden afgetrokken om de echte, niet schijnbare, groei te berekenen.
De schuld in euro’s is echter wel nominaal, dat bedrag is de staat schuldig, ongeacht de waarde ervan.
Vandaar dat voor het gemak in deze simpele berekening alle bedragen nominaal gehouden worden.

Inderdaad vermindert de schuld in deze berekening als de groei en tekort inderdaad zo zijn als door Italië voorgesteld.
De EC heeft andere percentages berekend voor groei en budget:
  

En indien deze lagere prognoses juist blijken te zijn komen de Italiaanse verwachtingen niet uit.

Bovendien kunnen deze EC prognoses gezien de wereldwijde dalende tendens in de loop van dit jaar misschien later nog naar beneden bijgesteld moeten worden.


Waarom wordt Italië zo hard aangepakt door de Europese Commissie.
Italië wil de fiscale bepalingen in het verdrag van Maastricht, de restricties op de fiscale vrijheid van het Stabilisatie en Groei Pact met nog verdere precisering niet meer aanhouden omdat ze sinds de invoering van de euro economisch achteruit gegaan zijn in plaats van vooruit.
Als ik de grafieken in vorige blogs bekijk dan moet ik tot de conclusie komen dat niet alleen Italië de fiscale grenzen van de euro overschrijdt maar dat vrijwel alle eurolanden dan deden en vele het nog doen.
Ook houden ze zich niet alle aan de twintig jaren afspraak van elk jaar het begrotingstekort met 0.5% terug te brengen en zo op de duur aan de 60% schuld grens te kunnen voldoen.
Maar het grote verschil is dat, terwijl andere lidstaten wel het geloof in de fiscale politiek van de EU, de austerity, belijden al kunnen ze deze niet uitvoeren, Italië dat geloof afzweert.
Een andere vraag is of Italië het zoveel slechter doet dan andere eurolanden.
De schuld was al immers 105% toen ze de euro invoerden en is nu 132%.
Bij andere landen was die schuld in 2000 bijvoorbeeld 60% en nu 90%.
Percentagegewijs sterker opgelopen dan de Italiaanse schuld.

Als eerste voorbeeld neem ik de begrotingstekorten van de drie grote eurolanden, Duitsland, Frankrijk en Italië.

  

Duitsland is na het invoeren van de Harz hervorming langzaam uit het begrotingstekort gekomen en heeft nu een klein begrotingsoverschot.
Duitsland heeft dus wel gelijk om bij de eurolanden aan te dringen op duidelijke hervormingen.
Zij hebben het met goed gevolg gedaan en andere landen hebben niet zo drastisch hervormd als zij.
Maar men kan niet zeggen dat Italië het wat begrotingstekort betreft slechter doet dan de andere grootmacht, Frankrijk.




Vervolgens de ontwikkelingen van de staatschulden bij de drie landen in euros.
Ook hier is het niet zo dat Italië uit de pas loopt.
Natuurlijk zijn ze met een grotere schuld dan de andere twee begonnen maar de toename tussen 2000 en nu is niet aanzienlijk slechter dan bij de andere.


Maar als we de economische groei in Italië vanaf 2000 tot tweede kwartaal 2018 bezien dan blijkt dat wat betreft het Bruto Binnenlands Product betreft Italië uit de pas loopt en minder presteert.

Dat lijkt ook de reden te zijn voor de Italiaanse opstelling: de fiscale bepalingen van de eurozone belemmeren de Italiaanse economische groei.
Italië kiest principieel voor aan andere aanpak, meer schuld voor nieuwe investeringen en een op de welvaart van de bevolking gericht beleid.

De austerity opstelling is dat Italië te weinig heeft hervormd.

De Europese Unie heeft de nog nooit eerder gedane stap gezet en de Italiaanse begroting geweigerd en geëist dat binnen drie weken Italië een aan de voorwaarden voldoende begroting aanbiedt.
Italië weigert.

Ik lees hier en daar dat de markt Italië wel zal dwingen zich te schikken door de onvermijdelijke rentestijgingen bij het doorvoeren van de eigen begroting.
Hoe zit het met die rente.

  
Bij de rente zien we de duidelijke invloed van het rentebeleid van de ECB.
Was in 2000 een rentetarief van 5,5 of 6% normaal dan zien we een daling bij de eerste rente ingreep van de ECB gevolgd door een lichte stijging toen de ECB de rente verhoogde en daarna een veel sterkere daling tot onder de 1% bij de verdere ECB renteverlagingen en QE.
De USA rente is toegevoegd om te tonen dat de marktrenteverhoging voor Italië in oktober na hun budget voorstel internationaal niet exorbitant is en dat historisch bezien 3.5% of iets hogere rente niets bijzonders is.
In 2010 en 2011 was de rente in Italië zelfs hoger.

Of er een compromis gevonden wordt of niet, één ding is duidelijk.
De eurozone functioneert niet optimaal om het zacht te zeggen.
Bij EU landen niet-eurolanden zien we veel kleinere schulden, goede groei en betere budgets.

Uiteraard zijn dit, zoals altijd slechts de overpeinzingen van een geïnteresseerde leek met voldoende tijd om zich er in te verdiepen, maar beslist geen expert.