dimanche 13 mai 2018


Vervolg….

Eurozone QE perikelen

De recessie is achter de rug, 2017 is een jaar van groei geweest en hoewel het eerste kwartaal van 2018 wat vertraging in de groei bracht zijn de prognoses positief.
Maar terwijl de FED aan het afbouwen van de QE is en de rente steeds verder verhoogt, zij het met kleine stapjes, hult de ECB zich in officieel zwijgen over de omgang met het opkoopprogramma.
Wij weten dat de rente uiterst laag blijft tot de inflatie de 2% benadert maar wanneer blijft in de mist van de toekomst verborgen en dat het opkopen van aflopende obligatieleningen wordt voortgezet, tot wanneer blijft duister.
In feite is het enige wat kan gebeuren het stopzetten van het bijdrukken van nieuw geld voor opkopen van geheel nieuwe schuld.
Althans dat denk ik te moeten afleiden uit wat ik hier en daar lees.

Waarom biedt de eurozone meer problemen bij het normaliseren van de economie, het verminderen van en stoppen met geld bijdrukken voor obligatieopkoop en normaliseren van de rentetarieven en het stoppen met opkopen van nieuwe obligaties na aflossen van de oude.

Vrijwel elk land heeft zijn welvarende regio’s en de minder florerende delen en er wordt gedeeld in de financiën.
Die herverdeling vindt plaats onder identieke wetgeving, overal gelden dezelfde nationale wetten op financieel en sociaal gebied.
De regio’s hebben misschien daarenboven een regionale wetgeving maar die is altijd ondergeschikt aan de nationale.
De randvoorwaarden zijn dus voor alle regio’s identiek.

Bij de EU en dus ook de eurozone heeft elke lidstaat zijn eigen wetgeving op financieel en sociaal gebied die sterk kan afwijken van de wetgeving in andere lidstaten.
De EU is immers een Unie van Nationale Staten die de zeggenschap over een aantal gezamenlijk belangrijke onderwerpen aan die overkoepelende unie hebben afgestaan maar financiële zelfstandigheid hebben behouden, behoudens voornamelijk de 3% en 60% beperkingen.
Daarnaast zijn veel andere onderwerpen overgegaan naar “Brussel” onder het motto dat deze beter op Unie niveau dan op nationaal niveau zouden kunnen worden behandeld.
Er is nog steeds geen zekerheid of de EU zich zal ontwikkelen tot een verbond van nationale staten met gemeenschappelijke onderwerpen en nationale onafhankelijkheid of tot een federale unie met centraal bestuur en centrale wetgeving.
Ik geloof te kunnen stellen dat deze keus een twistappel is tussen de nationale regeringen in het hoogste EU gezagsorgaan, de Raad van Regeringsleiders,  en de uitvoerende tak van de EU, de administratie in Brussel geleid door de Raad van Commissarissen.

Hoe dan ook, het lijkt mij onmogelijk om een vastbepaalde monetaire politiek te voeren als de randvoorwaarden ervoor, zoals een identieke financiële en sociale wetgeving, ontbreken.
In de EU en de eurozone ontbreken deze randvoorwaarden.
Neem als voorbeeld een onderwerp als pensioenleeftijd en pensioenopbouw.
Terwijl in Nederland een bevriezing van de pensioenen of zelfs een verlaging met gelatenheid wordt geaccepteerd ontstaat in Spanje zo’n ophef dat alsnog de pensioenen worden verhoogd.

Maar een nog groter probleem vormen de grote verschillen in de eurozone lidstaten in welvaart en welzijn.
Een monetaire politiek door een centrale bank is afgestemd op een bepaalde en identieke economische situatie voor staat en bevolking.
Voor lidstaten met een sterke economie is bijvoorbeeld een hogere rente geen probleem, integendeel hij kan ervoor zorgen dat de economie niet oververhit raakt omdat door de hogere rente  lenen duurder wordt en dus afgeremd.
Maar voor lidstaten met een zwakke economie of een vanuit een achterstandspositie groeiende economie is een lage rente van groot belang om de noodzakelijke leningen voor investeringen en groei te kunnen financieren.
Datzelfde geldt voor het goedkoop houden van staatsleningen door opkopen door de centrale banken waardoor de rente erop laag wordt en daardoor beter financierbaar zijn.
Voor lidstaten met een zwakke economie een stimulans, voor landen met een sterke economie een gevaar met het gevaar van oververhitting van de economie en in ieder geval niet nodig.
De praktijk wijst uit dat door deze “stimulans” de sterkere landen nog sterker worden en de zwakke relatief nog zwakker.
Er is geen sprake van “naar elkaar toegroeien”

In de eurozone zien we beide problemen: van elkaar verschillende  wetgevingen en van elkaar  verschillende  economische ontwikkeling.
Voor de sterke economieën is een stoppen van de QE en het verhogen van de rente geen probleem, integendeel een economische noodzaak.
De zwakke economieën zouden echter zonder de laag gehouden en  zelfs op nul niveau gestelde rentetarieven in grote betalingsproblemen kunnen komen en tegen markttarieven geen nieuwe leningen kunnen afsluiten.
Het extra gedrukte geld (2.55 biljoen euro) uit de circulatie halen zou hun problemen nog vergroten.
  
Om de economische verschillen zichtbaar te maken heb ik de situatie van de eurozone landen in kaart gebracht.
Tabellen zijn onaangename dingen om te zien en geven bovendien maar een klein deel van de werkelijkheid weer.
Maar ze kunnen ook verschillen goed zichtbaar maken.
Ik heb de verschillen tussen de eurolanden eind 2017 geprobeerd te tonen door het GDP  (Bruto Binnenlands Product) te nemen als maatstaf (zoals internationaal gebeurt) en daarnaast het GDP per persoon dat volgens het IMF een beter beeld geeft van de inkomsten en welvaart  van een staat.
Als dat onder de 25000 euro valt is het gekleurd om de zwakke welvaart van de bevolking  van de staat aan te geven.
De economische groei (GDP groei) is het vermeerderen van het GDP van jaar op jaar in procenten van  dat GDP uitgedrukt.
Als die groei kleiner is dan het begrotingstekort  ook uitgedrukt in procenten van het GDP (negatief budget van datzelfde jaar)  is er een achteruitgang in de economische toestand  want om het in ondernemers termen uit te drukken is de opbrengst lager dan de kosten en is er dus verlies.
De betreffende landen zijn okerachtig gekleurd.
De staatsschuld wordt hier ook uitgedrukt in procenten van het GDP.
Hoe lager de staatschuld in procenten hoe meer ruimte voor staatsleningen en dus voor investeringen en innovatie.
Het is moeilijk te zeggen wat de grens is voor leningen.
Zolang ze betaalbaar zijn zonder het normaal functioneren van de staat te belemmeren zijn ze verantwoord zou je kunnen zeggen.
Dat is natuurlijk afhankelijk van de rentevoet en de verhouding tot het GDP.
Bij een rente voor tienjarige leningen van minder dan één procent kun je natuurlijk meer lenen dan wanneer de rente bijvoorbeeld vijf procent is.
Maar als je een lening met 1% rente moet oversluiten als de rente intussen gestegen is tot 5% zit je in het schip.
Want een staat kan niet zonder oversluiten van leningen bij de afloop ervan.
Want de staatsschulden blijven bij een begrotingstekort, hoe klein ook, altijd in euro’s oplopen al kunnen ze in percentage van het (ook oplopende) GDP afnemen.
Daarom neemt de EU als maximaal toegestane staatsschuld 60% van het GDP, anderen zijn van mening dat 90% een kantelpunt is.
Daarboven onverantwoord.
In de tabel zijn daarom de staatsschulden boven de 90% roze gekleurd.

Door de kleurenschakeringen in de tabel kan men zich zo een beeld vormen van de economische toestand eind 2017 in de eurozone en zien hoe groot de verschillen tussen de euro lidstaten zijn.

Het deel van het GDP dat de lidstaten voor hun staats doeleinden opeisen staat in kolom %staat als bijkomend gegeven vermeld.


De ECB heeft de eurozone in stand gehouden zoals door Draghi in 2012 beloofd door de rentepolitiek en de geldverruiming met opkoop van obligaties en het verschaffen van laagrente leningen aan banken.
Daarin is hij geslaagd, de eurozone heeft de recessie overleefd.

De vraag is nu of alle eurozone landen economieën sterk genoeg zijn om de zwaardere financiële lasten te dragen als het geld bijdrukken vervalt  en daarna de renteverhogingen die globaal plaats gaan vinden en tenslotte het uit de circulatie halen van de bijgedrukte 2,55 biljoen euro zodat de geldvoorraad slinkt en daardoor de rente op leningen stijgt.
Of is steun structureel nodig in de eurozone voor sommige zwakkere economieën, maar dan een steun gericht op die landen.
Dat laatste kan door de beperkende bepalingen in het Verdrag van Lissabon niet door de ECB verricht worden.

Ik geloof dat de voorstellen voor de toekomst van de eurozone van de Commissie en van de Franse president Macron, gesteund door de zuidelijke eurolanden in dat licht bezien moeten worden.
Trouwens net zoals de bezwaren ertegen van de noordelijke eurolanden.
Alle plannen zijn  ultiem gericht op geldtransfers en risico en schulddeling maar niet op politieke (dus gezamenlijke identieke overkoepelende wetgeving) eenwording.

Naar mijn bescheiden amateuristische gevoel kan een transfer unie of ministerie van eurozone financiën pas zinvol zijn als de financiële en sociale wetgeving in de gehele eurozone identiek is.
Gezien de enorm grote verschillen in de economieën van de eurolanden is zo’n identieke wetgeving echter uitgesloten.

Bij het streven naar een bankenunie blijkt al hoe gevoelig het eventueel delen van het risico van de banken bij de lidstaten ligt.
Bij een eurozone als transferunie speelt dat lijkt mij nog sterker.

Moeten de eurolanden door structurele hervormingen elk hun eigen problemen oplossen of moeten de sterke lidstaten de zwakkere op de been houden met het risico dat de nodige structurele hervormingen uitblijven en/of dat door de geldtransfers ook de sterkere landen  in de problemen komen.

Een vorm van een dubbele currency, de euro als centrale munt voor de eurozone met daarnaast een landelijke munt met een boven en beneden limiet ten opzichte van die centrale euro zou voor de zwakkere landen een betere concurrentiepositie kunnen verschaffen en zo grotere economische groei mogelijk maken.
Dat, zo lees ik, werd in Italië overwogen.

Afgezien daarvan blijft het probleem bestaan van het reduceren van de overgrote schuldenlast van vele lidstaten, naar mijn mening in de hand gewerkt door de lage rente door de ECB berekend.
Die schuldenlast belemmert immers de mogelijkheden nog meer te lenen voor de nodige investeringen in innovatie.

Dit alles maakt het uiterst gecompliceerd met deze belemmeringen uit de QE en lage rente te komen.
Maar het zal moeten gebeuren want het is onmogelijk tientallen miljarden per maand te blijven bijdrukken.

Maar zoals altijd zijn dit slechts de gedachtenspinsels van een leek.







Aucun commentaire:

Enregistrer un commentaire